Eeuwigheid zonder tijd

De eeuwigheid 'is het meest afschuwelijke wat je je kunt voorstellen. Iets dat nooit meer ophoudt', zei cabaretier Hans Teeuwen in het VPRO programma 'Zomergasten'. En hij concludeerde: 'Daarom is het goed dat er een einde aan het leven komt'. Hij voegde de daad bij het woord door een sigaret op te steken.

Als Teeuwen gelijk heeft, moet november wel de meest afschuwelijke tijd van het jaar zijn. In deze herfstmaand valt Allerheiligen, het feest waarin de gedachtenis van de gestorvenen wordt gevierd. Er is zelfs een 'Eeuwigheidszondag'. Toch is dit voor mij een van de mooiste maanden van het kerkelijk jaar.

Teeuwen maakt de fout zich de eeuwigheid voor te stellen als een oneindig doorlopende klok. Dat voelt al gauw als een regenachtige zondagmiddag waar maar geen eind aan komt. Maar in de eeuwigheid is per definitie geen tijd. Het gaat niet om leven dat oneindig is maar eindeloos - in de zin van: subliem, geweldig, verrukkelijk. Ook is de eeuwigheid niet alleen iets wat na dit aardse leven komt. Nu al kunnen we daar af en toe 'een voorschot' op krijgen, zegt de apostel Paulus.

Bijna iedereen heeft wel eens een eeuwigheidservaring gehad. Zien cabaretiers het zelfs niet als hoogste doel om hun publiek zover te krijgen? Ik bedoel die momenten waarvan je achteraf zegt: 'Ik vergat de tijd'. Zou het echt vreselijk zijn als dat nooit meer ophoudt, zoals Teeuwen denkt? Natuurlijk niet. Je wilt alleen maar 'more, more, more', om het met pornoster Andrea True te zeggen.

In een eeuwigheidservaring worden we even uit de tijd getild om een bijzondere bezieling, openheid en verbondenheid met alles en iedereen te beleven. Een verbondenheid die zich zelfs uitstrekt tot de doden. Hoe kan dat?

Schrik niet: omdat we in zo'n sublieme ervaring zelf een beetje dood gaan. Met het vergeten van de tijd, vergeten we namelijk ook onszelf. Dit is de wonderlijke kern van alle echte spiritualiteit: we worden gelukkiger naarmate we onszelf verliezen. Vandaar dat God, bron van geluk, echt niet weet wie of wat hij is zodat hij in de Bijbel op de vraag naar zijn naam niet verder komt dan: 'Ik ben die ik ben'. Veel theologen menen het echter beter te weten. Ze dichten hem allerlei eigenschappen toe die verdacht veel op henzelf lijken. In de woorden van Albert Schweitzer: ze kijken naar God als mensen die in een put blikken en hun eigen weerspiegeling zien. Op die manier theologiseren is in feite een door Rome toegestane vorm van zelfbevrediging.

Nee, dan de doden, die hebben het veel beter begrepen. Zij zijn de ware levenskunstenaars. Immers, ze hebben zichzelf radicaal verloren - ze zijn niet meer die Dirk die altijd tobde, of Elly die flirtte en uit de kas stal, of Lenie die als tandarts geconcentreerd gebitten schraapte. Ze zijn permanent uit de tijd getild en gaan, zoals een kerklied zingt, op in de hemelse dans - eindeloos 'more, more, more'.

U zult begrijpen dat wie zichzelf zo heeft verloren niet meer als Dirk of Lenie herkenbaar is - even weinig als hun overgebleven botten of as op hen lijken. Zal ik na de dood mijn man of vrouw weer zien, vragen ouderen in het verpleeghuis waar ik werk. Dan antwoord ik dat ze die niet zullen zien zoals zij zich hen herinneren, maar zoals God hen ziet. En dat is heel anders dan wij ze kenden, al tobbend of flirtend of tanden schrapend.

God ziet hen als 'eindeloos'.

Je zou er haast een sigaretje voor opsteken.

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden