Eigen inbreng bij begrafenis helpt kinderen bij hun rouwverwerking

Vorige week werd Jeannette Wasscher begraven, 41 jaar jong, moeder van zoon Jalt van zeven en dochter Lois van vijf. Ze stierf aan kanker. Voor de kinderen des te tragischer omdat zij viereneenhalf jaar eerder ook hun vader, Anno de Haan, verloren hadden, eveneens aan kanker. Toch werden rouwdienst en begrafenis, hoe verdrietig ook, tot een unieke happening: inspirerend, troostrijk, fleurig en taboe-doorbrekend.

Samen met Jeannette en haar familie had haar grote vriendenschaar het afscheid voorbereid. Het gezamenlijk werken hieraan bleek te helpen bij het verwerken van het verdriet, en versterkte de onderlinge verbondenheid van de achterblijvers.

Voor de beide kinderen was een belangrijke rol weggelegd: voor hen moest het 'ook een beetje feest worden', zoals hun moeder wilde. Zo mochten zij hun eigen overlijdensadvertentie tekenen (Volkskrant 1 augustus), met hun vriendjes de door een vriend van Jeannette getimmerde kist schilderen, ze mochten de kist helpen bekleden met een mooie zachte lap stof en kettingen van kralen rijgen om de binnenkant mee te versieren. 'Wel heel erg donker voor mama', had Jalt gezegd, maar het antwoord van een tante stelde hem gerust: 'Maar de kraaltjes geven licht.' Zo stond er in de Amsterdamse Dominicuskerk in een zee van bloemen een stralendblauwe kist, bezaaid met geschilderde zeilbootjes, vissen en zeesterren, passend bij het thema van de dienst: Over de zee wegvaren.

Voor de kist stonder vier 'geboortekaarsen' die Jalt en Lois mochten aansteken: twee voor mama en papa en twee voor henzelf. Tijdens de kindernevendienst maakten ze tekeningen en studeerden het liedje 'De rivier de Rhone' in, door Jeannette vlak voor haar sterven nog voorgezongen aan een vriendin. Aan het einde van de dienst mochten de kinderen met trommels achter de muziek aan: muziek uit 'Kleine Sofie en Lange Wapper', toneelstuk naar het kinderboek van Els Pelgrom, waarin een doodziek meisje na spannende avonturen aan 'een eindeloze reis' begint.

Voor de volwassenen had Jeannette op de valreep samen met een vriendin een afscheidsbrief opgesteld:

Lieve mensen, net als op de begrafenis van Anno heb ik iemand gevraagd om namens mij een tekst voor te lezen. Het verschil is nu wel dat ik in de kist lig in plaats van dat ik op de eerste rij zit. Ik ben erg blij dat jullie allemaal gekomen zijn omdat ik uit ervaring weet hoe steunend een mooie afscheidsdienst voor de betrokkenen kan zijn: het sleept je echt de eerste moeilijke tijd door. (...) Eigenlijk is het onacceptabel en heel verdrietig dat ik er niet meer ben. Toch wil ik jullie op het hart drukken om ter nagedachtenis aan mij niet bij de pakken neer te zitten. Het leven is onvoorspelbaar en daarom is het belangrijk om te genieten van de vele mooie momenten die elke dag weer brengt. Tijdens Anno's begrafenis zei ik: 'Als je aan hem hem denkt, steek een sigaar op en dans de merengue'. Jullie wil ik vragen om niet alleen te dénken aan de leuke dingen die we samen deden, maar ze vooral ook te blijven dóén.

Daarna ging Jeannette per fietskar - ze vond de fiets milieuvriendelijker dan de auto - naar haar laatste rustplaats, naast haar man. Een eindeloze rij fietsers met bloemen erachteraan, dwars door de stad, in goede banen geleid door een politie-escorte op motoren.

Dit laatste was mogelijk door bemiddeling van de alternatieve begrafenisonderneming 'De ode' in Amsterdam. Deze heeft de speciale begrafenis-fietskar - tot nog toe de enige in Nederland - laten ontwerpen, en werkt samen met 'Memento', een groep beeldende kunstenaars die zich toelegt op grafkunst.

Nu is het de vraag of jonge kinderen het wel aan kunnen, zo intensief bij sterven en afscheid nemen van hun ouder(s) betrokken te worden. Ton Honig, studentenpastor aan de VU, zegt daarover in zijn vorig jaar verschenen boekje 'Achterstevoren' (over rouwverwerking bij kinderen): 'Ik wil een pleidooi voeren voor het meenemen van kinderen naar begrafenis of crematie. Kinderen mogen niet het gevoel krijgen buitengesloten te worden. Meebeleven van rituelen is noodzakelijk voor het opbouwen van realiteitsbesef bij het kind: met eigen ogen zien dat je afscheid neemt van de ander. Ook het zien van de overledene wanneer die opgebaard is kan belangrijk zijn. Kinderen geven meestal zelf aan of ze dit aankunnen of niet'.

Verschillende ervaringen bevestigen dit beeld, bijvoorbeeld dat van twee kinderen van vier en zes jaar die, jaren geleden, de laatste dagen dat hun moeder leefde, bij de buren logeerden. Ze wilden later nooit meer met iemand anders knuffelen dan met hun vader. Hun broertje van acht werd wel overal bij betrokken. Zo mocht hij bij het afleggen zeggen wat mama's mooiste bloes was, en welke ketting ze het liefst droeg. Die oudste kon er later goed over praten, de twee jongere kinderen niet.

Elk kind reageert anders, maar zeker is, dat kinderen weghouden van het afscheid van een geliefde, in elk geval trauma's veroorzaakt.

Jalt en Lois waren door hun moeder voorbereid.

Diny de Haan (zus van overleden vader Anno, die met haar vriend voor de kinderen gaat zorgen): “Jeannette was altijd eerlijk tegen de kinderen. Als ze vroegen: 'Mama, je gaat toch niet dood?' antwoordde ze: 'Ik denk van wel.' Jeannette regelde ook een kinderpsychologe voor de kinderen van de stichting 'Achter de regenboog', die kinderen helpt bij het verwerken van een zwaar verlies.”

“Lois wilde wel met haar praten, Jalt eerst niet, die vond het maar stom: zijn mama leefde toch nog? We hebben hem natuurlijk nooit ergens toe gedwongen. In principe gaat de begeleiding van 'Achter de regenboog' door, daar hebben we wel behoefte aan.”

“Jalt vond het wel prachtig dat hij de kist mocht schilderen. Hij was trots dat zijn mama zo in het centrum van de belangstelling stond en stelde zich op als een regelneefje, zo van: heb je een mooie tekening? Leg hier maar neer. Op de begraafplaats holden de kinderen vooruit: zij wisten immers waar het was: bij hun papa. En gedreven schepte Jalt tenslotte zand op de kist. 'Wat heb ik veel geschept, hè?' zei hij een paar dagen later. Misschien kon hij er zijn pijn een beetje in kwijt.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden