Column

Eigen volk eerst, wat is daar nou erg aan?

Geert Mak (links) en Thierry Baudet in debat met elkaar over Europa. Beeld Patrick Post

Toen mijn vader schoolging, in de late jaren twintig, moest hij nog liedjes over vaderlandse helden als Michiel de Ruyter uit zijn hoofd leren. Het negentiende-eeuwse streven om van Nederland één verbonden natie te maken, sudderde hier te lande ook na de Eerste Wereldoorlog kennelijk nog rustig door. Pas in de aanloop naar de Tweede Wereldoorlog raakte het onlosmakelijk verbonden met intolerantie en agressie - met Hitlers Duitsland. Zo werd en bleef nationalisme lange tijd een besmet begrip.

Tegenwoordig beleeft de term een kleine revival. Niet alleen door populisten als Geert Wilders (die teruggrijpt op de xenofobe variant), maar ook door jonge conservatieve denkers, voor wie nieuwe Nederlanders er meestal wél gewoon bijhoren.

Bij een publicist als Thierry Baudet - die afgelopen maandag in Trouw met de eurofielere Geert Mak in gesprek ging - functioneert nationalisme in de eerste plaats als een correctie op wat hij 'oikofobie' noemt, de 'ziekelijke behoefte aan vervreemding en ontworteling' waaraan de Nederlandse elite zou lijden.

Taboe
Neemt u dat 'ziekelijke' trouwens niet al te letterlijk: Baudet kan enorm overdrijven. Maar helemaal ongelijk heeft hij niet. In de tweede helft van de twintigste eeuw was xenofobie zo'n beetje de grootste zonde die een weldenkend mens kon begaan. je moest álle immigranten even aardig vinden, je moest pro-Europese gevoelens koesteren - en je vroeg niet naar de noodzaak van ontwikkelingshulp.

Daarbij werd zoetjesaan de vraag taboe verklaard hoeveel solidariteit je van een volk eigenlijk mag verwachten. Stel dat de nationale voorraad aan medemenselijkheid eindig is, dan lijkt de landsgrens toch best een nuttige dam, die ervoor zorgt dat de kostbare voorraad niet in een eindeloze leegte wegstroomt?

De natie is misschien niet uitsluitend een egoïstisch concept, maar ook een 'gemeenschap van plichten', zoals de Engelse politiek denker David Miller (1946) het noemt: een gebied waarbinnen we ons nog betrokken kúnnen voelen met elkaar.

Is het inderdaad niet wat vreemd om sterker mee te leven met door overstromingen getroffen boeren in Bangladesh, Polen of Italië, dan met die in je eigen land? Hoe erg is het eigenlijk als politici zich allereerst om hun landgenoten bekommeren?

Geen alleenrecht
U zult tegenwerpen dat Nederland sinds de oorlog in de praktijk wel degelijk zijn eigen belangen heeft verdedigd - en daar twijfel ik geen moment aan. U zult waarschuwen dat we juist internationaler moeten gaan denken, omdat we anders hopeloos achteropkomen in de globaliserende economie. Zou kunnen.

Maar aan de kiezer die het gevoel heeft op een gure Europese of zelfs mondiale vlakte te staan waar de eerste de beste storm hem zomaar omver kan blazen, mag dat wel wat vaker uitgelegd worden. Dat had Lodewijk Asscher goed gezien, toen hij inging op de angst van sommige Nederlanders voor de komst van Roemenen en Bulgaren.

Natuurlijk werd hem populisme verweten, maar hij gaf eerder blijk van een sociaal nationalisme zoals je dat bij David Miller vindt: een besef dat solidariteit begrenzing nodig heeft. Populisten en hardcore conservatieven hebben op dat inzicht niet het alleenrecht.

 
Waarom zouden Poolse boeren ons net zoveel moeten schelen als Nederlandse?
Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden