Eindelijk; een gemixt publiek in het theater

Het was de stille hoop van filmmaker Abdelkarim El-Fassi en acteur Nasrdin Dchar: dat hun theatervoorstelling Marokkaans publiek zou trekken. En het lukte!

Ontregelend was het - een schouwburg vol Marokkaanse Nederlanders. Jonge meiden met hippe hoofddoeken, jongens met leren jasjes en sneakers. Maar ook oudere vrouwen in traditionele kledij. Drie zaten onwennig op een designbankje onder een enorm stuk onbegrijpelijke moderne kunst te wachten tot de voorstelling zou beginnen.

Een paar dagen later, in het Rotterdamse theatercafé Floor, zeg ik het maar eerlijk tegen Nasrdin Dchar, een van de acteurs die die zondagmiddag op het toneel stond in de voorstelling 'Mijn vader, de expat + Oumi'. Dat ik er blind van uit was gegaan het gebruikelijke theaterpubliek aan te treffen in de Stadsschouwburg in Nijmegen. Wat ouder, tikje intellectueel en ja - witte Nederlanders. En wat een verrassing het was geweest om zo'n gemengde mensenmassa aan te treffen. Die in de zaal van zich liet horen, enthousiast reagerend op wat er op het toneel gebeurde.

"Het zegt heel veel dat het je ontregelt, dat er zoveel Marokkanen in de schouwburg zijn", zegt Dchar, zelf kind van Marokkaanse ouders. "Ik sta al dertien jaar op toneel, en ik had het ook nog nooit meegemaakt." Hij had het wel gehoopt, toen hij in 2011 'Oumi' ging spelen, een monoloog die Maria Goos schreef over Dchars moeder. "Het was zeker mijn hoop en mijn droom om de mix naar het theater te krijgen. Met name de Marokkaanse doelgroep wilde ik bereiken, maar dat is niet gelukt. Van de bezoekers was 95 procent autochtoon."

Toen hij vorig jaar ging samenwerken met filmmaker Abdelkarim el-Fassi lukte het opeens wel. Ze stelden een programma samen waarin Dchar eerst Oumi speelt en El-Fassi vervolgens 'Mijn vader, de expat' laat zien, een documentaire over zijn vader die als gastarbeider naar Nederland kwam. Ze haalden er nog vijf kunstenaars aan, de 'verhalenvertellers' Haci Tekinerdogan, Khalid Amakran, Karima el Fillali en Stryder. Het programma duurt wel vier uur, met Marokkaans eten in de pauze. "Abdelkarim heeft een enthousiaste, grote achterban en theater is anders dan film. Daardoor hebben we nu een publiek dat fantastisch is: fifty-fifty", zegt Dchar.

In de schouwburg van Nijmegen blijkt wat Abdelkarim El-Fassi weet los te maken bij jongeren. Na de voorstelling wordt Smahane naar voren geroepen: een jonge Nijmeegse die een Facebook-actie begon om de voorstelling naar Nijmegen te krijgen. Want na een twintigtal uitverkochte zalen in de Randstad was de rest van Nederland ook wel eens aan de beurt, vond ze.

"We hebben heel veel trouwe supporters, sommige mensen zijn al vier keer geweest", zegt El-Fassi. We zitten in een koffietent aan het Waterlooplein in Amsterdam. Over een paar dagen staat de voorstelling in Koninklijk Theater Carré - iets wat hij een jaar geleden niet had durven dromen. "Tegen Carré hebben we gezegd: dit is je toekomstige publiek. Het Amsterdamse publiek is straks niet meer in meerderheid wit. Wij binden een hoogopgeleid jong allochtoon publiek aan ons." Hoe dat precies moest, dat wist El-Fassi van tevoren ook niet. Maar hij was ervan overtuigd dat er een behoefte was. "We hadden zoiets van: ophouden met zeiken, we beginnen met niks, nul euro. De voorstelling is van onderaf opgekomen, we hebben nooit een cent subsidie gehad. De theaters vonden het ook spannend, of er mensen zouden komen, ze willen die groep graag bereiken. Wij hebben lokale vrijwilligers, een achterban die zich belangeloos inzet, die mensen mobiliseert. De directeur van theater aan het Spui in Den Haag was geëmotioneerd toen hij het gemengde publiek zag. De directeur van de Meervaart zei: Jullie hebben iets gemaakt waar mensen bij willen horen."

Ben je een voorbeeld voor anderen, wil ik weten. De vraag overvalt hem een beetje. "Ik denk niet dat heel veel Marokkanen zich altijd met mij kunnen identificeren", zegt El-Fassi. "Echt wel", mengt Rabia Amezian, zakelijk leider van het gezelschap, zich plotseling in het gesprek. Ze heeft steeds aan de telefoon gezeten, maar luistert al een poosje mee. "Je bent een rolmodel", zegt ze stellig. "Jij doet dingen die onmogelijk leken. Je maakt dingen toegankelijk voor andere jongeren."

Waarom komen allochtonen eigenlijk zo weinig naar het theater, vraag ik - het woord allochtonen slik ik half in, het past totaal niet bij El- Fassi en Amezian. "Ze staan niet op de mailinglijsten, en als er al stukken over en met allochtonen zijn, dan wordt het altijd geproblematiseerd", zegt El-Fassi. Wat hij en zijn compagnons opvoeren, gaat niet in de eerste plaats over problemen, maar over herkenning, zegt hij. Over de relatie tussen ouders en kinderen. 'Oumi' gaat over een moeder die serieus genomen wil worden door haar zoon die zijn eigen weg gaat. De documentaire van El-Fassi neemt de kijker mee naar Marokko. Zijn vader is daar sinds zijn pensioen vaak te vinden. Ze discussiëren heel open en liefdevol over hun totaal verschillende levens. De verhalenvertellers zorgen voor korte intermezzo's over de band met hun ouders, soms goed, soms moeizaam. "Heel veel mensen hebben net als ik een vader met suikerziekte over wie ze zich zorgen maken", zegt El-Fassi. "Het zijn universele thema's. Weg van etniciteit en religie."

"We hebben vooraf gezegd: het mag geen Marokkanenshow worden, geen exclusieve taal. We hebben er lang over gedacht waarover we het wel en niet zullen hebben in de voorstelling. We hebben besloten om de politiek, het immigratiedebat, er bewust buiten te laten. Het gaat in het theater om het kwetsbare, de miniverhaaltjes van ons allemaal. Niet om de zogenaamde clash of civilizations die buiten de muren gaande is. Onze angsten en emoties zijn allemaal dezelfde."

De voorstelling is, naast herkenbaar, ook heel duidelijk een eerbetoon van de jonge makers aan hun ouders, de eerste generatie Marokkanen die naar Nederland kwam om te werken, zeg ik. Dat beaamt El-Fassi. "Voor dit publiek is het fijn dat ze een keer het podium in een theater mogen claimen. Dat het verhaal van hun groep centraal staat." Ze hebben het zwaar gehad, hard gewerkt. Ze hebben ook dingen niet goed gedaan, maar doorzetten, opofferingen doen, daar kunnen we veel van leren."

"En voor de tweede of derde generatie is het ook belangrijk dit verhaal te horen", vindt hij. "En die vind je ook in je roots, bij je ouders."

Het is jullie nu gelukt, zeg ik, om allochtonen (daar heb je dat woord weer) naar het theater te krijgen. Met een voorstelling die heel herkenbaar is. Zou de drempel voor theaterbezoek nu ook verlaagd zijn - zouden ze ook naar Macbeth komen kijken?

"Macbeth lijkt me wat te ver gaan. Maar er zijn mensen die bijvoorbeeld wel naar een musical zijn gegaan. We zijn niet met het theater opgegroeid, het is een mooie kennismaking. Het zou te veel eer zijn om te zeggen dat wij dat voor elkaar hebben gekregen. Maar zo'n voorstelling werkt wel drempelverlagend. Mijn moeder was nog nooit in een bioscoop geweest en al helemaal niet in een schouwburg. Dat de ouderen komen samen met hun kinderen, dat vind ik belangrijk! Het theater is een fijne plek, die vier muren. Als de deuren dichtgaan heb je een eigen wereld."

De voorstelling van 'Mijn vader, de expat + Oumi', op 26 maart in Carré in Amsterdam, is al helemaal uitverkocht. Op 27 april is er daarom een extra Koningsdag-voorstelling in de Meervaart in Amsterdam. Informatie: mijnvaderdeexpat.nl

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden