Eigenlijk wil ik een Italiaan zijn

Biechten in Rome. De penitenties die de meeste biechtvaders gaven, blonken meestal niet uit in originaliteit. Beeld
Biechten in Rome. De penitenties die de meeste biechtvaders gaven, blonken meestal niet uit in originaliteit.

Echt is goed, echt is waar. De Maand van de Filosofie 2011 staat in het teken van 'Het echte leven'. Is de filosoof, de politicus of de priester nog geloofwaardig als zijn echte leven niet strookt met zijn woorden? Deel 3 van een serie: 'De biecht is een geniale uitvinding: het geleidt het kwaad naar de papierversnipperaar. En het echte leven gaat door.'

Ik had nog nooit gebiecht, maar nu was de verleiding groot. Ik was in Rome, in de Santa Maria Maggiore die aan het begin staat van de Via Merulana, de mooiste straat van de stad. De basiliek staat vol met biechtstoelen. Biechten was mogelijk in alle moderne talen, maar mijn aandacht werd getrokken door een biechtstoel waarop stond dat de biechtvader je te woord kon staan in het Nederlands en zelfs in het Fries. Jammer, het Fries beheers ik niet. Ik had graag in die taal mijn zonden beleden. Liever dan in mijn eigen taal. Komt te dichtbij, denk ik.

Ik had iets op mijn geweten. Liep al een tijdje rond met iets dat tussen mij en de rest van de mensheid en God stond. Niet iets groots. Geen witwaspraktijken of een verzwegen diefstal. Iets anders. Heeft u niks mee te maken. Een vriend vertelde mij dat hij weer was gaan biechten en dat hem dat zo opluchtte. Met name dan het feit dat de priester hem na zo'n gesprek de absolutie gaf. Voordat ík de biechtstoel binnen zou gaan, keek ik van een afstandje toe hoe anderen mij voorgingen. Voornamelijk vrouwen, Italiaanse vrouwen - geen Friezinnen - aan het gefluister te horen. Het leken meer hooglopende discussies dan het opbiechten van een zonde. Het zag er eigenlijk wel aantrekkelijk uit.

Karel van het Reve vertelde ooit de volgende anekdote, die speelt tijdens de Tweede Wereldoorlog. Een Limburgse verzetsgroep heeft een NSB'er te pakken gekregen en wil die executeren. De man heeft Joden verraden en ze willen hem straffen. Bovendien: hem in leven laten zou gevaarlijk kunnen zijn. Maar ja, iemand doodschieten is ook zoiets. Toch eerst maar even langs mijnheer pastoor. De eerwaarde hoort de verzetsstrijders aan. Dit is een serieuze zaak. Hier moet hij over nadenken. Uiteindelijk neemt hij het woord. 'Eigenlijk, mag het niet, maar... doe het toch maar'.

'Eigenlijk' is het meest laffe woord uit onze taal. Het relativeert de woorden waarmee het een zin deelt. Misschien zou ik eigenlijk moeten zeggen: 'Eigenlijk is eigenlijk het meest laffe woord uit onze taal'. Het is ook ons meest katholieke woord. Zoiets als de sirene van het geweten en tegelijkertijd het suikerrandje dat de zonde bedekt. Maar nooit helemaal.

Je kunt veel over de rooms-katholieke kerk zeggen, maar de biecht is een geniale uitvinding. Het pakt zoiets ondefinieerbaars als het kwaad bij de kladden en geleidt het langs de weg van de penitentie naar de papierversnipperaar. En het echte leven gaat door. De biecht is een van de zeven sacramenten en bijbels gefundeerd. Op de dag van zijn verrijzenis zegt Jezus tegen de apostelen: 'Als jullie iemand zijn zonden vergeven, dan zijn ze ook vergeven; als jullie ze niet vergeven, dan blijven ze behouden.' Ja en dan krijgt het toch iets dreigends. Dit is niet de Jezus van het poldermodel. Toch is de biecht een bewijs van de soepele relatie die een katholiek met het echte leven heeft. Het leven is buigbaar, onbreekbaar, en schiet je tekort naar God en medemens, dan valt daar hier op aarde tijdens dit leven nog wat aan te doen. Dit in tegenstelling tot onze reformatorische broeders en zusters. Hun zondige leven zal nooit een soepele lijn worden, maar altijd een kartelrand houden. Wat je ook doet, je schiet altijd tekort en dan wacht ook nog het strenge oordeel van de Allerhoogste. Overgeleverd aan Genade. Hier op aarde valt niets te regelen.

Het is druk bij de biechtstoel van de Nederlandse biechtvader in de Santa Maria Maggiore. De een na de ander nadert de biechtstoel, knielt, slaat een kruisteken en begint het biechtgesprek. De vrouw die nu in de biechtstoel geknield zit moet heel wat op haar kerfstok hebben. Met grote arme gebaren tracht zij haar verhaal kracht bij te zetten. De priester blijft rustig, knikt af en toe en houdt voor de rest vooral zijn mond. Ik kijk naar de afgesleten schoenen van de vrouw. Ze hebben onder het leven geleden. Ondertussen bedenk ik hoe ik mijn biecht direct zal beginnen. Ik zal toch moeten beginnen met te zeggen dat ik nog nooit gebiecht heb. Daar ga ik al. De eerste zonde ligt al meteen op tafel. Eigenlijk durf ik het gewoon niet. Misschien wordt die priester wel boos.

Af en toe hoor ik nog wel eens via de middengolf een man met jarenvijftigstem in dienst van een katholieke radiozender klagen over gebrek aan zondebesef in de hedendaagse samenleving. De vraag is of al die katholieken die vroeger bij hoogtijdagen stonden te dringen voor de biechthokjes wél bewust met hun zonden bezig waren. Kinderen verzonnen vaak pas in de rij wat ze zouden gaan biechten. 'Uit de suikerpotten snoepen' kwam het vaakst voor. Veel volwassenen kwamen vaak niet verder dan "ik ben wel 'ns" of "of ik heb wel 'ns". De penitenties die de meeste biechtvaders gaven, blonken ook al niet uit in originaliteit: drie Weesgegroetjes of vijf Onze Vaders.

Midden jaren zestig lieten de Nederlandse bisschoppen weten dat de persoonlijke biecht niet langer verplicht was. Men kon ook terecht in zogenaamde vieringen van Boete en Verzoening: een gezamenlijke biecht met de hele parochie. Binnen korte tijd waren vrijwel alle biechtstoelen in Nederland leeg, zo gaat het verhaal. Sindsdien wordt er in Nederland nauwelijks meer gebiecht. Biechtstoelen verloren hun functie en doen tegenwoordig dienst als opslagruimte voor kaarsen of schoonmaakspullen. Toch zou iedere katholiek beter moeten weten. 'Als zonden niet worden opgebiecht, veroorzaken ze de dood van de ziel en scheiden ze ons van God', zei paus Benedictus XVI nog niet zo lang geleden.

Piet Steenkamp, stichter van het CDA, schijnt ooit gezegd te hebben dat de biecht de katholieken een ruim geweten heeft bezorgd. Een briljante uitspraak en een mooi voorbeeld van het pragmatisme dat katholieken en in het bijzonder katholieke politici zo eigen is. 'Eigenlijk kunnen we het niet helpen dat we zo'n ruim geweten hebben', hoor je hem zeggen. 'En we doen er maar mooi ons voordeel mee.' Dit natuurlijk tot afschuw van de broeders en zusters van reformatorischen huize. Wij katholieken zijn lapzwansen en maken ons er maar makkelijk vanaf.

Ik eet in Rome bij Claudio. Zijn restaurant ligt op een steenworp afstand van het Vaticaan. Vanaf mijn tafeltje buiten heb ik zicht op het slaapkamerraam van de paus. Claudio is blij dat ik er ben. "Je komt veel te weinig, ik zie je nooit meer", overdrijft hij. Trots wijst hij op een van zijn zonen. "Waarom heb je hem eigenlijk Karol genoemd?", vraag ik. "Hoe kan je nou zo dom zijn? Naar Karol Woytila, Johannes Paulus II." Natuurlijk, dat ligt voor de hand. Ik kijk naar het kettinkje met een kruisje eraan dat om Claudio's nek hangt. "Ben je erg gelovig?". Hij komt naast me zitten. Ernstige blik. Hand op mijn schouder. "Het geloof is een gewichtige zaak, daar moet je niet te lichtvaardig over doen. Ik ben aan het leren, misschien dat ik er over een paar jaar iets van begrijp." Aan biechten is hij nog lang niet toe.

De meeste Italianen hebben groot ontzag voor paus, kerk en de moraal die zij predikt. Maar die leer is in hun ogen zo verheven dat het al heel knap is als je je er ook maar een heel klein beetje aan houdt. Dat is geen relativeren, maar het leven en de leer juist heel serieus nemen. Nederlandse katholieken richten zich meer op dat deel van de leer waar ze zich níet aan houden. Ook Nederlandse katholieken zijn calvinisten. Dat die protestanten dat nog steeds niet doorhebben.

Uiteindelijk heb ik niet gebiecht. Ik heb lang geaarzeld, een paar keer aanstalten gemaakt naar het biechthokje te lopen, maar ik heb het niet gedaan. Koudwatervrees, verlegenheid en bang voor een uitbrander. Dat was het wel zo'n beetje. Een diner met een goede vriend op een Romeins terras zou ook voldoen, dacht ik.

Ik liep de kerk uit, naar het licht toe. Buiten zette ik mijn zonnebril op en ging Rome in. Het echte leven wachtte op mij. Maar nog tot lang daarna, ik was al weer in Nederland, zei een stemmetje in mijn hoofd dat ik door niet te biechten een kans gemist had. Ik had een kans gemist. God zou het mij toch niet al te zeer kwalijk nemen?

Eigenlijk zou ik wel een Italiaan willen zijn.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden