Eindelijk een hoofdredacteur die gewoon met pensioen gaat

“Kun je schrijven?”, vroeg Smedts. “Ja”, zei ik. “Nou, dan is dat geregeld”, zei hij. In een andere versie over zijn sollicitatiegesprek bij Vrij Nederland, maar gehouden in een café, herinnert Rinus Ferdinandusse zich: “Het vervelende was dat ik toen, diezelfde avond, me ook alleen die vraag nog kon herinneren. The rest was Schiedam.”

RUUD VERDONCK

De positie van Mathieu Smedts was onhoudbaar geworden na een conflict tussen directie en redactie en uiteindelijk ook de hoofdredacteur zelf. Nummer vier, Rinus Ferdinandusse, aangetreden in 1969, neemt vandaag afscheid van de redactie vanwege de loop der tijden: afgelopen donderdag werd hij 65 jaar. En hij vertrekt nadàt de conflicten zijn opgelost en de redactie in rustiger vaarwater terecht is gekomen.

'Die Ferdinand Dussee', zoals Van Kooten en De Bie (als Jacobse en Van Es) hem ooit noemden - en dat beklijft, had de laatste jaren al een paar stappen terug gedaan. Zeker naar buiten toe. Wekelijks publiceerde hij in VN nog wel zijn 'Gedachten op dinsdag' (de pagina GoD), hij legde oudere filmhelden af, besprak boeken, verzorgde jaarlijks de 'Detective- en thrillergids' en leverde soms nog een reportage. Niet niks allemaal, maar hij was voor het overige minder zichtbaar geworden, minder aanwezig dan eerder. Want helemaal goed is het na de heftige conflicten in de tweede helft van de jaren tachtig niet meer gekomen.

Misschien had VN toen wel last van een wat vroeg opspelende midlife crisis. Per slot van rekening noemde Ferdinandusse ooit de eerste helft van de jaren zestig de puberteit van Vrij Nederland. “De tweede helft was een tijd waarin het (met argwaan, achterdocht, speurzin zeggen wat er aan de hand is) ongeremd, met grote inzet en veel plezier in de praktijk werd gebracht.” Daarna volgden de jaren zeventig waarin de rekening van het voorgaande decennium werd opgemaakt, de tijd waarin Vrij Nederland furore maakte met opzienbarende en vernieuwende journalistieke producties. Om vervolgens gaandeweg genadeloos als iedereen getroffen te worden door het Almere-syndroom van de jaren tachtig dat ons is komen te staan op de tamelijk oninteressante, megalomane jaren negentig - even afgezien van de successen van Ajax uiteraard.

De theorie dat ook een krant die wat wil last heeft van zo'n menselijke levenscyclus die bijkans dodelijk kan worden, speelde op bij de recente perikelen rond Het Parool. De puberteitsvergelijking die Ferdinandusse in 1980 trok bij gelegenheid van het 40-jarig bestaan van Vrij Nederland, levert er meer voedsel voor. Maar geldt, bij nadere beschouwing, mogelijk toch minder voor VN: een blad kan nu eenmaal niet interessanter zijn dan de omliggende maatschappij en de vigerende tijden. En het dient gezegd, het verleden heeft de redactie niet verlamd, wel anders gemaakt.

Laatstelijk scoopte VN nog heel behoorlijk met de onthullingen over het plagiaat van René Diekstra. Maar die ademden toch niet de journalistieke sensatie van de vernieuwing in de Zwolsman-verhalen van Rudi van Meurs, of de onthullingen over het ABP, het Vredeling-interview van Bibeb, Feike Salverda's speurwerk naar wat de Koeweit-affaire van Ruud Lubbers werd, het Lockheed-schandaal, de onbedaarlijke woede van Hugo Brandt Corstius over Biesheuvel of Ruding, de aanhoudende haat-liefde verhouding met de PvdA waarin de wortels zaten van het voormalige verzetsblad.

In de tweede helft van de jaren tachtig speelden zich bij VN grootse problemen af, die uiteindelijk de carrière van Ferdinandusse in twee delen gesplitst heeft. Er was een einde gekomen aan de onbelemmerde groei, uitgeverij Weekbladpers verordonneerde bezuinigingen. Zelfs in de inmiddels tot zo'n dertig redacteuren uitgebreide staf moesten ontslagen vallen. Langs de kant stonden de meeste andere kranten toe te kijken. Hier lopen de meningen wat uiteen. VN heeft nooit geloofd dat andere kranten nieuwsgierig konden zijn geweest en hooguit vanwege hoogmoed & val alles wilden weten. Het was, nog deze week herhaalt Joop van Tijn het in het afscheidsartikel in Vrij Nederland, 'het misselijke wraakje' van kranten die eerder jarenlang gegeseld waren in spraakmakende rubrieken als 'Bij ons in Holland' en later 'Het Wereldje'.

Op z'n slechtst kreeg Vrij Nederland een koekje van eigen deeg, dat niet alleen werd bemachtigd door vijandelijke fotografen die door de gangen slopen of door redacteuren in het holst van de nacht te bellen. Bij het conflict over wie er weg moest en waarom hoorde ook dat de koekjes soms gratis uitgedeeld werden. Het geheel culminerend in het overigens niet zo sterke boekje 'De val van Vrij Nederland' van onder meer Theodor Holman en Bob Polak.

Journalisten blijken nog altijd het slechtst met hun eigen publiciteit om te kunnen gaan. Het kan al helemaal nauwelijks anders gaan wanneer mensen tegen hun wil ontslagen worden bij een bedrijf dat een redelijke mate van arbeiderszelfbestuur kende. En het lukte al helemaal niet om de boel rustig te houden, toen de kwestie ook nog eens 'sriller'-achtige elementen bleek te bevaten zoals anonieme brieven waarin redacteuren bedreigd werden met openbaarmaking van hun diepste geheimen.

De kwestie van die brieven is nooit echt opgelost. Maar aan hoofdredacteur Ferdinandusse hebben sindsdien alle letters van die mysterieuze brieven gekleefd: hij werd als de schrijver aangewezen. Terwijl hij voor die tijd tamelijk prominent aanwezig was in het publieke discours, trok hij zich terug. Naar buiten steeds zwijgend over de kwestie, naar men de indruk kreeg, boos en onbegrepen. Met zekere regelmaat zat hij nog wel in het vrijdagse VPRO-radioprogramma 'Welingelichte Kringen', maar de vrees voor de opinionleader van de gideonsbende van de Raamgracht was er wel vanaf, leek het.

Zijn eenmalige optreden in Carré in 1987 was zijn laatste grote openbare kunstje. Die avond keerde Rinus Ferdinandusse terug als cabaretier in een lange, met lichtbeelden versierde conference over het verloederende Amsterdam. Het was een aardige, onderhoudende avond, met vage contouren van hoe het ooit was geweest.

Zo werd het nooit meer. De laatste jaren van Ferdinandusse bij VN waren tamelijk stille jaren waarin hij, bijgestaan door zijn adjunct Joop van Tijn, nijver en op geheel eigen manier werkte aan een weekblad dat zich ook anno de jaren negentig overeind kon houden.

Hoe anders was dat in vergelijking met de jaren zestig. Al bij het veertigjarig jubileum van VN betrapte Ferdinandusse zich erop, dat hij, amper 47 jaar, als een oude man terugkeek op de spannende jaren waarin het allemaal gebeurde. De tijd toen overal de zweep over moest. Toen hij ook buiten VN, waar hij in 1959 was aangenomen, voorop liep. Bij voorbeeld in het Haags Studentencabaret, dat met een zekere regelmaat voor de Vara-tv verscheen. Daar hield hij conferences, zingen kon hij voor geen meter, als een bijna anti-conferencier, een man die na een schijnbaar verkeerd getaxeerde grap een beetje pijnlijk getroffen de zaal in keek, waarop dan alsnog welwillend gelachen werd, want zo hoorde dat.

In die tijd explodeerde de televisie en werd je vanzelf een nationale beroemdheid als je er een keer op te zien was. Maar de grote doorbraak van Rinus Ferdinandusse kwam natuurlijk met het legendarische satirische programma 'Zo is het toevallig ook nog eens een keer'. Naast onder meer Jan Blokker en Gerard Reve geselde Ferdinandusse de natie, waarin de ene helft zich mateloos opwond om de grappen, en de andere helft niet lachte om de grappen maar erom juichte. 'Zo is het' eindigde in de grootste tv-rel, van een omvang die - helaas - onvoorstelbaar is geworden.

Tot en met een tv-recensie van Leo Riemens op de voorpagina van De Telegraaf: “Was de eerste uitzending ergerlijk, de tweede vervelend, de derde was zowel het één als het ander. Het wordt nu tijd dat de Vara zich heel duidelijk realiseert, dat het Nederlandse publiek niet gediend is van schimpscheuten op het koninklijk huis en nog minder van godslastering. Dit was met het onderdeel over het Heilige Beeld en het TV-kruis, compleet met een 'parodie' op het Onze Vader, zo erg, dat in Amsterdam zelfs de politie werd opgebeld door verontwaardigde kijkers, die eisten dat zou worden ingegrepen. In het allereerste programma van het jaar moesten wij de heer Frans Halsema al horen vloeken. Vier dagen later kregen wij dit. Men kan zeggen dat niemand verplicht is deze vuiligheid aan te horen (te zien valt er in dit programma hoegenaamd niets), maar tenslotte betalen de kijkers hun kijkgeld niet om moedwillig te worden getreiterd. Ik hoop dat Yoka Beretty haar honorarium gebruikt heeft om naar de kapper te gaan of tenminste een kam te kopen. Ik volsta met de namen te memoren van hen, die aan dit programma hebben meegewerkt: Mies Bouwman, Jan Blokker, Rinus Ferdinandusse, Dimitri Frenkel Frank, Peter Lohr, Joop van Tijn, Gerard van het Reve, Yoka Beretty en de verantwoordelijke eindredacteur Herman Wigbold. Men weet nu wat men aan hen heeft.”

Een tractatie om zoveel woede terug te zien. Dàt gebeurde in de puberteitsjaren van VN.

In de daarop volgende tijden publiceerde Ferdinandusse zijn reeks van 'srillers' als 'Naakt over de schutting' en 'De bloedkoralen van de bastaard'. Zijn stukjes uit VN onder de kop 'Notities aan de tap', waarnemingen op z'n Carmiggelts maar minder melancholisch en meer gericht op een lach, werden gebundeld. Hij was jarenlang Douwe Trant, de oer-Nederlandse versie van Archie Bunker die toen nog geboren moest worden. Allemaal bijproducten.

Maar hoofdredacteur Rinus Ferdinandusse was toch voor alles de man die het weekblad Vrij Nederland gedurende 27 jaar begeleidde, langs de berg en, uiteindelijk ook, het dal. Die merkwaardige breuk van het grote conflict bij VN in de tweede helft van de jaren tachtig, waarbij Ferdinandusse met die wat malicieus lijkende glimlach van 'm de zaal in keek en er geen lach meer volgde.

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden