Einde van goed bedoelde houthandel

Met duurzame houtkap zouden bewoners van de Salomonseilanden hun brood verdienen. En hun hout zou illegaal gekapt tropisch hout van de Nederlandse markt verdrijven. Een mooi idee eindigde in een fiasco, en een rechtszaak.

Han Koch

Ex-CDA-politica Tineke Lodders staat vandaag voor de rechtbank van Utrecht. Lodders moet zich als voorzitter van de interkerkelijke hulporganisatie Icco verantwoorden voor het plotselinge einde van de ideële houtwerf Swift Hout in Dieren.

Met de campagne 'Illegaal hout is crimineeel' wil milieuorganisatie Greenpeace Nederlandse houthandelaren en politici in de beklaagdenbank plaatsen. Vooralsnog is Loddders de enige in de beklaagdenbank. En ze zit daar niet vanwege het gebruik van illegaal gekapt tropisch hout, maar vanwege een poging duurzaam gekapt hout naar de markt te brengen. De zaak Swift Hout laat zien dat de vraag van de houthandel naar duurzaam gekapt hout groter is dan het aanbod, maar dat bij de ideële koppeling van aanbod en vraag veel mis kan gaan.

Juli 1998. Onder de kop 'Ideële handel in hout dicht wegens succes' vermeldt Trouw de ideële houtwerf Siwft Hout in Dieren. De houtwerf is eigendom van het kerkgenootschap United Church op de Salomonseilanden en opgezet met geld van onder meer de Rabobank Doesburg en hulporganisatie Icco. Met pijn in het hart werd de handel, een jaar na de start, alweer gesloten.

Swift Hout moest de springplank worden voor de verkoop van duurzaam gekapt hout van de eilandengroep in de Stille Oceaan. De export van het duurzaam gekapte hout zou het mes aan twee kanten laten snijden. De bewoners van de eilanden zouden inkomsten verwerven en daardoor hun land niet hoeven te laten gebruiken door illegale houtkappers, en Icco kon laten zien dat hulp en handel wel degelijk samengaan.

Ruim een jaar na opening van de werf blijkt dat de markt is veranderd, luidde de verklaring van de toenmalige Icco-manager voor Azië: ,,Een flink aantal handelaren is nu zeer serieus bezig met gecertificeerd hout en de rol van tussenpost is niet meer nodig.''

Het verlies voor Icco wordt geraamd op 545000 euro. Dat is belastinggeld, want Icco wordt als zogeheten medefincieringsorganisatie voor een belangrijk deel door de overheid gefinancierd.

En het had allemaal zo mooi kunen zijn. Tineke Lodders riep 14 maanden eerder, bij de feestelijke opening van de werf in Dieren, nog dat het hout van de werf onder het Max Havelaar-keurmerk zou moeten vallen. De gebruikelijke groene beleggingsfondsen met hun kapitaal in plantages waren volgens Lodders wel een goed alternatief voor het kappen van oerbos, maar zij twijfelde er openlijk aan of de opbrengsten bij de lokale bevolking zou komen.

Het Swift Hout project zou voor een doorbraak zorgen. De Nederlandse overheid moest volgens Lodders een fonds instellen voor hulp aan lokale producenten ten einde hun hout gecertificeerd te krijgen als duurzaam geproduceerd.

Nu vijf jaar na het einde van de houtwerf is de top van Icco gedaagd voor voorlopige getuigenverhoren. De zaak is bij de rechtbank gebracht door Jaap Schep. Schep was een medewerker van Icco en nadien ontwikkelingsadviseur bij het protestantse kerkgenootschap United Church op de Salomonseilanden. Schep wil uitgezocht hebben of hij nog recht heeft op grofweg 420000 gulden.

Als adviseur van United Church werd Schep destijds toegevoegd aan de directie van Swift Hout. Schep stapte echter naast die zakelijke functies ook privé in het project. Toen bleek dat de Rabobank Doesburg geen overheidsgarantie kon krijgen voor zijn investering, dreigde het hele Swift Hout-project vertraging op te lopen. Om vaart te houden in het project nam Schep een hypotheek op zijn huis en leende Swift Hout 190000 euro. Uit de stukken blijkt dat niemand, de Rabobank in Doesburg noch Icco, zich verzette tegen de aanbieding van privégeld.

Het is een klassieke fout privékapitaal in een ontwikkelingsrelatie in te brengen. Het gebeurde ongetwijfeld met de beste bedoelingen maar de vermenging van privé en zakelijk belang breekt op, zo blijkt uit de voorlopige getuigenverhoren van Schep zelf, de moderator van United Church en de top van Icco.

De kwaliteiten van Schep worden door Icco in twijfel getrokken als de houtwerf niet naar verwachting blijkt te presteren. Het hout kan niet worden afgezet omdat de kwaliteit niet in overeenstemming is met wat de Nederlandse klanten vragen. En Schep, als vertegenwoordiger van de United Church in Nederland, wordt door Icco als de zondebok aangewezen. De United Church wil echter Schep niet laten vallen. De kerk voelt zich wel onder druk gezet door Icco, waardoor een discussie begint te ontstaan of een westerse hulporganisatie niet een zuidelijke partner de wet aan het voorschrijven is. Aan Icco-zijde wordt vervolgens weer betwijfeld of het optuigen van een hulp- en handelproject met een niet-zakelijke partner (United Church) wel zo'n goede keuze is geweest.

De verwijten van Schep gaan echter verder dan zijn privé geleden schade. Icco stelde in zijn ogen de relatie met de United Church op de proef door aan te komen met houthandel Van den Berg uit Nieuwerbrug. De laatste had een slechte naam bij United Church omdat de Nederlandse houthandelaar zelf via tussenpersonen op de Salomonsielanden hout aan het kopen was en zo een concurrent leek te zijn van het project. Icco had echter wel vertrouwen in het bedrijf vooral omdat het de slecht draaiende houtwerf in Dieren met alle lusten en lasten wilde overnemen.

Schep en United Church zagen meer in een overeenkomst met een consortium van vijf andere Nederlandse bedrijven die de houtvoorraad op de Salomonseilanden wilden opkopen voor een periode van drie jaar. Bij die vijf zitten houthandelaren als Jongeneel en Wijma die nu door Greenpeace als verdachte handelaren worden bestempeld onder het motto: de helft van al het in Nederland verkochte hout is afkomstig van illegale kap.

Voor Icco was een contract met de vijf handelaren geen optie meer; de hulporganisatie onderhandelde over verkoop van de houtwerf en had in maart 1998 eigenlijk al de handdoek in de ring gegooid. De crisis in Azië had de vraag naar hout doen inzakken. De garantieprijs voor het hout uit de eilandengroep was inmiddels te ver boven de wereldhandelsprijs gestegen om met succes een gespecialiseerde houtwerf te kunnen laten draaien.

In de ogen van klager Schep heeft Icco niet alleen het project om zeep geholpen, maar tevens zijn goede naam in de kring van ontwikkelingswerkers te grabbel gegooid. Onder druk van Icco moest de United Church de relatie met Schep verbreken. Of Schep mag rekenen op een vergoeding hangt af van de rechtbank in Utrecht. Die moet na de voorlopige getuigenverhoren oordelen of Icco onrechtmatig heeft gehandeld. Zo ja, dan kan de schade voor de hulporganisatie wel eens hoger uitvallen dan de 545000 euro die aan de financiering van de werf verloren ging.

De zaak Icco-versus-Schep heeft echter een bredere uitstraling. De opdracht die Icco en United Church op zich namen creëerde hoge verwachtingen bij alle partijen, zo concludeert het bureau AidEnvironment uit Amsterdam. Er was te weinig oog voor professionele zwaktes, het project was te ambitieus en te complex.

De eigenschappen van goede ontwikkelingswerkers komen niet automatisch overeen met de kwaliteiten die goede ondernemers moeten hebben, concludeerde Icco zelf ook. Te veel lag de nadruk op de export van het duurzaam gekapte hout; er was te weinig oog voor mogelijkheden op de lokale markt. In een brief aan het ministerie stelt Icco dat eerst ervaring op de lokale markt opgedaan had moeten worden en dat commerciële activiteiten bestuurlijk zelfstandig (lees: los van de United Church) opgezet hadden moeten worden.

Terwijl Greenpeace nu de Nederlandse houthandelaren in de verdachtenbank plaatst, komt AidEnvironment in zijn beoordeling van het Icco-project eigenlijk tot een tegenovergestelde conclusie: bij alle conferenties die Icco belegde bleef de rol van de reguliere houthandelaren te vaak onderbelicht. Houthandelaren die vaak wel van goede wil bleken, maar niet konden voldoen aan de vraag naar gecertificeerd hout. Zij kregen -als ze al werden uitgenodigd- nauwelijks de kans om zich te presenteren. En Icco legde ook geen contact met de milieubeweging.

Bij Icco overheerst het gevoel dat nu de zaak bij de rechter ligt duur leergeld is betaald. ,,We hebben als een van de eerste organisaties partners aan elkaar proberen te koppelen in het hulp en handeltraject en die credit eisen we eigenlijk nog steeds op'', zegt een woordvoerder van de organisatie. Blijft over dat niet alleen de werf niet meer bestaat, maar dat ook het project van United Church op de Salomonseilanden ter ziele is.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden