Eigen haard

Zondag woonde ik de opening bij van het Joods Historisch Museum voor kinderen. Het is ondergebracht in het gelijknamige museum voor volwassenen aan het Jonas Daniël Meijerplein in Amsterdam en het is een van de zeldzame kindermusea waarover Nederland inmiddels beschikt. Ook in andere opzichten is het buitengewoon. Het is ingericht als een huis, een joods huis, met afzonderlijke vertrekken. In dit huis komen kinderen iets te weten over joden, joodse geschiedenis en joodse cultuur. In de studeerkamer leren zij hun naam te schrijven met Hebreeuwse letters. In de keuken mogen ze zelf matzes bakken. In de slaapkamer, waarvan de zoldering is bezaaid met sterren, kunnen ze op een groot bed dromen. Dromen waarvan? Van een betere wereld, bijvoorbeeld. Een wereld 'waarin iedereen voor iedereen zorgt', een wereld zonder 'oorlog, onderdrukking of honger'. Te mooi om waar te zijn? Jazeker. Daarom is de kamer voorzien van een nachtmerriekastje. Op de overloop bevindt zich bovendien een sprekende muur, die vertelt over de nachtmerrie van de jodenvervolging in de Tweede Wereldoorlog.

Carl Friedman

Maar de nadruk ligt op het heden. Wat betekent het in de dagelijkse praktijk om joods te zijn en hoe levensvatbaar zijn de oude tradities? Projectleidster Petra Katzenstein: ,,In het basisonderwijs komen joden hoofdzakelijk aan bod als slachtoffers van Hitler. Kinderen krijgen foto's te zien van joden die worden opgejaagd, mishandeld of vermoord. Zo ontstaat een wel zeer eenzijdig beeld. Natuurlijk, het is belangrijk dat de jeugd kennis neemt van vervolging en vernietiging. Maar daarmee houdt het verhaal niet op. In het kindermuseum laten wij zien hoe springlevend de joodse cultuur gebleven is.''

Katzenstein heeft gelijk. Het bestaande beeld van joden is inderdaad dringend aan verandering toe. Dat werd terloops bewezen door staatssecretaris Rick van der Ploeg, die in zijn openingsrede sprak van 'joodse mensen'. Het is een veelgehoorde formulering, die voortkomt uit ongemak en behoedzaamheid van nietjoden tegenover joden. Om de aanduiding 'joden' te vermijden, alsof het een schuttingwoord is, zeggen zij angstvallig: 'joodse mensen'. Ik heb er hier al vaker op gewezen: de specificatie 'mensen' is overbodig, omdat er in de hele wereld geen joodse dieren, planten of gebruiksvoorwerpen te vinden zijn. Zolang Nederlanders niet gewoon van 'joden' spreken wanneer ze joden bedoelen, schort er iets aan de verhoudingen.

Oud-burgemeester Ed van Thijn sloeg de mezoeza aan de deurpost van het museum, het traditionele rolletje perkament dat joodse huizen voor onheil moet bewaren. Daarbij ging hij nogal onhandig te werk. Kennelijk ontroerde de gebeurtenis hem hevig. Dat is niet verwonderlijk, aangezien hij als kind gedurende jaren uit zijn eigen huis verdreven was. Gescheiden van zijn ouders leefde hij in de diaspora van de onderduik. Hij zat verborgen op bijna twintig verschillende adressen, van Limburg tot in Overijssel. In het nieuwe museum bevindt zich een briefje dat hij in 1944, als achtjarige jongen, uit een van zijn schuilplaatsen aan zijn vader heeft geschreven. 'Lieve vader. Ik zit altijd te wachten op een brief, maar hij komt niet. Hoe gaat het met jou goed? Met mij wel, alleen heb ik nog wel eens last van mijn asthma, maar niet erg meer. Zal ik eens een rebus maken, ja? Nou daar is hij dan.'

Eronder heeft hij met grote toewijding een aantal rebusfiguurtjes getekend. Die vormen tezamen de spreuk: 'Eigen haard is goud waard.'

Er is oneindig veel meer te zien in het nieuwe museum. Maar dit ene aandoenlijke briefje, het briefje van Ed aan zijn vader, maakt een bezoek ruimschoots de moeite waard. En dat geldt zeker niet uitsluitend voor kinderen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden