Eigenzinnig, in het heetste vuur

In de chaos van de oorlog bleef Gertrude van Tijn tot het uiterste gaan om Joden te redden. Zelf vluchten was geen optie

In een afscheidsbrief voor haar kinderen ('mocht ik het einde niet meer meemaken') distantieerde Gertrude van Tijn zich in 1943 nadrukkelijk van het beleid van de Joodse Raad. Zij vond die te meegaand. Ondanks haar kritiek op de leiding bleef ze toch lange tijd hard binnen de organisatie werken aan emigratie van en hulp aan Joden.

Zelfs nu het net zich rond haar begon te sluiten, wilde ze ondanks aandringen van anderen niet onderduiken of vluchten. "Hoewel ik de afgelopen weken niet veel te doen had, heb ik ergens het idee dat ik het fort tot het laatst toe moet bewaken. Ik denk niet dat ik met mijn geweten in het reine kan komen als ik mezelf nu in veiligheid bracht, al denken velen dat ze me na de oorlog hard nodig zullen hebben. Ik zal niemand tot nut kunnen zijn als ik geen vrede met mezelf heb; en ik ben bang dat ik die niet krijg als ik niet tot het bittere einde volhoud."

Wat ook het lot zou brengen, het werd mede dragelijk door een cyanidepil die ze steeds bij zich droeg. Dat bezit gaf een zeker gevoel van vrijheid, zelfs toen ze via Westerbork naar Bergen-Belsen werd gedeporteerd.

Voordat ze opgepakt was, ontsprong ze al een paar keer de dans, onder meer door tussenkomst van SS-Hauptsturmführer Ferdinand Aus der Fünten (een van de latere Drie van Breda), die mede de leiding had over de deportatie van Nederlandse Joden. Zijn ingrijpen wekte verbazing, temeer omdat Van Tijn de durf had om tegen hem in te gaan. Eenmaal in het concentratiekamp ontkwam Van Tijn aan een fataal einde doordat ze werd uitverkoren voor een uitwisselingsprogramma met Palestina.

In zijn boek 'Gertrude van Tijn en het lot van de Nederlandse Joden' concentreert Bernard Wasserstein, docent moderne Europese Joodse geschiedenis aan de universiteit van Chicago, zich op de voor zijn hoofdpersoon en de andere Joden in Nederland verwarrende oorlogsjaren. Steeds weer doken nieuwe dilemma's op. Nooit was het beeld zo volledig als voor de beoordelaars achteraf.

De Joodse Raad onder leiding van David Cohen en Abraham Asscher werkte mee aan anti-Joodse maatregelen in de hoop 'erger te voorkomen'. Van Tijn verzette zich soms tegen de bezetter om op andere momenten juist mee te werken. Ze maakte fouten, waarvan ze er één haar leven lang met zich meedroeg. Wasserstein is geneigd haar minder te verwijten dan de leiding van de Joodse Raad.

Gertrude van Tijn (1891-1974), geboren als Gertrud Cohn, stamde uit een Joodse familie in Duitsland die zich nauwelijks meer van die wortels bewust was. Tijdens de Eerste Wereldoorlog werd ze ongewenste vreemdeling in Groot-Brittannië. Niet omdat ze Joods was, maar Duits. De politiek van haar geboorteland in dit conflict stond haar tegen. Dus besloot ze haar heil te zoeken in een neutraal land. Kop of munt bepaalde of het Zwitserland of Nederland werd. Nederland won. Met een andere uitkomst had haar leven er waarschijnlijk radicaal anders uitgezien.

Ze huwde de Nederlandse mijningenieur Jacques van Tijn. Met hem woonde ze in Zwitserland, Mexico en op verschillende plaatsen in Afrika, voordat ze in 1932 weer terugkeerde in Nederland. Via een onbezoldigde positie bij de afdeling maatschappelijk werk van de Joodse Vrouwenraad raakte ze volop betrokken bij het werk voor Joodse vluchtelingen. Na de scheiding van haar man stortte ze zich nog meer op haar pro-deobaan.

Naarmate de vluchtelingenaantallen toenamen, werd het lastiger om veilige heenkomens te vinden. In veel landen groeiden de weerstanden tegen de komst van zoveel Joden. Van Tijn wist zich wel verzekerd van de financiële steun van veelal Amerikaanse geldschieters.

Haar eigen hachje redden kwam niet in haar op. Ze vertrouwde erop dat de neutrale status van Nederland net als in de Eerste Wereldoorlog gerespecteerd zou worden. Zelfs toen ze tijdens de oorlog op missie ging naar het neutrale Lissabon om het vertrek van een grote groep Joden naar elders mogelijk te maken, koos ze voor terugkeer naar Amsterdam.

Van Wasserstein verscheen vorig jaar 'Aan de vooravond. Europese Joden voor de Tweede Wereldoorlog'. Daarin beschreef hij de zeer diverse werelden van de tien miljoen Joden op het oude continent in het interbellum. In dat boek was hij al sterker in het in beeld brengen van de institutionele kanten van het bestaan dan in het doordringen tot in de krochten van de persoonlijke leefwereld van mensen.

Eigenlijk lijdt zijn nieuwste boek een beetje aan hetzelfde euvel. Wasserstein laat gedetailleerd zien hoe individuen en organisaties voor, tijdens en na de oorlog samenwerken of juist elkaar tegenwerken om een 'oplossing' voor Joden te vinden. Dat is knap, want daarvoor moest hij een kluwen aan feiten, meningen en aannames ontwarren.

Met Gertrude van Tijn heeft Wasserstein een perfecte figuur om er een persoonlijk perspectief aan toe te voegen. Met haar verhaal weet hij duidelijk te maken dat er naast de georganiseerde chaos van instanties met verschillende belangen ook nog de microgeschiedenis was van mensen met persoonlijke opvattingen die soms ingingen tegen de leiding van de organisaties waarvoor ze werkten. En dat er naast het pogen het beste te bereiken voor de Joodse gemeenschap ook voortdurend onzekerheid bestond over het lot van naasten en jezelf.

Helaas slaagt Wasserstein maar ten dele in het levendig neerzetten van de vrouw Gertrude van Tijn. Het was het boek ten goede gekomen als de schrijver de bronnen nog vaker had gebruikt om haar vreselijke dilemma's te laten zien, en haar persoonlijke leven en haar denkwereld nog meer had uitgelicht.

Des te spannender is Van Tijn als hoofdpersoon omdat ze bij al die verschrikkelijke keuzes steeds zelf bleef denken. Eigenzinnigheid kenmerkte steeds haar handelen: ze was feminist op haar voorwaarden, zionist op haar voorwaarden en wilde eigenlijk ook op haar voorwaarden haar Joodse lotgenoten helpen. Alleen liet een wereld waarin mensen nog minder dan een nummer waren geworden nauwelijks meer eigenzinnigheid en rationele keuzes toe.

Bernard Wasserstein: Gertrude van Tijn en het lot van de Nederlandse Joden. Nieuw Amsterdam, Amsterdam; 318 blz. euro 21,95

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden