Eigenlijk niet geschikt voor de politiek

Met grote idealen stapten op 16 mei 2002, twee weken na de moord op Fortuyn, de Pim-people de Tweede Kamer binnen. Vier oud-kamerleden van de LPF kijken terug op het verblijf van acht maanden op het Binnenhof. ,,Het project was gedoemd te mislukken.”

Wat is dat nou voor een domme vraag! Theo de Graaf reageert diep verontwaardigd. ,,Natúúrlijk denk ik vaak aan die tijd in de Tweede Kamer terug! Dat doet elke Nederlander. En dan zal ik dat zelf niet doen?”

De Graaf, die in zijn vorige leven een succesvolle keten van brillenwinkels opbouwde, beantwoordt met lichte tegenzin de vragen. Hij kijkt, zo zegt hij, met zeer gemengde gevoelens terug op zijn politieke avontuur. Met hooggestemde idealen stapte hij een dag na de verkiezingen met 25 partijgenoten als kersverse kamerleden het Binnenhof op. Achtervolgd door meer dan twintig cameraploegen werden de Pim-people, zoals een buitenlandse verslaggeefster hen noemde, door het kamergebouw geleid.

,,Vanaf het begin ontstond het beeld van een stelletje onbekwame ezels en ijdele uilskuikens”, zegt De Graaf met bitterheid. ,,Natuurlijk deugde niet iedereen in de fractie voor het vak, daarvoor was de selectie niet zorgvuldig genoeg geweest. We weten allemaal in wat voor korte tijd Fortuyn die lijst moest samenstellen. Maar elke keer ging alle aandacht naar de mislukkelingen. Ook achteraf zou ik niet weten wat we daaraan hadden kunnen doen. Het project was eigenlijk gedoemd om te mislukken.”

Tot die conclusie komt ook Frits Palm, voormalig directeur van het Kabinet voor Nederlands-Antiliaanse en Arubaanse zaken. Achteraf kan hij zich nog boos maken over de uiterst trage wijze waarop de fractie in het kamergebouw haar huisvesting kreeg. Ongeveer drie maanden bivakkeerden de 26 leden in de krappe Marcus Bakkerzaal. ,,We hadden geen telefoon, bureau of computer. In die tijd moesten we medewerkers en administratief personeel aannemen. We moesten het kamerwerk onder elkaar verdelen. We moesten ons verdiepen in al die onderwerpen en kamerstukken, terwijl alleen Jimmy Janssen van Raaij beschikte over parlementaire ervaring. We stonden voor een klus, zo gigantisch, dat had niemand zonder kleerscheuren kunnen klaren.”

Wat Palm van de acht maanden op het Binnenhof echter het meest bijstaat is die overweldigende, nimmer aflatende druk van de media. Nooit kon hij even een collega aanschieten of er stond wel weer een verslaggever bij om mee te luisteren. De gangen in het voormalig ministerie van Koloniën, het deel van de Kamer waar de LPF uiteindelijk werkkamers kreeg, waren nooit verlaten.

,,Om aan die druk te ontkomen hadden we een keer afgesproken om te vergaderen in het Amsterdamse Hilton hotel. Ik kwam aanrijden, en ja hoor, zag het daar al weer zwart van de pers. Natuurlijk, iemand van ons had dat gelekt. Maar daarom is het nog wel om stapelgek van te worden. Menigmaal heb ik thuis op de bank met kromme tenen naar het Journaal gekeken. Stond daar weer iemand van de LPF iets te toeteren, terwijl wij nog zo hadden afgesproken om daarover onze mond te houden. Dan keek ik mijn vrouw aan en schudde mijn hoofd. Ja, moedeloos, heel erg moedeloos werd je daarvan.”

Op de site van het Parlementair Documentatie Centrum van de Leidse universiteit staat dat Palm 'gold als één van de beste LPF-kamerleden'. Toch zullen maar bar weinig mensen hem zich herinneren, omdat hij niet betrokken raakte bij de relletjes. Die bekendheid had kunnen komen wanneer Palm zich in augustus 2002 beschikbaar had gesteld als opvolger van fractievoorzitter Mat Herben.

Herben had nog maar net zijn hielen gelicht voor een vakantie of her en der klonk in de publiciteit kritiek door op zijn optreden, met name in het debat over de regeringsverklaring. Verschillende LPF'ers drongen er bij Palm op aan om zich kandidaat te stellen. ,,Mat was tot op de draad versleten door die moord op Pim en vervolgens de slopende formatie. Ik dacht dat hij na de vakantie wel opgeknapt zou zijn. Tot op het laatste moment hoopte ik dat Herben op zijn besluit zou terugkomen. Dan is het gek om je op het allerlaatse moment nog kandidaat te stellen. Daarnaast zag ik dat de fractie op dat moment al uit zoveel elementen uiteen was gevallen, dat ik dat als een mission impossible beschouwde om daar wat aan te doen.”

Eén van de mensen die wilden dat Palm het stokje van Herben zou overnemen was Olaf Stuger. Voor hem was trouwens iedereen beter geschikt voor die taak dan Harry Wijnschenk. Stuger zei eens over Wijnschenk dat hij de enige mens is wiens leeftijd (38) overeenkomt met zijn IQ.

,,Als ik de film van die verkiezing van fractievoorzitter terugdraai dan moet ik denken aan een orkaan. De daken vliegen van de huizen af en je kunt niets doen. Plotseling zaten we met drie kandidaten die niemand eigenlijk wilde. Winny de Jong, nou ja, wat moet ik over haar nog zeggen. Vervolgens hadden we Gerard van As, een agressieve en intimiderende man. Niemand hield van hem. En dan was er Wijnschenk, een man die nog geen 1 bij 1 kon optellen.”

Stuger zal nooit vergeten hoe het idee om Herben te vervangen bij Wijnschenk postvatte. ,,Ik zat twee weken voor de val van Herben in het kamerrestaurant te eten met João Varela, Joost Eerdmans, Wijnschenk en Herman Heinsbroek. We spraken erover hoe het met het kabinet en de fractie ging. Wijnschenk zei toen opeens dat de fractie geen sterke leider had, dat we moesten doorpakken. Doorpakken, dat was zijn lievelingswoord. Toen zei Heinsbroek: Har, jíj moet fractievoorzitter worden. Ik zag in zijn ogen dat een idee werd geboren. Ik moet het hem nageven, het is knap van Wijnschenk dat hem dat is gelukt.”

Cor Eberhard botste hard met Wijnschenk toen het fractiebestuur hem op non-actief zette naar aanleiding van een stuk in het Algemeen Dagblad waarin Eberhard ervan werd beschuldigd ooit veroordeeld te zijn voor diefstal en verduistering. Later moest het Algmeen Dagblad dit rectificeren.

Toen had Eberhard Wijnschenk al een flapdrol genoemd omdat hij hem ervan verdacht dit bij de krant te hebben ingestoken.

,,De politiek was eigenlijk helemaal niks voor mij”, constateert Eberhard droog. Achteraf begrijpt hij nog niet hoe hij in de Kamer is gekomen. Nadat Leefbaar Nederland Pim Fortuyn op de keien zette besloot hij zich als vrijwilliger bij de nieuwe partij aan te bieden. ,,Ik zorgde voor computers en maakte kieslijsten klaar en voor ik het wist stond ik op de lijst en bleek dat een verkiesbare plaats te zijn. Maar ik had het nooit moeten doen. Het is uit de hand gelopen.”

Inmiddels drijft Eberhard in Amsterdam een winkel met hardloopartikelen. Hij vraagt zich af of het Fortuyn wel was gelukt om de fractie in de hand te houden. ,,Hij had het er, denk ik, heel moeilijk mee gehad, ondanks zijn overwicht en gezag. Er was geen cohesie in die groep en Fortuyn wist dat als geen ander. Hij wilde daarom dat Peter Langendam, (een van de oprichters, red) op de tweede plaats kwam om als zijn kapitein te dienen. Langendam heeft een natuurlijk gezag.”

,,Pim heeft hem gesmeekt”, zegt Eberhard die dag en nacht op het partijbureau doorbracht. ,,Maar Langendam wilde niet. En Pim was nog geen paar uur dood of de strijd om de macht barstte op het partijbureau in Rotterdam al los tussen de bestuursleden John Dost en Albert de Booij. Het was oorlog tussen die twee. Het gekibbel en geouwehoer is nooit meer opgehouden.”

Het lijdt volgens de oud-LPF-kamerleden geen twijfel dat de ruzie en het moddergooien in de partij de fractie danig parten heeft gespeeld. De fractie dreigde uit de partij te stappen als bestuurder Dost de boekhouding niet op tafel zou leggen. Vastgoedhandelaar Maas redde de partij uit de financiële nood, maar eiste daarvoor wel de absolute macht op.

Daarbij kwam in september 2002 ook nog eens de machtsstrijd in het kabinet bij tussen de ministers Bomhoff en Heinsbroek die uiteindelijk tot de val van het kabinet zou leiden. ,,De ijdeltuiterij van die twee volwassen mensen deed voor mij wel de deur dicht”, zegt Frits Palm. ,,Dat was het einde van een groot avontuur, waar ik ondanks alle narigheid toch met plezier aan terugdenk.”

Stuger, die inmiddels zijn functie in de automatiseringsbranche weer heeft opgepakt, voorvoelde al de naderende crisis toen zijn fractievoorzitter Wijnschenk twee weken voor de breuk in een fractievergadering zijn minister Bomhoff een autist noemde. ,,Ik wist niet wat ik hoorde. Ik zei: Maar voorzitter hoe kun je dat nu van je eigen minister zeggen? Bomhoff is onze vice-premier. Vanaf dat moment zag ik in Wijnschenk een destabiliserende factor voor het kabinet.”

Net als Stuger vatte Theo de Graaf de kabinetscrisis op als een welbewuste actie van VVD en CDA om de LPF, die op dat moment slecht in de peilingen stond, een kopje kleiner te maken.

,,Terwijl op het moment dat de formatie was afgerond en het kabinet op het bordes stond, ik voor het eerst het gevoel had dat het toch nog goed ging aflopen. Natuurlijk hadden we nog dat akkefietje met Philomena Bijlhout die na een paar uur alweer moest aftreden. Verder dacht ik even dat we een redelijke basis hadden om verder te gaan, maar op het einde van de rit hadden we zelf weinig tot stand gebracht.”

Tot zijn frustatie ziet De Graaf, die destijds woordvoerder volksgezondheid was, hoe het huidige kabinet voorstellen uitwerkt die met de zijne overeenkomen. ,,Je mag de handelingen erop naslaan. In mijn verhaal tijdens de begrotingsbehandeling staat precies de stelselwijziging beschreven die minister Hoogervorst van volksgezondheid nu wil doorvoeren.”

Stuger, Eberhard en De Graaf hebben de banden met de LPF doorgesneden. Alleen Palm is nog betrokken bij de LPF en staat voor die partij op de kandidatenlijst voor de Europese verkiezingen. Stuger: ,,Ik ben eigenlijk geen LPF'er. Ik ben achter Fortuyn aangelopen, omdat ik vond dat hij heel goede ideeën had. Toen Fortuyn werd vermoord kwam het erop aan de ideeën in daden om te zetten. Daar zijn we bijna niet in geslaagd. Dat is een harde conclusie maar ik kan er niets anders van maken.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden