Efficiëntie is voor Ravo nu het codewoord

In Nederland zijn ze vrij onbekend, maar ondertussen veroveren deze kleine en middelgrote bedrijven de wereld. Niet met kaas, tulpen of Delfts blauw, maar met draaideuren, graszaden en straatveegkarretjes. Langzaam of stormenderwijs en altijd met maar één doel: wereldmarktleider worden. Vandaag: veegmachines van Ravo bv uit Alkmaar.

Ravo

150 man personeel

JAAROMZET: 60 miljoen gulden

PRODUCT: veegmachines

EXPORTEERT NAAR: 150 landen

Als Shawn Casey langs de tekenkamer en de afdeling marketing naar beneden loopt, via het magazijn en de montagehal, is het één en al hi Jan, hi Piet, hi Dirk, hauw kaat het? De directeur is al drie jaar de enige Amerikaan bij Ravo en probeert zich zo Nederlands mogelijk te presenteren.

Nee, dat ze hem bij zijn voornaam noemen, is niet typisch Nederlands. Dat doen ze in Amerika ook. Maar het gaat er hier wel informeler aan toe. “Zonder dat het vervalt in slordigheid of nonchalance. Ik heb gemerkt dat er hier meer dan in de VS aandacht is voor sociale aspecten en het persoonlijk welbevinden van werknemers. Werk en sociale leven zijn hier beter in balans.” Diplomatiek: “In stressvolle situaties gaan Amerikanen wat langer door voordat zij het licht op rood zetten. Dat is goed voor de werksituatie daar, en zoals hier gewerkt wordt, is het weer goed voor de situatie hier.”

Ravo bv heette acht jaar geleden ook al Ravo bv, maar was toen nog het eigendom van oprichter Van Raaij. De internationale faam die Van Raaij Voertuigen (afgekort Ravo) had opgebouwd met zijn veegmachines, was aan de overkant van de Atlantische Oceaan niet onopgemerkt gebleven. Federal Signal Environmental Products Group slokte Ravo op en heeft nu vier divisies die grossieren in beveiligingsproducten, gereedschappen, brandweerapparatuur, reddingsvoertuigen en veegmachines.

Die laatste benaming doet een beetje onrecht aan het eigenwijze karretje dat met zijn borstels de straten afschuimt en het afval naar binnen zuigt. Shawn Casey verdeelt de markt van de veegmachines in drie sectoren: de kleinere die twee kubieke meter afval in hun containers kunnen stouwen, de compacte die twee tot vijf kuub kan hebben en de truckachtige die zes kuub of meer wegrijdt. “Toen we Ravo kochten, was vooral de compacte erg populair vanwege zijn omvang, handige manoeuvres en bijzondere veegcapaciteit”, zegt Casey. “Wij maakten in de VS ook al veegmachines, maar die compacte was nou net die ene die we niet hadden. Bovendien kregen we met de overname vaste voet aan de grond in Europa, waar Ravo nummer één was. Inmiddels bedienen we alle drie de markten.”

De grootste markt ligt voor Ravo nog steeds in Europa, waar vooral gemeenten de afnemers zijn. Ravo maakt jaarlijks 300 veegmachines. Tachtig procent daarvan komt in Europa terecht. En een op de vijf daarvan belandt in Nederland.

Frankrijk, Spanje, Italië en Duitsland zijn belangrijke afnemers, maar van een grote groeimarkt zal Casey niet snel durven spreken. “Er zijn landen waar kleine veegmachines nog volstrekt onbekend zijn, zoals in Groot-Brittannië en Oost-Europa. Daar hebben we uiteraard mogelijkheden. Maar we merken dat in veel andere landen de budgetten geknepen worden, waardoor voor dit soort uitgaven geen ruimte meer is. In Nederland heeft bijvoorbeeld de gemeentelijke herindeling grote gevolgen: één grote gemeente koopt minder machines dan drie kleine.” Ravo richt zich nu daarom ook op nieuwe producten, zoals schoonmaakmachines voor luchthavens. Daarnaast wil Ravo nog meer gaan doen aan serviceverlening.

Bovendien zijn de Alkmaarders niet de enigen op de markt. Casey schat zijn Europese marktaandeel op 50 procent. “In Europa hebben we 25 concurrenten, waarvan acht in Italië. En toch doen we het daar ook goed.” 'Goed', dat betekent in zijn geval dat je sterke machines moet maken die weinig lawaai produceren, er goed uitzien, erg betrouwbaar zijn en op z'n minst tien jaar meegaan. “En dat is precies waarin wij beter zijn”, meent Casey.

Dat zegt hij nou wel, maar amper drie jaar geleden nog lag Ravo praktisch op z'n gat. Dat was ook de reden dat de Amerikaan naar Alkmaar werd gestuurd. De vestiging in Dronten werd gesloten. Efficiëntie werd het codewoord. Casey: “Destijds maakte Ravo vier machines per week. Nu maken we er met hetzelfde aantal werknemers acht per week. De concurrentie was 40 procent goedkoper dan wij, dus dat moesten we op de een of andere manier goedmaken. Dat is met efficiënter werken gelukt.” Gelukkig, zegt hij, is het nu niet overal meer een kwestie van geld. “In het noorden van Europa vinden klanten kwaliteit en service belangrijker. In Spanje en Italië draait alles nog om de prijs.” En over prijzen gesproken: de kleinere modellen kosten rond de 160 000 gulden, de grootste ruim tweeëneenhalve ton.

Ravo is ondanks de Amerikaanse moeder Nederlands gebleven. Maar soms, merkt Casey, komt het beter uit dat zijn verkopers zichzelf Amerikaan noemen. “In Polen, bijvoorbeeld. Het spreekt onze klanten daar erg aan als je zegt dat Ravo Amerikaans is. Maar in Israël kom je als Nederlands bedrijf weer erg goed over. Ach, in de internationale handel zijn de verschillen toch al zo groot. Neem alleen al de kleur waarin we leveren. Uit oogpunt van verkeersveiligheid moeten onze machines een opvallende kleur hebben. Maar de Duitsers willen 'm oranje, we leveren groene aan Frankrijk en in Nederland is het in praktisch elke gemeente weer anders. Het kan mij allemaal niet schelen, zolang ze maar betalen.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden