Eichmann is een icoon geworden van het politieke kwaad

Hoofdaanklager Gideon Hausner wijst naar verdachte Adolf Eichmann, gezeten achter kogelvrij glas, tijdens zijn proces in 1961. © ANP Beeld
Hoofdaanklager Gideon Hausner wijst naar verdachte Adolf Eichmann, gezeten achter kogelvrij glas, tijdens zijn proces in 1961. © ANP

Het proces tegen de nazi Adolf Eichmann stelt ons vijftig jaar na dato nog steeds voor een probleem, stelt filosoof Thomas Mertens in de Hanna Ahrendt Lezing die hij op 23 november uitspreekt. Nog steeds worstelen we met de vraag: wat is de schuld van een individu en wat van het collectief?

Thomas Mertens

Men kan gerust stellen dat de wereld nog niet klaar is met Adolf Eichmann, ook al is het inmiddels vijftig jaar geleden dat het proces tegen deze nazi begon. Dat proces vond plaats in Jeruzalem, nadat Eichmann door de Israëlische geheime dienst, de Mossad, uit Argentinië was ontvoerd, en het mondde een jaar later uit in de doodstraf.

Eichmann is een icoon geworden van het politieke kwaad. Er bestaat veel filmmateriaal van hem. Recent verscheen een uitvoerige biografie, dook hij op in Philip Kerrs populaire Bernie Günther detectives en is hij de tegenspeler van de Zweedse diplomaat Raoul Wallenberg in Alex Ker-shaws net verschenen boek 'The Envoy', over het lot van de Joden van Boedapest in 1944.

Met haar klassieke boek 'Eichmann in Jeruzalem. Een verslag over de banaliteit van het kwaad' heeft Hannah Arendt een grote bijdrage geleverd aan de status van Eichmann als icoon. Nu was dat proces sowieso een echte mediagebeurtenis, waaraan vanuit Nederland twee bekende auteurs deelnamen: Harry Mulisch en Abel Herzberg. Maar het verslag van Arendt is het bekendst geworden en doet nog steeds stof opwaaien.

Dat heeft te maken met twee - met elkaar verbonden - stellingen, die zij innam.

Ten eerste: de enige reden voor het houden van een strafproces moet gelegen zijn in het vaststellen van de strafwaardigheid van de verdachte. Daarom was Arendt er geen voorstander van dat tijdens het proces het lijden van de Joden breed werd uitgemeten, ook als dat niets met de aanklacht van Eichmann te doen had. Het proces werd daardoor volgens haar eerder een propagandamiddel voor de staat Israël.

Ten tweede werd de filosofe getroffen door hoe 'normaal' Eichmann eigenlijk was. Hij zou een nietszeggende persoonlijkheid zijn die sprak in clichés en zich erop beriep dat hij alleen maar bevelen had gehoorzaamd van een regime dat hij als legitiem beschouwde. Vandaar de ondertitel van haar boek: 'een verslag over de banaliteit van het kwaad'.

Arendt heeft telkens gezegd dat het begrip 'banaliteit' niet sloeg op het politieke kwaad van het nazisme zelf, maar op de persoon Eichmann. En ook zou haar verslag geen filosofisch traktaat over het kwaad zijn. Maar die waarschuwingen hebben niet veel geholpen. Arendts boek heeft een grote bijdrage geleverd aan de beeldvorming over het politieke kwaad van het nazisme.

Gezien haar portret van Eichmann kon dat bijna niet anders. Als hij inderdaad 'banaal' was terwijl zijn misdaden enorm groot waren, dan verschuift vanzelf de aandacht van de dader naar het systeem dat dergelijke 'normale' daders in staat stelt hun misdaden te begaan.

Volgens Arendt schuilt het kwaad van Eichmann dus eigenlijk in de politieke systemen die daders beroven van hun gewone morele sentimenten, zoals medelijden bij het leed van anderen. Zo'n systeem is het gevolg van een gecompliceerde reeks van beslissingen, waarbij velen op verschillende niveaus betrokken waren: politici, juristen, filosofen, journalisten, ambtenaren en gewone burgers. Als gevolg daarvan is de individuele verantwoordelijkheid achteraf niet gemakkelijk te bepalen. Daarom ook klonk het pleidooi van Eichmann dat hij niets meer was dan een ambtelijk radertje in een grote vernietigingsmachine die zeker niet door hem werd aangestuurd, niet helemaal onaannemelijk.

Vervolgens is dat beeld van een georganiseerde vernietiging door een ambtelijk apparaat, met schrijftafelmoordenaars zoals Eichmann, dominant geworden in de beeldvorming over de genocide ten tijde van de Tweede Wereldoorlog. Daaraan hebben historici, die wijzen op de vele slachtoffers van 'gewone' handmatige moordpartijen met name in Wit-Rusland en de Oekraïne, (nog) niet veel kunnen veranderen. De treinen, logistiek aangestuurd door Eichmann, en de gaskamers bepalen het beeld.

Maar stel nu dat de stelling over banale daders waar is, dat Eichmann en zoveel anderen slechts verantwoordelijk waren voor een heel klein onderdeel van het proces. Dan levert dat een serieus probleem op voor Arendts andere stelling, namelijk dat een strafproces alleen dient te gaan om het bepalen van de strafwaardigheid van de verdachte.

Wat moet men Eichmann precies ten laste leggen? Hij verweerde zich door te zeggen dat hij helemaal niemand tegenkwam die het niet met de 'Endlösung' eens was. Dat zijn daden 'misdaden' waren waarvoor hij uiteindelijk werd vervolgd, was enkel het gevolg van het feit dat Duitsland de oorlog verloor. Op de vraag wat het kwaad in politieke zin is, lijkt dan uiteindelijk alleen een politiek antwoord te komen. De strafrechtelijke afwikkeling van dat politieke kwaad zou dan niets meer zijn dan overwinnaarsrecht.

Tot diezelfde ongemakkelijke conclusie komt men ook via een andere weg. Hoe is het mogelijk om de strafwaardigheid vast te stellen van een 'banale' verdachte, wiens misdaden enkel mogelijk waren omdat hij deel uitmaakte van een crimineel regime? Dat kan toch alleen door de strafwaardigheid van dat regime vast te stellen? Maar dat lijkt een politiek oordeel waarvoor de rechter gebruik moet maken van politieke en historische kennis.

Met andere woorden, de strafwaardigheid van een banale misdadiger kan alleen bepaald worden als de rechter de contouren van dat regime in beeld brengt. Door dat te doen, begeeft hij zich in het mijnenveld van de hedendaagse geschiedenis en loopt hij het risico zijn onpartijdigheid, of tenminste de schijn van onpartijdigheid, te verliezen. Wordt immers de geschiedenis niet, zoals het gezegde gaat, geschreven door de overwinnaars?

We zien dus dat de twee genoemde stellingen van Arendt niet gemakkelijk met elkaar te verenigen zijn. Wie de banaliteit benadrukt, dreigt de individuele strafwaardigheid uit het oog te verliezen; maar wie de strafwaardigheid van de 'banale' dader benadrukt, loopt het gevaar geen oog meer te hebben voor hoe normaal Eichmann in zekere zin was.

Naar mijn oordeel is Eichmann een icoon geworden, omdat er in zijn geval voor beide stellingen wel wat te zeggen valt. Deze ongemakkelijke combinatie van individuele en collectieve strafwaardigheid, van een juridisch en een politiek oordeel, is een probleem waarmee ook het huidige internationale strafrecht worstelt. Uiteraard kan het internationaal strafrecht rekenen op de nodige sympathie omdat velen menen dat ook het politieke kwaad moet worden bestraft.

Maar meestal is het heel moeilijk precies vast te stellen waaruit het kwaad bestaat. Men wordt juist geconfronteerd met een combinatie van banale daders die deden wat ze werd opgedragen en het politieke systeem waarvan zij een klein onderdeel uitmaakten. De leiders ervan wijzen naar beneden als zij ter verantwoording worden geroepen en de banale daders wijzen naar boven.

Helaas bestaat er geen eenvoudig recept voor hoe men op een rechtvaardige manier met die combinatie van individuele en collectieve strafwaardigheid kan omgaan. Zolang dat het geval is, zullen we met 'Eichmann' moeten leven.

Hannah Arendt Lezing

Filosofe Hannah Arendt (1906-1975) introduceerde het begrip 'de banaliteit van het kwaad'. Tot op de dag van vandaag is dit begrip hevig omstreden. Kan het toch behulpzaam zijn bij ons eigen nadenken over het hedendaagse politieke kwaad zoals we dat tegenkomen in de processen tegen lieden als Slobodan Milosovic, Charles Taylor en Radovan Karadzic?

Die vraag stelt rechtsfilosoof Thomas Mertens centraal in de jaarlijkse Hannah Arendt Lezing van Trouw en het Soeterbeeck Programma van de Radboud Universiteit Nijmegen. Mertens zal ingaan op de vraag wat 'politiek kwaad' is en hoe dat zich onderscheidt van het 'gewone alledaagse kwaad'.

Woensdag 23 november, 20.00 tot 22.00 uur, in de aula van de Radboud Universiteit, Comeniuslaan 2 Nijmegen. Toegang gratis voor studenten.

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden