Eindelijk een Corsicaan die z’n afperser durft aan te geven

Afpersingspraktijken zijn op Corsica aan de orde van dag. Maar niemand die erover spreekt. Totdat restauranthouder Lucien Benvenuti de stilte doorbrak.

Marijn Kruk

Iedereen in Saint-Florent kent het restaurant Le Petit Caporal. Maar toen eigenaar Lucien Benvenuti in juli tegen negenen werd gebeld, was dat niet om een tafel te reserveren.

„Ik ga nu drie minuten praten; jij zwijgt”, zei een onbekende mannenstem. „We willen 100.000 euro van je. Het is voor het Front. We weten wie je bent, we weten wie je familie is.”

Benvenuti, een gisse vijftiger met een modieus brilletje, zit ontspannen op het terras van zijn zaak. Achter hem zit een handjevol toeristen aan de koffie; voor hem ligt een rij kapitale speedjachten afgemeerd. Hij kende de verhalen wel over Parijse zakenmensen en tweedehuisjesbezitters die werden afgeperst. Maar hij dacht dat hem zoiets als geboren Corsicaan niet zou overkomen.

Benvenuti: „Ik zou binnen een paar dagen opnieuw gebeld worden. Toen dat gebeurde, wist ik dat het serieus was.” Ook het tweede telefoontje herinnert hij zich woord voor woord.

„Lucien, heb je het geld klaar ?”

„Klaar? Ik heb niets klaar voor jou! Lafbek !”

„Zo praat je niet tegen mij.”

„Ik praat tegen je zoals ik wil.”

„Dan ga je eraan.”

Toen deed Benvenuti iets ongehoords. Na overleg met zijn vrouw, de romancière Marie Ferranti, stapte hij naar de politie. ün naar Corse-Matin – de plaatselijke krant. Hij kreeg onmiddellijk 24-uursbewaking en de politie zette vijf rechercheurs op de zaak. Toch had Benvenuti niet kunnen bevroeden wat hij zou losmaken. Grote Franse kranten zonden hun sterreporters naar het eiland en nationale televisiezenders pakten groot uit met het verhaal. Toen president Nicolas Sarkozy onlangs op Corsica was, reisde hij speciaal naar Saint-Florent om Benvenuti te ontmoeten. „’Ik had zin om naast een onverschrokken kerel te staan’ zei hij tegen mij”, aldus Benvenuti – nog naglimmend van trots. Restauranthouders uit andere Corsicaanse steden als Bastia en Ajaccio belden hem op om steun te betuigen. Ook zij werden afgeperst. Maar anders dan Benvenuti zwegen zij.

„Dat maakt de zaak van Benvenuti zo uniek”, zegt Jean-Marc Raffaelli – journalist bij Corse-Matin – even verderop in Bastia. „Mensen praten niet over dit soort dingen op Corsica. Met zijn getuigenis doorbrak Benvenuti de loi de silence die op het eiland rond afpersingszaken regeert.”

Volgens Raffaelli maakt dat het ook lastig iets zinnigs te zeggen over de omvang van het fenomeen. Zelf houdt hij het op tientallen, zo niet honderden gevallen. De dader is nog altijd niet gepakt. Daarmee blijft onduidelijk of het ging om een ordinaire maffioso of dat de afperser inderdaad sprak namens het Front de la Libération de la Nation Corse (FLNC).

Deze gevreesde militante afscheidingsbeweging hief in de jaren tachtig een ’revolutionaire belasting’ onder eilandbewoners om de gewapende strijd tegen de ’Franse bezetter’ te bekostigen. Raffaelli houdt het in dit geval op geïsoleerde criminelen, maar sluit niet uit dat zij hun wortels hebben in het Corsicaanse nationalisme.

„De milieus lopen in elkaar over. Vaak gaat het om voormalige FLNC-leden die hun idealen verloren en geen zin hebben om te werken voor hun geld.”

Bewaking heeft Benvenuti sinds een tijdje niet meer. Op zijn hoede blijft hij wel. Hij benadrukt dat hij in eerste plaats uit eigenbelang heeft gehandeld; dat hij geen statement heeft willen maken. Toch hoopt hij op zijn manier een voorbeeldrol te kunnen vervullen.

„Men durft weer vrij te spreken op Corsica, zei een Duitser wiens huisje was opgeblazen me onlangs.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden