Eigenzinnige modemeesters uit Antwerpen uitvergroot op ’6+’.

Als er ’Made in Belgium’ op je label in je jurk of broek staat dan heb je tegenwoordig toch een bescheiden statussymbool aan je lijf. Onze zuiderburen maken nu al zo’n kleine twintig jaar furore met hun modeontwerpers en zijn inmiddels over de hele wereld vermaard om hun eigenzinnige visies gecombineerd met vakmanschap. Nu is er de overzichtstentoonstelling ’6+, Antwerpse Mode in het Vlaams Parlement’ (Brussel) en toont het Modemuseum (Antwerpen) met hedendaagse en historische stukken een verhelderende inkijk achter het ontwerp.

Het begon allemaal in 1988, op de modebeurs in Londen presenteerden zich gezamenlijk onder de noemer ’the Antwerp Six’, zes ontwerpers net afgestudeerd aan de Modeacademie in Antwerpen met een defilé dat insloeg als een bom. Ann Demeulemeester, Dries van Noten, Dirk van Saene, Dik Bikkembergs, Walter van Beirendonck en Marina Yee toonden originele en provocerende ontwerpen die niets meer met het klassieke, degelijke en vooral op Parijs gerichte imago van de academie te maken hadden. Algauw was hun reputatie gevestigd en volgden meer generaties ontwerpers die dwars waren van de voorgeschreven trends en glamour in de vluchtige modewereld. Ze waren conceptueel en experimenteel ingesteld maar wel met een sterk besef van traditie en identiteit. Het plusteken in de titel verwijst naar Martin Margiela, misschien wel de meest controversiële ontwerper die later aan het rijtje werd toegevoegd en een latere generatie als Raf Simons, Veronique Branquinho en A.F. Vandevorst.

Wat hun ontwerpen nu zo bijzonder maakt is eigenlijk niet onder een noemer te brengen, want ze zijn allemaal erg verschillend. Ann Demeulemeester maakt met Patti Smith als muze vooral zwarte punky, sluike nonchalante silhouetten maar met precieze aandacht voor coupe en belijning. Dries van Noten haalt zijn inspiratie vooral uit exotische landen en het verleden en gebruikt veel rijk geborduurde en bedrukte stoffen. Van Beirendonck haalt thema’s uit de game- en hiphopcultuur met knallende kleuren, stripachtige teksten en patronen.

Bij ’6+’ in Brussel zijn krantenartikelen en interviews uitvergroot opgehangen en het vraagt enig leeswerk om inzicht te krijgen hoe het allemaal begon, maar er zijn ook kledingstukken en video’s van hun opvallendste shows te zien.

Margiela is diegene die zich de meeste vragen stelt met betrekking tot het hele systeem achter de kledingindustrie, maatschappij en de rol van mode daarin en is wellicht ook de meest interessante ontwerper. Kenmerkend voor hem is de video van een beruchte show in een achterstandswijk in Parijs. De uitnodigingen waren door allochtone kinderen uit de buurt gemaakt en zij mochten ook tijdens de show ravotten op de catwalk. Hij wordt aan de ene kant om zijn durf en visionaire blik over de ontstane tweedeling in de westerse maatschappij bewonderd, maar hij krijgt ook kritiek om luxe elitaire kleding in zo’n buurt te presenteren. In het Momu is een aantal kledingstukken te zien geïnspireerd op de kleertjes van een barbiepop met in verhouding gigantisch grote drukknopen en ritsen op minuscule rokjes en truitjes.

De complexiteit en ambiguïteit van het label/merk stelt hij ter discussie door zijn eigen label; een wit stukje stof zonder informatie erop dat met grove witte steken in het kledingstuk is genaaid. De presentatie in het Momu oogt aantrekkelijker dan ’6+’ en is voor niet-modeverslaafden interessanter. Hier kom je meer te weten wat de beweegredenen en inspiratiebronnen zijn voor huidige generatie ontwerpers en wat de lijn met de geschiedenis is.

Bij de entree in ’De collectie selectie II’ word je door Dirk van Saene’s wintercollectie ’Fashion-Sampling’ meteen bewust waar het om draait. Aan de ene kant van de gang staan acht zwarte jurken opgesteld, uit verschillende tijdsperiodes, en daar tegenover heeft Van Saene acht jurken gemaakt door verschillende opvallende vormelementen als bijvoorbeeld de simpele hemdvorm uit 1979 te met de plooirok uit 1950 bij elkaar te voegen tot een jurk. Door alles in het zwart te laten zien zijn de constructie, vorm en belijning goed zien. Comme des Garçons heeft goedkope glimmende roze en lila nylonstoffen en zwart kant verwerkt in vervreemdende gewaden die eigenlijk associaties zouden moeten oproepen met borsten, heupen en billen maar door hun vorm niets meer met erotiek te maken hebben en ons op een andere manier naar ons vooringenomen beeld laten kijken.

Verrassende voetnoot is het klassieke Chanelpakje van beige tweed, ooit gedragen door koningin Paola in 1961 en geschonken aan het museum na een informeel bezoek. Chanel, dat was ooit het grote voorbeeld voor menig docent en student op de modeacademie voor de revolte begon. Maar het is voor een groot deel ook aan de voormalige minister Willy Claes te danken dat men nu trots deze overzichtstentoonstellingen kan presenteren. Hij kwam destijds met een vijfjarenplan om de kwijnende textielindustrie nieuwe impulsen te geven en nam Helena Ravijst als adviseur, die ervan doordrongen was dat je met zelfbewuste vernieuwende jonge ontwerpers moest komen.

Er kwam een magazine en een prestigieuze wedstrijd, ’De gouden Spoel’, die er mede voor hebben gezorgd dat er een kader kwam voor jonge ontwerpers om zich te kunnen profileren en presenteren. Wat er daarna gebeurde is nu bekend.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden