Eigen 'jagt' eerst: de privileges van een prins

Staatssecretaris Sharon Dijksma wil strengere eisen stellen aan de jacht op kleinwild. Ruim negentig jaar geleden beroofde een Jachtwet de Nederlandse adel van een van haar belangrijkste privileges.

Her en der zijn ze in Nederland nog wel te vinden: jachtpalen. Waar ze verloren gingen, zijn er op grond van bewaard gebleven exemplaren en afbeeldingen zelfs nagemaakt. Het zijn herinneringen aan een verloren gegane wereld, waarin het jagen was voorbehouden aan de heer die de gronden in bezit had. Zoals dieren de grenzen van hun territorium afbaken door te urineren, zo markeerde de adel haar gebieden met palen.

Zie het als een soort 'Hier jaag ik'. Soms stond er ook iets dergelijks op. 'Eigen jagt van Z.K.H. Prins Frederik', luidt de tekst op een bewaard gebleven paal in Wassenaar, die verwijst naar de privileges van de broer van koning Willem II.

Hoogst zelden had een edelman niets met de jacht. Willem van Loon kocht in 1818 het landgoed Schaep en Burgh in 's-Graveland en zag daar liever het wild ronddartelen dan dat hij het afschoot. Zijn familie was pas kort daarvoor in de adelstand verheven, wat voor de leden van geslachten met een veel oudere geschiedenis veel verklaard zal hebben.

In de Middeleeuwen gold de jacht als een goede voorbereiding op het slagveld. Wild bood zelden actief tegenstand, maar verder kon een ridder bij dit tijdverdrijf alle vaardigheden opdoen die een goed ridder diende te hebben: rijkunst, durf, slagkracht, precisie.

In latere jaren met een andere militaire realiteit werd de sociale functie van de jacht steeds belangrijker. Bij veel bijeenkomsten met de familie of met andere adel hoorde een jacht. Een maaltijd werd pas echt feestelijk, als er zelf gedood wild kon worden verorberd. Menig edelman hield een jachtboekje bij om vast te leggen wat, in welke hoeveelheden, waar en wanneer geschoten was. Je kon er zelf nostalgisch in terugbladeren, maar het diende eveneens als een soort boekhouding waar je enig prestige aan kon ontlenen. Tegelijkertijd was raak schieten niet altijd een kunst meer. Naarmate jacht meer folklore werd, gebeurde het ook dat wild zo'n beetje voor geweerlopen werd neergezet.

Het opeisen van het jachtrecht door de adel moet ontstaan zijn door teruggang in de wildstand. Toen dieren in al te groten getale het loodje dreigden te leggen, op zijn laatst ergens tijdens de Middeleeuwen, begonnen de heren de gewone stervelingen van de jacht uit te sluiten. Stropers konden steeds vaker op flinke repercussies rekenen, tot aan lijfstraffen toe.

De Franse Revolutie beroofde de adel van jachtrechten en na de verovering van andere landen kwam ook elders een einde aan deze privileges. Met de nederlaag van Napoleon werden de bordjes opnieuw verhangen. Veel van de in de jaren daarvoor ingevoerde moderniseringen bleven gehandhaafd, maar op het gebied van de jacht keerden oude tijden weer terug.

In 1815 werden wettelijk vier rechten van de Nederlandse adel vastgelegd. Die kreeg een staatrechtelijke rol (in 1848 alweer afgeschaft), mocht een bij koninklijk besluit verleend familiewapen voeren, had het recht op vermelding van de erfelijke titulatuur in alle overheidsdocumenten, en had jachtprivileges.

Dat bleef wrevel opwekken. Vooral bij boeren. Die betaalden stevig aan pacht, konden schade lijden door wild, maar mochten die dieren zelf niet schieten.

Het voorrecht van de adel verdween met de Jachtwet van 1923. Daar was een uitspraak van de Hoge Raad, een jaar eerder, aan voorafgegaan. Dat orgaan bepaalde het "recht om zich wild toe te eigenen, niet is een bestanddeel van den grondeigendom zelf, zoals bijvoorbeeld het recht op de voortbrengselen van den grond zelf".

Dierenrechten speelden nauwelijks een rol in de nieuwe wetgeving. Nut en schadelijkheid van beesten waren bepalend. Wel werden eisen gesteld aan jagers en door hen gehanteerde wapens. Een akte was vereist. En opzieners van de overheid hielden toezicht.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden