Eindelijk enig respect voor het volk dat Jezus voortbracht

De auteur is journalist.

ARIE KUIPER

Dat wordt nog een interessante kwestie: of de kerkelijke diplomaat zich in Jeruzalem zal vestigen of in Tel Aviv. Mijn kop eraf dat het Tel Aviv wordt, in zekere zin logisch, want daar zitten bijna alle ambassades, zelfs de Nederlandse. Maar een pauselijke diplomaat hoort in Jeruzalem.

Als we de kranten mogen geloven, niet alleen de Nederlandse maar ook de buitenlandse, is in Israel 'enthousiast' gereageerd op de nu al 'historisch' genoemde 'doorbraak' in de relatie met het Vaticaan. Ik gun de Israeliers hun enthousiasme van harte, maar als eenvoudig gelovige die binnen de roomse kerk is opgegroeid, was mijn reactie heel wat gematigder. Die kan in zes woorden worden samengevat: het zou een keertje tijd worden. Ruim 44 jaar na dato (Israel dateert van mei 1948) accepteert de paus dat in het Midden-Oosten een Joodse staat is ontstaan en dat het wel eens de moeite waard zou kunnen zijn daar een diplomatieke vertegenwoordiger heen te zenden.

Als ik in Israel wat in de melk te brokkelen had (maar dat heb ik gelukkig niet) zou ik het wel weten. Ik zou de onderhandelingen eindeloos traineren en het Vaticaan 22 jaar (de helft van die 44 lijkt mij een redelijke termijn) laten wachten. Als dan toch het woord 'historisch' moet vallen, lijkt mij dat een mooie en doeltreffende historische wraak.

Eigenbelang

Want als ik de berichten goed heb begrepen, en dat heb ik, overweegt het Vaticaan (inderdaad: overweegt, meer is het nog niet) de Joodse staat te erkennen omdat het daar belang bij heeft. In een van de kranten werd het prachtig samengevat: 'Het Vaticaan heeft volgens goed ingelichte politieke kringen in Jeruzalem de nieuwe realiteiten in het Midden-Oosten erkend en maakt zich op aansluiting te vinden bij het vredesproces om zijn belangen veilig te stellen.' (NRC Handelsblad, 30 juli).

Als ik het niet dacht - de belangrijkste, misschien wel enige motivatie van het Vaticaan is weer eens dat er belangen veilig moeten worden gesteld. Zij die de pretentie hebben de Jood Jezus Christus in dit aardse tranendal te vertegenwoordigen, ruiken politieke winst. Dus slaan zij krachtig toe: kom Joden, laten we praten, en als het kan een beetje snel.

Het beeld is helder. Het gaat, na vele slechte jaren, weer een beetje goed met Israel. Premier Rabin heeft het ideologische Groot-Israeldenken vervangen door veiligheidsdenken en dat is een grote stap vooruit. Er zal nog heel wat water door de Jordaan vloeien voordat de Israeliers, naar het woord van Golda Meir, boodschappen kunnen doen in Damascus en Amman, om over Beiroet, Bagdad en Teheran maar te zwijgen, maar het is niet geheel uitgesloten dat premier Rabin erin zal slagen de vrede uit het vuur te slepen. We hebben de laatste jaren wel meer wonderen in de internationale politiek meegemaakt. En daarom begint nu, uitgerekend nu, het Vaticaan, bang om de boot te missen, serieus te praten over diplomatieke erkenning van Israel.

Ik heb mij er altijd aan geergerd dat het Vaticaan 44 jaar lang weigerde een daad van elementaire rechtvaardigheid te stellen, erkenning zonder voorwaarden en omwegen van de Joodse staat, en ik ben ondanks alles blij dat het nu eindelijk lijkt te gaan gebeuren. Maar tegelijk krijg ik er, door de manier waarop, een misselijke smaak van in de mond.

Haast

'Vaticaan wil haast maken met Israel', kopte Trouw op 30 juli boven een bericht over het begin van de onderhandelingen (een VaticaansIsraelische commissie gaat praten over 'normalisering van de betrekkingen'). Haast! - dat mag na 44 jaar wel de overdrijving van het jaar worden genoemd. Het Vaticaan heeft bijna een halve eeuw de Joodse staat genegeerd, althans in diplomatieke zin, en dringt nu aan op spoed.

Maar de onderhandelingen zouden best wel eens erg lang kunnen duren, want reken maar dat het Vaticaan eisen gaat stellen. Misschien wordt de oude eis tot internationalisatie van Jeruzalem weer van stal gehaald. In elk geval kunnen we er zeker van zijn dat de Vaticaanse diplomaten in de commissie eindeloos gaan zeuren over 'vrije toegang tot de Heilige Plaatsen' en dat soort onzin.

Inez Polak wees er in Trouw op dat het Vaticaan de laatste jaren zijn eisen heeft verzacht en tegenwoordig genoegen neemt met 'een speciaal beheer van de oude stad van Jeruzalem en de zionsberg, met internationale garanties'. Zelfs is het Vaticaan bereid onderscheid te maken tussen enerzijds garanties voor de Heilige Plaatsen en anderzijds de soevereiniteit erover.

Waarachtig, als ik in Israel wat te zeggen had zou ik 22 jaar traineren nog veel te kort vinden. Laten de Israeliers er maar een halve eeuw van maken. Want geloof me, dat gezeur door de Heilige Stoel onder leiding van de Heilige Vader over de Heilige Plaatsen in het Heilige land is allemaal zeer onheilig.

En het slaat op niks. Iedereen die sinds 1967, toen Jeruzalem werd herenigd, wel eens in Israel is geweest weet dat alle aanhangers van de drie grote monotheistische wereldgodsdiensten vrije toegang hebben tot wat zij als hun Heilige Plaatsen beschouwen. Christenen kunnen zonder problemen alle plaatsen bezoeken die worden geacht door Jezus te zijn geheiligd, joden hebben vrije toegang tot de westelijke tempelmuur (ten onrechte dikwijls klaagmuur genoemd) en de moslims hebben vrije toegang hebben tot de moskee Al Aqsa en de Koepel op de Rots. Tussen 1948 en 1967, toen Oost-Jeruzalem in Jordaanse handen was, was dat niet zo. Toen konden de joden niet bij hun westelijke tempelmuur komen en het Vaticaan heeft het nimmer de moeite waard gevonden daartegen een woord van protest te laten horen.

Moslims

Natuurlijk irriteert het de moslims dat hun twee Heilige Plaatsen onder Israelische soevereiniteit staan. Daarover hebben zij (de Palestijnen en de Arabische landen) nog heel wat met Israel uit te vechten. Laten we hopen dat ze dat aan de onderhandelingstafel doen en niet in nieuwe oorlogen en een voortgezette Intifadah. Allerlei oplossingen zijn denkbaar, mits Israel tot concessies bereid is.

Maar een ding staat vast - aangezien christenen in Jeruzalem en in heel Israel kunnen gaan en staan waar zij willen mag, zolang dat zo blijft, het Vaticaan zich in het geheel niet met die zogenaamde Heilige Plaatsen bemoeien, en zeker mag het Vaticaan geen voorwaarden stellen en eisen verbinden aan de diplomatieke erkenning van Israel. Dat had gewoon al 44 jaar geleden moeten gebeuren. Het is dieptreurig dat het nu pas die kant op gaat en het is nog veel treuriger dat het Vaticaan meent eisen te kunnen stellen.

Velen hebben de laatste dagen weer gewezen op de arrogante houding van de pausen Pius XII en Paulus VI (Joannes XXIII was een gunstige uitzondering) tegenover Israel en de Joden. De eerlijkheid gebiedt te erkennen dat Joannes Paulus II, als het gaat om de relatie met de Joodse staat en de Joden, meer waardering verdient. Hij is een Pool, dat wil zeggen, hij komt uit een door en door antisemitisch land, maar hij heeft in de loop van de jaren een aantal uitspraken gedaan, die erop wijzen dat hij langzaam maar zeker begint te begrijpen dat Israel en het Joodse volk toch iets anders zijn dan zomaar een land en zomaar een volk.

Hij begon slecht. In oktober 1979, toen hij nog maar net paus was, reisde hij naar New York om de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties toe te spreken. Daar sprak hij ook over de politieke situatie in het Midden-Oosten. Hij presteerde het te pleiten voor een 'speciaal statuut' met 'internationale garanties' voor Jeruzalem, voor onafhankelijkheid van de Palestijnen en voor de 'territoriale integriteit' van Libanon zonder het woord Israel in de mond te nemen - dat vieze woord kon hij niet uit zijn roomse keel krijgen. Dat leidde tot een woedende reactie van mgr.A. C. Ramselaar, de toenmalige voorzitter van de Katholieke Raad voor Israel: 'Doodzwijgen is een van de ergste vormen van discriminatie.'

Maar sindsdien heeft Joannes Paulus II zijn leven gebeterd. Hij had ontmoetingen met Joodse delegaties in vele landen, ging op bezoek in de synagoge in Rome en sprak over 'het gerechtvaardigde verlangen van het Joodse volk in veiligheid te leven in zijn eigen staat'. Dat laatste was een belangrijke doorbraak - de paus erkende dat er zoiets bestaat als een Joods volk en een Joodse staat. En die uitspraak was geen eendagsvlieg, want op 20 april 1984 vroeg hij in een apostolische brief om 'veiligheid en gerechtvaardigde rust voor het Joodse volk dat in de staat Israel woont en in die streek zo'n kostbaar bewijs van zijn historie en zijn geloof bewaakt'.

Niet alleen die brief maar ook de datum van publikatie ervan waren, gezien de anti-Joodse geschiedenis van de roomse kerk, redelijk sensationeel, want 20 april 1984 was een Goede Vrijdag, en Goede Vrijdag was eeuwenlang de dag waarop katholieken in hun kerken baden 'pro perfidis judaeis', voor de trouweloze joden. Ik heb dat zelf in mijn jeugd ook gedaan (Vader, vergeef het mij, want ik wist niet wat ik deed) en ik herinner mij nog dat mijn moeder haar grote tevredenheid uitsprak toen Joannes XXIII dat krankzinnige gebed met een pennestreek afschafte.

Antisemitisme

Katholicisme en antisemitisme zijn, helaas, jarenlang hand in hand gegaan. In 1924 nog stelde de katholieke kerk in Nederland officieel vast: 'De omgang met Joden moet worden vermeden want zij staan zeer ver af van de eer van Christus' kruis dat voor hen een ergernis is. De pastoors moeten ervoor zorgen dat christenen niet in betrekking gaan bij joden, zodat zij hun bedienden en ondergeschikten worden. Indien er gaan gevaar voor geloof en zeden te vrezen is kan de dagelijkse loonarbeid in de landbouw en in de fabrieken voor joden worden gedaan. Er wordt echter ernstig voor gewaarschuwd dat die te verrichten diensten niet tot andere leiden waarin gevaar voor de ziel is gelegen. Daarenboven moeten de gelovigen er, naar de vermaning van Benedictus XIV, voor zorgen dat zij de hulp en de steun van joden niet nodig hebben'.

Een kerk die ooit zulke wartaal over Joden heeft uitgeslagen kan dat nooit meer goedmaken, maar ze zou het minstens kunnen proberen en zich berouwvol opstellen. Maar daarvan is in de houding van de officiele hierarchie nog steeds niets te merken.

Velen hebben dezer dagen herinnerd aan het bezoek van de Israelische premier Golda Meir aan Paulus VI in 1973 en aan de onaangename toon van dat gesprek, omdat de paus de premier de les las over het hardvochtige optreden van Israel tegen de Palestijnen. Golda Meir was daar woedend over. 'Ik had mij voorgenomen', vertelde zij later aan een verslaggever van het Israelische dagblad Ma'ariv, 'onder geen voorwaarde mijn ogen voor hem neer te slaan en dat is ook niet gebeurd.'

En daarna vertelde zij een fraaie anekdote. Toen zij op weg ging naar het Vaticaan zei zij tegen haar medewerkers: 'Stel je voor, ik, de dochter van een timmerman, ga op bezoek bij de paus van de katholieken'. Toen zei een van die medewerkers: 'Maak je geen zorgen, Golda, hier hebben ze een hele hoge dunk van kinderen van joodse timmerlieden.'

Het is een mooi verhaal en het is ook een simpele waarheid: Jezus was de Joodse zoon van een Joodse timmerman. In oktober 1991 luisterde ik in de universiteit van Tel Aviv in het gezelschap van een groep christenen naar een lezing van een hoogleraar en rabbijn die zes jaar lang een studie had gemaakt van het Nieuwe Testament. Hij had, vertelde hij, alle uitspraken van Jezus in zijn computer gestopt en vergeleken met wat wij het Oude Testament noemen. 'Ik heb een verrassing voor u, heren', zei hij. 'Jezus is als Jood geboren, hij is als Jood gestorven en hij heeft zijn hele leven nooit iets gezegd wat onjoods was, zelfs niet, toen hij bevestigde tegenover de hogepriester dat hij de zoon van God was: Gij zegt het (Mattheus 26 vers 64). Jezus hoort bij ons, hij hoort niet bij jullie. Jullie hebben hem gestolen en wij zijn van plan hem terug te halen waar hij thuishoort: in het Jodendom.'

Ik laat deze discussie gaarne aan de theologen over. Ik constateer alleen met genoegen dat zelfs de officiele katholieke hierarchie tegenwoordig enig respect begint te ontwikkelen voor het volk dat Jezus voortbracht en diplomatieke erkenning overweegt van de staat waarin een groot deel van dat volk nu leeft.

Dat die hierarchie dat om politieke redenen doet, 'om belangen veilig te stellen', is niettemin een schandaal, en dat zij er 44 jaar mee heeft gewacht is een nog veel groter schandaal. Maar het gebeurt tenminste, eindelijk, en zo is er toch nog vooruitgang in de wereld.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden