Eigen museum moet uitgroeien tot Louis Couperus Instituut

Louis Couperus Museum, Javastraat 17, 2585 AB Den Haag. Telefoon 070-3640653. Openingstijden: donderdag en vrijdag 12-17 uur, zaterdag en zondag 11-16 uur, woensdag volgens afspraak (voor scholen, groepen e.d.).

Hoewel de banden van Couperus met Den Haag talrijk en sterk zijn (hij is geboren en heeft gewoond in de buurt waar het museum is gehuisvest), is het museum beslist géén uitsluitende Haagse zaak, zegt conservator Juuf van Ballegoijen de Jong.

“Het moet een landelijk museum worden dat Couperus weer de plaats geeft in de literatuur die hij verdient. Want Couperus is een veelzijdig schrijver van formaat, die een eigen universum heeft geschapen in een heel specifieke stijl. Hij werd in zijn tijd veel gelezen, zijn werk is in negen talen vertaald, maar na zijn dood is zijn populariteit onder de maat gebleven.”

Het Louis Couperus Museum, dat maandag op de 133ste geboortedag van de schrijver officieel wordt geopend door VVD-leider en Couperus-liefhebber Frits Bolkestein, is in eerste instantie bescheiden van opzet. Het beslaat voorlopig de benedenverdieping van een monumentaal pand waar de in 1982 overleden voordrachtskunstenaar Albert Vogel een galerie in moderne kunst dreef. Het pand is belangeloos ter beschikking gesteld door zijn stiefdochter, Caroline de Westenholz, die tevens voorzitter is van de stichting die het museum onder haar hoede heeft.

De Westenholz: “Wanneer de belangstelling voor het museum groot genoeg is, hebben we aan het eind van deze eeuw de mogelijkheid de bovenverdiepingen bij het museum te voegen. We kunnen het dan uitbreiden tot een echt Louis Couperus Instituut, met een zaal waar lezingen kunnen worden gehouden, met een bibliotheek, met een uitgebreide museumwinkel en dergelijke.”

“Het is echter beslist niet de bedoeling een soort documentatiecentrum te worden; we willen het Letterkundig Museum, waar de handschriften, brieven en andere documentatie worden bewaard, niet voor de voeten lopen. Wij krijgen per tentoonstelling de stukken in bruikleen die bij het thema van de expositie passen. Alleen het meubilair hebben wij voor langere tijd in bruikleen.”

De twee zalen die het museum telt, huisvesten een permanente en een wisselende collectie. Van Ballegoijen de Jong: “De eerste zaal is gewijd aan het leven en werken van Louis Couperus. Hier staat wat bewaard is gebleven aan persoonlijke bezittingen en meubels. Er is niet veel meer van over. Couperus stierf op 60-jarige leeftijd in 1923, maar zijn weduwe, zijn nicht Elisabeth Baud, overleed in 1960 - zij was toen 93.

Zij woonde op kamers in het Zeeheldenkwartier en was zeer verarmd omdat na de dood van haar man de belangstelling voor zijn werk afnam en daarmee ook de inkomsten. We vermoeden dat in de loop der jaren het nodige aan bezittingen is verkocht.''

In die zaal staat onder meer het bureau dat hij kocht van een deel van de opbrengst van zijn eerste Haagse roman 'Eline Vere' (1889), dat eerst als feuilleton in Het Vaderland verscheen. Ook de stoel waarin hij werkte, is (met authentieke overtrek) bewaard gebleven. Boven het bureau hangt een schilderij van zijn vader, John Ricus Couperus. Verder zijn in deze zaal onder meer foto's te zien van de omslagen van eerste drukken van zijn boeken.

De tweede zaal is bestemd voor wisselende tentoonstellingen. Van Ballegoijen de Jong: “We willen twee keer per jaar een andere expositie. Deze kan zijn gewijd aan een thema of zijn gebaseerd op een boek. Het eerste thema is Indië, dat een belangrijke rol in zijn leven heeft gespeeld. Hij is daar op negenjarige leeftijd heengegaan en heeft vijfeneenhalf jaar in Kramat, een buitenwijk van Batavia, gewoond. Couperus, die zijn hele leven heeft gereisd en getrokken, is er twee keer teruggeweest. Hij woonde er rond de eeuwwisseling een jaar en in 1921 en 1922, kort voor zijn dood, bracht hij tijdens een reis door het Verre Oosten opnieuw enige tijd in Indië door.”

In de tweede zaal zijn onder meer schilderijen te zien van de laan waar de school van Couperus stond en van de Plantentuin in Buitenzorg, waar hij graag wandelde en waaraan hij met name in 'Oostwaarts' herinneringen ophaalt. Op een soort Couperiaanse leeszuil staan 24 bladen met foto's en teksten, die het publiek zelf kan omslaan.

Ook op de Pasar Malam, het Indische festival dat volgende week woensdag op het Malieveld in Den Haag begint, wordt ruim aandacht aan Louis Couperus besteed. Er is een foto-expositie, er zijn lezingen, het museum presenteert zich en Theater Branoul geeft toneelimpressies op basis van 'De stille kracht'.

Toneelschrijver en bewerker Ton Vorstenbosch zegt in de Pasarkrant dat 'De stille kracht' “een radicaal boek is, veel radicaler dan 'Max Havelaar'. Eigenlijk zegt Couperus dat de Nederlanders niets in Indië te zoeken hebben. En dat is iets heel anders dan wat Douwes Dekker beweert - die zag nog wel een rol voor ons weggelegd.”

Het Louis Couperus Museum heeft de verwachtingen wat betreft de bezoekersaantallen niet te hoog gesteld, ondanks de toenemende belangstelling voor Couperus die Van Ballegoijen de Jong sinds een jaar of tien constateert. Hij wijst daarbij op de biografie van F. L. Bastet uit 1987, de verfilming van 'Eline Vere', de oprichting van het Louis Couperus Genootschap in 1992 (en met 450 leden een van de grotere literaire genootschappen in Nederland) en de voltooiing van de 'Volledige werken' (vijftig delen, bezorgd door prof. dr. H. T. M. van Vliet) begin dit jaar. Ook staat werk van Couperus in verschillende vormen weer op de planken en probeert de Pasar Malam toestemming te krijgen voor de vertoning van afleveringen van de Avro-series 'De stille kracht' en 'Van oude mensen, de dingen die voorbijgaan.'

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden