Eijk is zegen en bedreiging

Is de kerk gebaat bij een uitgesproken leider als de nieuwe aartsbisschop Wim Eijk? En wat betekent dat voor de oecumene? PKN-predikant Matthias Smalbrugge en katholiek Huub Oosterhuis wegen de kwaliteiten van Wim Eijk.

Monic Slingerland

Vriend en vijand van de nieuwe aartsbisschop Wim Eijk roemen zijn bestuurlijk talent. Dat hij strak in de pas van Rome loopt en weinig meegaand is, baart zorgen, sommigen althans. Ontzag is er weer voor die dubbele doctorstitel – maar is die wel handig om de kerkelijke leegloop te keren? En hoe gaat het gesprek met andere kerken, met een rooms-katholiek die kaarsrecht in de leer is?

Dit keer is het zaak om de spelers van het elftal op hun kerkelijke achtergrond te kiezen. Een protestant en een katholiek. Om met de PKN-predikant Matthias Smalbrugge te beginnen, die vindt het een ’uitstekende benoeming voor de rk kerk’. Volgens Smalbrugge is de nieuwe aartsbisschop in eerste instantie om zijn theologische kwaliteiten gekozen, al is hij ook een goed bestuurder. „Hij is theologisch haarscherp. Mij lijkt dat dit de stijl is van Benedictus XVI. Binnen de katholieke kerk worden de lijnen strakgetrokken.”

Dat de lijnen in ’zijn’ kerk strakgetrokken zijn, dat ziet Huub Oosterhuis ook, alleen gebruikt hij de term ’rigide’. Oosterhuis heeft een andere kijk op de kwaliteiten van Eijk. „Hij is vooral als bestuurder gekozen, niet als theoloog.”

Het blijft allemaal speculeren natuurlijk, maar wat verwacht Smalbrugge van de invloed van Eijk op de oecumene? Hij staat niet bekend als iemand die de oecumene erg belangrijk vindt. Matthias Smalbrugge vergelijkt Eijk met de huidige paus. „Een scherp theoloog die aan zijn eigen standpunt vasthoudt en tegelijk ruimte biedt aan andersdenkenden. Denk maar aan Regensburg, de briljante rede die Benedictus toen hield en hoe hij daarna is omgegaan met de commotie. Het is goed voor de kerk, al is het niet mijn type kerk.”

Maar de rk kerk heeft wel een beter concept dan de protestanten, vindt Smalbrugge. „Wij zouden moeten inzetten op leiderschap, maar dat doen we niet. Bij ons gaat het om bestuurlijk en organisatorisch vermogen, niet om het debat. Neem iemand als de atheïstische dominee Klaas Hendrikse. Die verdient een scherp antwoord, maar dat komt er niet. Dat heeft alles te maken met de opvatting over wat de kerk is. Wij missen theologen die scherpte in het debat kunnen brengen. Dan pas heb je een sterke kaart in handen, in de oecumene en bij het overleven van het christendom.”

Daarom vindt Smalbrugge dat Eijk juist voorop loopt in de oecumene. „De klassieke oecumene gaat op zoek naar wat ons bindt, naar toenadering. Maar dat is allang niet meer relevant. Het gaat bij oecumene om de beste kaart voor de toekomst van het christendom. En wat dat betreft is Eijk een goede keuze. Een kerk die geen duidelijke identiteit heeft, is geen aantrekkelijk product.”

Huub Oosterhuis heeft bedenkingen bij de duidelijkheid van Eijk. „Het is gezichtsbedrog, vrees ik. Ik geloof niet dat zo’n vorm van helderheid heilzaam is.” Oosterhuis noemt als voorbeeld de zeer uitgesproken bisschop Gijsen van Roermond die in 1993 opgevolgd is door de minder uitgesproken Wiertz. „Wiertz heeft een eind gemaakt aan de godsdienstoorlog die Gijsen ontketend had. Dat is precies het verschil tussen iemand als Eijk en iemand als Wiertz. Ik ben bang dat zo’n uitgesproken man als Eijk polariserend gaat werken.”

„Die uitgesprokenheid vervreemdt mensen van de kerk en van veel meer dan de kerk. Velen die door een persoonlijke crisis heengaan, houden toch vast aan het grote verhaal waar de kerk uit gebouwd is, en blijven daarbij. De rk kerk is veel steviger in het leven geplant dan de reformatorische kerken. Dat geeft een groter conflict en veel pijn.”

Oosterhuis, zelf lange tijd in botsing met de kerkelijke leiding, bestrijdt dat ’Rome’ per definitie staat voor strakke lijnen en het afwijzen wat daar niet binnen past. Bij de fusie waaruit de Faculteit Katholieke Theologie in Tilburg ontstond, schrapte Wim Eijk een vak als vrouwenstudies en wees hij Frans Vosman, bekend als een loyaal en bekwaam theoloog, af. Huub Oosterhuis betwijfelt of het de opdracht van Rome was om zonder dat er enig verweer mogelijk was de vakken vrouwenstudies en judaïca te schrappen.

„Je kunt je niet voorstellen dat in zo’n oude, brede en genuanceerde traditie als de katholieke dit mogelijk is. Het is een denkfout, of een karaktereigenschap waar ik niet veel goeds van verwacht. Al hoop ik wel dat Eijk zal laten zien dat hij ook andere kanten heeft.”

Het christendom heeft niet alleen de kerk om te overleven, zegt Huub Oosterhuis. Neem zijn eigen Studentenekklesia. Gegroeid in de luwte van het instituut. „We hebben een vrije opstelling bevochten, of ook wel zijn we in deze positie gedrongen. Maar er is iets ontstaan. Iets dat kerkjuridisch niet kan, maar het is er wel. En er zijn mensen bij betrokken die diepgelovig zijn. En die putten uit de traditie. Ze willen bijvoorbeeld het klassieke In Paradisum laten klinken bij hun uitvaart.”

Er moet Oosterhuis iets van het hart, in de discussie over de randkerkelijken. „Dat zijn ook gelovige mensen die niet het oude erfgoed willen wegdoen, maar iets willen toevoegen aan de traditie. Er zijn er die zich hebben losgemaakt uit eeuwenlang gegroeide kerkelijkheid, juist om dichter te komen bij de bron van hun traditie, de Bijbel.”

„Gelovig zijn kan ook buiten de kaders van Rome. Mensen die zich een weg banen naar iets anders. Dat gebeurt op zoveel plekken, ook in Utrecht en in Roermond. Over deze mensen, ik schat zo’n 100.000, wordt nooit gesproken als het gaat over leegloop van kerken. Ik hoop op een gesprek hierover met Eijk.”

Maar de Studentenekklesia, of de leerhuizen, zegt Smalbrugge, zijn toch een kort leven beschoren. „Ze zijn een nuttige aanvulling, maar het is geen reële optie dat iets als een leerhuis of studentenekklesia een voortzetting is van het instituut.” Om randkerkelijken bij het christendom te betrekken, is toch een duidelijk kerkelijk standpunt nodig, meent Smalbrugge. „De protestantse kerken moeten betere theologen hebben en een duidelijker standpunt innemen dan nu gebeurt. Nu roepen we vanaf de zijkant, maar spreken ons niet uit. We moeten een duidelijk antwoord vinden, maar dat kunnen we niet.”

Moeten er betere theologen komen? Oosterhuis spreekt liever van 'schriftkundigen’. „De theologie loopt vast in conflict, in dogmatiek, in tegenstellingen. Er is behoefte aan kennisoverdracht, aan leraren die de spiritualiteit van de Bijbel drastisch neerzetten, zodat het begint te tintelen. Daar is behoefte aan. Niet aan geleerde theologen die ook heel goede bestuurders zijn.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden