'Eigenlijk heb ik best een gek leven gehad'

Tijdens de oorlogsjaren vervalste Henk Jonker (86) persoonsbewijzen en stempels voor het verzet. Edward Steichen selecteerde in 1955 een foto van hem voor de beroemde expositie 'The Family of Man'. Toch heeft Jonker naar eigen zeggen slechts een enkele foto gemaakt die er toe doet. Deze week gaat zijn eerste overzichtstentoonstelling open.

Hun huis kan nauwelijks alle trofeeën herbergen die Henk Jonker en Tineke Hooft tijdens hun reizen hebben verzameld. Na een carrière in de fotografie besloot Jonker op latere leeftijd te gaan schilderen. De felle kleuren van zijn schilderijen vormen een groot contrast met de zwart-wit fotografie waarmee hij na de oorlog de wederopbouw heeft vastgelegd.

“Als je schildert, schep je zelf iets. Wat voor je camera komt, bestaat al. Op een gegeven moment was ik uitgefotografeerd. Ik had het idee dat ik alles al gemaakt had. Om als reportagefotograaf te werken ben ik te oud. Ik kon altijd al goed tekenen. Ik heb nu een groot atelier in Diemen. Als ik aan het schilderen ben, vergeet ik alle tijd. Tineke ziet mij soms de hele dag niet. Ik ben begonnen met schilderen, toen ik bij haar introk. Ik heb haar ooit als jong meisje gefotografeerd voor een reclameopdracht.”

Tineke: “In 1980 kregen mijn zusje en ik het toevallig over die foto's, en heb ik je opgezocht.”

Henk: “Ik ben daarna een kop koffie komen drinken en ben nooit meer weggegaan.”

Tineke: “Als je een man uitnodigt voor een kop koffie, kan dat heel gevaarlijk zijn. In 1985 zijn we getrouwd.”

Zijn eerste portretten maakte hij van familieleden. “Ik was 16, had een doka in de gangkast. Ik wilde eigenlijk bij de KLM werken als marconist. In 1933 had ik mijn diploma's. Maar dat was een heel slecht jaar. Bovendien was ik al 21. Mijn moeder vond dat ik maar wat moest gaan verdienen. Zo kwam ik op kantoor terecht. Ik verdiende 90 gulden in de maand, en kreeg van mijn moeder een rijksdaalder zakgeld. Daar had ik een auto van, een boot en een meisje.”

In 1937 kreeg hij een baan op het bevolkingsregister van Amsterdam. Tijdens de oorlog was hij door zijn werk in de gelegenheid om voor het verzet stempels en persoonsbewijzen te vervalsen. “Ik heb heel wat afstammingen verzonnen. Fotografe Maria Austria was mijn koerierster. Dat heb ik altijd erg dapper van haar gevonden, als Tsjechoslowaakse emigrante van joodse afkomst. Bovendien was ze statenloos. Ik leerde haar kennen in 1944. We zaten op hetzelfde adres ondergedoken. Na de oorlog zijn we gaan samenwonen op de Willemsparkweg 120. In 1953 zijn we om praktische redenen getrouwd. Twee bodes waren onze getuigen.”

Vlak na de oorlog werd fotobureau Particam opgericht door Maria Austria, Aart Klein, Wim Zilver Rupe en Henk Jonker. Particam was een afkorting van 'partizanen camera'. Het bureau hield zich onder meer bezig met het fotograferen van de wederopbouw. Er werden fotoseries gemaakt voor het toenmalige Handelsblad over de meest uiteenlopende onderwerpen. Daarnaast werd Particam bekend door fotografie van opera, toneel en ballet.

Het bureau was gehuisvest op de Willemsparkweg in Amsterdam. Er was een huishoudster, een dokaknecht en een secretaresse. Jonker was de enige die een auto had. “Ik reed Maria overal naar toe. Zij was heel zakelijk, hield alles bij. Geld interesseerde mij geen bal.”

Zijn passie was ballet en opera. Tijdens de Holland Festivals werden overuren gemaakt. “Kreeg je een maand geen slaap. We waren altijd 's nachts bezig met afwerken. Ik droeg tijdens de optredens een smoking die ik speciaal had laten maken. De krantenfotografen maakten slechts één foto, vroegen: 'Wie zijn de hoofdspelers, ga maar even bij elkaar staan.' Wij hadden van veel gezelschappen het alleenrecht gekregen. Enschede, Breda, Haarlem, Den Haag en Rotterdam zaten allemaal bij Particam.”

Voor Jonker is fotografie synoniem aan het kiezen van het juiste moment. “Het is kunst met een kleine k. Ik heb maar een of twee foto's gemaakt in mijn leven die er echt toe doen. Ik zag het als werk en dat probeerde ik zo goed mogelijk te doen. En verder geen flauwekul. Ik ben gewoon een nuchtere Westfries.”

De watersnoodramp in 1953 was voor hem een moment waarop de fotografie wel degelijk zijn nut had. “Toen bekend werd dat er 1800 doden waren gevallen, dachten ze in Amerika: 'Daar moeten we wat aan doen'. Ik heb toen drie series in Time/Life gehad.”

In 1964 besloot hij het roer om te gooien. “Ik heb vier jaar patat gebakken in Torredembarra in Spanje. Dat was een rare zijsprong. In het begin was het een ramp. Ik kon er niks van. Twee maanden per jaar zat ik daar en de rest van het jaar hier.”

“Ik ben van Maria gescheiden en heb alles achtergelaten. Zelfs de negatieven. Heb alleen mijn auto en camera meegenomen. Dat ik bij haar ben weggegaan hebben veel collega's me erg kwalijk genomen.”

Tineke: “Hij is toen zo ridderlijk geweest om Maria Austria te beloven dat hij geen ballet, theater en opera zou fotograferen.” Henk: “Dat was een soort alimentatie. Dat zou ik nu nooit meer doen.”

In 1968 keerde hij terug naar Nederland. Hij ging werken bij fotostudio Harry Pot in Bentveld. “We verdienden geld als water. Voor Avenue, Libelle en VT-Wonen bouwden we hele huizen. Ik deed de boekhouding en de planning, zorgde voor de rekwisieten. Aan fotograferen kwam ik niet meer toe.”

Tineke: “En toen raakte je overspannen. De oorlogsherinneringen gingen je parten spelen.” Henk: “Ik kwam in aanraking met Stichting 40-45. Ik werd afgekeurd en heb een heel jaar niet gewerkt. Om voor een pensioen van de Stichting in aanmerking te komen, moet men wel wat gepresteerd hebben in de oorlog.”

Hij was ingeschreven bij de Bond van Verpleegsters onder de naam Helena Annie Smitshuisen. Met handschoentjes aan en een sjaaltje om ging hij als verpleegster verkleed. Valse papieren en revolvers vervoerend in zijn fietstas. “Ik lach er nu om, maar ik heb het altijd doodeng gevonden. Ik wás me toch een lelijk wijf. Het begon er al mee dat ik als een man op de fiets stapte. Vergat ik dat ik een rok droeg. Onderweg kwam ik een groep verpleegsters tegen en die zwaaiden naar me - het duurde even voor ik door had dat zij dachten dat ik een collega was. Halverwege stonden er drie Duitse vrachtwagens op de weg. Overal waren soldaten. Toen ze me aanspraken, deed ik alsof ik mijn stem kwijt was. Het ergste was, als die kerels aan je wilden komen.”

“Als je wilt overleven, moet je ook andere dingen doen. Prozaïsche dingen. Ik heb in mijn leven van alles gedaan.” Hij heeft regelmatig leden van het koningshuis gefotografeerd. “Koningin Juliana was nooit zo makkelijk. Ik moest haar een keer fotograferen in de tuin van Soestdijk. Iedere keer als ik de camera op haar richtte, draaide ze haar hoofd weg. Toen zei Bernhard: “Juultje, doe nou even gewóón. Die man moet toch ook zijn werk doen.”

Het Maria Austria Instituut heeft nu het copyright over zijn werk. Zij organiseren 'Holland Zonder Haast', zijn eerste overzichtsexpositie. “Dagenlang heb ik door het instituut gezworven, tussen honderden dozen met foto's. Ik heb ik weet niet hoeveel negatieven. Wij kunnen het archief thuis niet bewaren; dat moet op een bepaalde temperatuur geconserveerd worden.”

Het avonturieren zit er nog steeds in. “Er zijn mensen die blijven hun hele leven bij één baas. Dat kan ik dus niet. Als Tineke zou voorstellen om te verhuizen naar Zuid-Afrika, ga ik zo met haar mee. Weer wat nieuws doen.”

Over zijn nalatenschap is hij tamelijk nuchter. “Ik word wel honderd, dat haal ik makkelijk. Ik laat niet zoveel na. Wat negatieven en een zooitje schilderijen. Ben nu weer een hele mooie aan het maken. Eigenlijk heb ik best een gek leven gehad.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden