Eeuwige vierde liever geen favoriet

Als eeuwige vierde is Lee Kyuo-Hyuk zijn eeuwige lach en humor niet verloren. Die leverden hem de bijnaam Pipo op. Het doorzettingsvermogen achter dat masker maakt hem dit weekeinde voor het eerst favoriet voor de wereldtitel sprint.

Die last schuift de bijna 29-jarige Zuidkoreaan in Hamar liefst verre van zich. Elf achtereenvolgende starts in de wereldbeker leverden elf medailles op, waarvan vijf gouden. ,,Geluk, gewoon geluk. Het is gebeurd met dezelfde training, dezelfde schaatsen en hetzelfde lichaam.”

Dan volgt een parodie op sportlieden, vooral Amerikanen, die de Heer aanwijzen als de magiër achter hun succes. Lee staat met een brede grijns op en wijst theatraal naar het dak van het Vikingskipet.

,,God is nu mijn vriend.” Niet van al die anderen? ,,Al die anderen gaan naar de kerk.” Dan verontschuldigend: ,,Ik maak maar een grap. Ik geloof niet in God. Mijn coach wel, die zegt dit.”

Eigenlijk wilde Lee vorig jaar met schaatsen stoppen. Al die jaren van zware training, dat ging nog wel. De mentale druk was hem in het olympische seizoen zwaar gevallen. Hij was naar voren geschoven als de favoriet van Zuid-Korea.

,,Alle ogen waren op mij gericht. Er was constant pers rond me, altijd interviews geven. Ik had veel stress. Ik was dat alles moe.”

Sportief viel het ook al niet mee, hoe luchtig Lee ook doet over zijn tegenslagen. Bij de WK sprint in Heerenveen reikte hij hoger dan ooit. Maar dat was slechts vierde, vlak achter Jan Bos. Vervolgens werd Lee op de olympische 1000 meter in de slotrit voorbijgestreefd door Erben Wennemars.

,,Een grote teleurstelling? Het verschil was miniem, en dan leven de mensen extra met je mee. Verliezen met een fractie van een seconde, dat is schaatsen. Ik heb me honderd procent gegeven, dus ik zit er verder niet zo mee.”

Kan jij je nog herinneren hoe het je verging tijdens de WK junioren?

,,Ja, ik was vele malen vierde, drie keer achter Nederlanders. Dan won ik op de 500 meter drie seconden op Bob de Jong, en dan won hij er op de vijf kilometer veertig terug. Dat is me tegen hem twee keer overkomen, nadat ik na drie afstanden eerste stond. Die lichting had sterke schaatsers, ik heb mooie herinneringen aan die tijd.”

Voor Lee was dat de tijd waarin hij wereldrecords reed, maar geen grote mondiale prijzen won. Als kampioen van Korea en Azië was hij slechts op zijn eigen continent de grote man.

Dat hij als kind schaatser werd, lag voor de hand. Zijn vader Lee Ikwen-Whan was ooit de Koreaanse specialist op de 1500 meter. Zijn moeder Lee In-Sook nam als kunstrijdster deel aan de Olympische Spelen en was in Salt Lake City aanwezig als vicepresident van de Koreaanse federatie kunstrijden. Zijn jongere broer Kyuo-Huan trad in de schaatssporen van zijn moeder en is nu coach.

,,Het was niet meer dan logisch dat ik ging schaatsen, iedereen deed het. Toen ik 13 of 14 was heb ik nog even in het nationale team shorttrack gezeten. Ik versloeg iedereen, dat was te gemakkelijk. Toen ben ik weer gaan sprinten.”

Lee zat ook dicht bij het goede materiaal. Zijn grootvader, ooit bokser, zette In-Sook Skates op, een naar zijn dochter genoemde groothandel in schaatsen. Nu Lee’s moeder de in de schaatshal van Seoul gevestigde winkel heeft overgenomen, is de naam veranderd in die van haar zoons. ,,Het is een echt familiebedrijf.”

De winkel stelde Lee in staat uitgebreid met materiaal te experimenteren. ,,Natuurlijk had ik altijd de beste schaatsen.” Lee was de eerste Koreaan die in 1997 op klapschaatsen stond. Hij reed prompt een wereldrecord op de 1000 meter. ,,We hebben in Korea zelf geprobeerd klapschaatsen te maken, maar er waren constant problemen. Ze waren zwaar of ze waren kapot. Ik hield het bij Viking of Maple.”

,,In het schaatsen is het moeilijk om van materiaal te veranderen. Tien jaar geleden probeerde ik talloze schaatsen uit, en elke keer was ik te langzaam. Nu heb ik de goede, nu is het perfect.” Twee andere zaken dragen ook bij aan zijn wonderlijke opleving van dit seizoen. ,,Op de eerste plaats hebben we een geweldige teamspirit. Vroeger waren we altijd met twee of drie sterke schaatsers; nu is iedereen goed.”

„In mijn hoofd ga ik anders met mijn sport om. Vorig jaar was ik enorm gespannen. Het waren mijn vierde Spelen, er werd enorm veel van me verwacht. Nu zeggen velen dat ik wereldkampioen kan worden. Ik denk er helemaal niets over. Ik schaats slechts, en daar wil ik vooral plezier bij hebben.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden