Eilandjes alleen aan vrouwelijke architecten toegewezen

Te zien t/m 31/12, Zuiderkerkhof 72, Amsterdam, open ma t/m vrij 12.30- 16.30u, do ook van 18-21u.

Het plan kwam van de gemeente Amsterdam. Twaalf bureaus van vrouwelijke architecten werd gevraagd om elk twee ontwerpen in te zenden: een voor de bebouwing van een klein eilandje, een voor een iets groter. Acht van de 24 ontwerpen worden vanaf september 1993 gerealiseerd in het voormalig tuinbouwgebied Nieuw-Sloten.

De reden om alleen vrouwen te vragen? 'Bij de voorlopige selectie van jonge architecten voor de eilanden, bleek er veel vrouwelijk talent tussen te zitten', meldt het juryrapport. 'De rest van de tuinstad Sloten is enkel door mannen ontworpen. Als tegenhanger van deze monocultuur is hier gekozen om bij de selectie in eerste instantie te zoeken naar vrouwelijke architecten.'

Onzin, vinden de geselesteerde architectes. "Een hele leuke opgave, maar de toonzetting was een beetje irritant," typeert Marianne Loof van architectenbureau Loof en Van Stigt dat op een klein eiland gaat bouwen de ontwerpopdracht. "We vonden het bizar om een opgave te formuleren vanuit de kwalificatie om vrouwen een kans te willen geven iets te bouwen. Bovendien werk ik met een man (met Jurriaan Stigt) samen, en ging ik hem natuurlijk niet verbieden om aan deze opdracht mee te werken." Alle jonge ontwerpbureaus hebben een steuntje in de rug nodig, niet speciaal die van vrouwen. Dat er bij die 'jonge helden' relatief veel vrouwen zijn, komt doordat de toestroom van vrouwen naar architectuuropleidingen nog vrij recent is. Momenteel is ruim de helft van de studenten vrouw.

Gemeentelijk stedebouwkundige Jan Brouwer, die het stedebouwkundige plan voor dit deel van het gebied maakte, deelt de algemene scepsis over het selectiecriterium. "Architecten moeten worden beoordeeld op hun kwalificaties, niet omdat ze vrouw zijn. Maar er is genoeg jong talent in Nederland. We hadden ook met gemak twintig vrouwelijke architecten kunnen vinden die aan de criteria voldeden."

Wel een interessant punt voor de deelnemers was dat deze opdracht de overstap naar het bouwen in een andere sector mogelijk maakt. Voor een gevestigd bureau als Loof en Van Stigt is dat minder belangrijk; dit werkt al langer met grote projectontwikkelaars en realiseert momenteel een project met honderd woningen. Voor veel 'jonge' architectenbureaus is het echter moeilijk om uit de opdrachtensfeer van de gesubsidieerde woningbouw te komen, waar hun eerste opdrachten meestal vandaan komen. Anke Zeinstra (van bureau Van der Waals en Zeinstra, dat ook op een klein eiland gaat bouwen): "Van beleggers komen nauwelijks impulsen om iets uit te proberen, het is een conservatieve markt. Zo komen jonge mensen moeilijk aan de bak. Je kunt binnen de sociale woningbouw wel voor vol worden aangezien, maar grote beleggers gaan niet gauw met een nieuwe architect in zee."

Gedwongen huwelijk

De gemeente is de enige die een gedwongen huwelijk tussen een projectontwikkelaar en een bepaalde architect tot stand kan brengen. Als de projectontwikkelaar niet wil, neemt de gemeente gewoon een ander. In dit geval waren er drie benaderd, die allen wel voor dit plan voelden. Dat pleit voor hun veranderende instelling, vindt Brouwer. "De hoeveelheid prijsvragen die circuleren met leuke ideeen is legio. Daar maken veel projectontwikkelaars mooie sier mee. Maar om er dan ook daadwerkelijk de markt mee op te gaan, is iets heel anders. Bovendien bouwen ze graag in Amsterdam, want daar wonen veel potentiele kopers. Maar het aanbod van projecten wordt steeds kleiner, Amsterdam heeft weinig goede locaties meer." Nieuw-Sloten is er zo een: een zeer aantrekkelijk grensgebied op de rand van stad en platteland. Uiteindelijk kreeg de projectontwikkelaar Wilma de opdracht.

Het gebied was heel specifiek: een oud, verkaveld tuinbouwgebied met oorspronkelijke bomenlanen naast het dorpje Sloten. Brouwers wilde de overgang van stedelijk gebied naar de oorspronkelijke dorpssfeer niet te abrupt laten verlopen en het karakter van het gebied handhaven. Daarom liet hij de oorspronkelijke indeling van kleine eilanden herstellen en de sloten - die waren verdwenen door het opspuiten van zand als ondergrond voor de nieuwbouw - opnieuw uitgraven. Zo blijft de geschiedenis door de nieuwbouw heen leesbaar.

Spelregels bij de opdracht waren dat de ontwerpen voor een klein en een groot eiland anders moesten zijn, dat de bebouwing maximaal dertig procent mocht bedragen, overal vier meter van de oever moest liggen en niet hoger mocht zijn dan twee woonlagen met een dak. Op het kleine eiland moesten vier woningen komen, op het grote acht. De verkoopprijzen per huis moesten rond de vier ton bedragen.

De verschillende ontwerpen gaan heel anders om met deze eisen, de omgeving, en het karakter van een laag eilandje met privacy, intimiteit en water rondom. Een aantal interessante ideeen haalden het niet; de hoekige hoogbouw van de Amerikanen Linda Pollari en Robert Somol zou volgens jurylid Brouwer qua 'rotsige' vorm beslist niet bij het karakter van dit platte watergebied passen. Andere plannen waren te duur en werden te karakteristiek geacht om in een 'uitgeklede' versie te worden uitgevoerd. Dat geldt voor de twee prachtige, trapvormige woongebouwen in de vorm van aangespoelde vissen van Marlies Rohmer en Art Zaaijer. Loof en Van Stigt kozen voor woningen met minder spectaculaire plattegronden en een heldere organisatie om rust tussen de veelvormigeheid van de verschillende ontwerpen te plaatsen. Van Stigt: "Wij richten ons op ruimtelijke effecten die je binnen en buiten ervaart maar die je niet meteen aan de ingewikkelde plattegrond afleest." Om de bewoners een extra beleving van privacy te geven, zitten de voordeuren van de rug aan rug gebouwde woningen niet aan de straatkant maar komen zij uit op de tuin.

Het plan 'Waterlijn' van Anke Zeinstra en Marian van der Waals gaat uit van vier kleine, losstaande woonvolumes, om aan te sluiten bij de fijnheid van de moestuinen en schuurtjes die er vroeger stonden. Een mooie oplossing voor de strijd tussen gemeenschappelijkheid en individualiteit op een klein eiland vonden Susanne Komossa en Lisl Erdhoffer, die de vier woningen in waaiervorm legden. Erdhoffer: "Bij koopwoningen van vier ton wil iedereen evenveel voordelen qua zon, ruimte en licht. Omdat vrijstaande woningen veel duurder zijn, denk je dan al gauw aan twee onder een kap. Wij wilden de buitenruimte op dit piepkleine eilandje niet nog eens opdelen in kleine stukjes, maar toch zoveel mogelijk privacy bieden. Door de woningen met de zon mee te draaien kon de omliggende ruimte als geheel behouden blijven en heeft toch iedereen een eigen stuk grond en een maximum aan zon en licht." Ook deze waaier zal volgend jaar gerealiseerd zijn. De aardige expositie 'Over de brug' in de Amsterdamse Zuiderkerk toont alle 24 gemaakte ontwerpen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden