Eeuwige trouw aan de beul die haar naar het goud bracht

Terugblik | Trouw blikt terug op de Sportzomer van 2016. In aflevering 2 de zware weg naar het goud in Rio van zwemster Sharon van Rouwendaal.

Daar staat hij. Op het strand aan de Copacabana in Rio. Roodverbrand lichaam, lange grijze manen. Kettingen om zijn nek, armbanden om de polsen en altijd maar die zonnebril op zijn neus.


Dit is niet de schurk in een nieuwe actiefilm van Quentin Tarantino. Hier staat Philippe Lucas, de Franse coach van Sharon van Rouwendaal. Zwemtrainer van de oude stempel. Een stopwatch gebruikt hij nog wel. Een heleboel zelfs. Als zijn Nederlandse oogappel niet hard genoeg zwemt, smijt hij het ding stuk op de grond.


Van andere moderne meetinstrumenten moet hij niets hebben. Lactaatmetingen en video-analyse ontbreken in het buitenbad in het Franse Narbonne, het gehucht waar de 23-jarige Van Rouwendaal zich in 2013 vestigt om olympisch kampioen te worden. In het bad - zonder dak, in de open lucht - laat ze zich afbeulen. Zes dagen per week. Ook op dagen dat het koud is. Dat het regent, waait, hagelt, vriest.


Soms spreekt Lucas een week niet tegen zijn pupil. De Fransman, die eerder Française Laure Manaudou en de Italiaanse Federica Pellegrini naar eeuwige roem bracht, denkt dat Van Rouwendaal daar nog harder van gaat zwemmen. Daar heeft hij nog gelijk in ook. Ze traint zich scheel om een complimentje van haar trainer te krijgen.

Konijn Valentijn

Van Rouwendaal zwemt soms 90 kilometer per week. Dergelijke trainingsschema's zijn in Nederland, waar talenten uit een kleinere kweekvijver gespaard moeten worden, uit den boze. Soms kruipt ze na de laatste training van de week, op zaterdagochtend, bekaf haar bed in om er pas maandag bij de eerste training weer uit te komen. Vriendinnen heeft ze niet in het gehucht langs de kust van de Middellandse Zee, ook al bracht ze een deel van haar jeugd door in de Dordogne door en spreekt ze de taal. Konijn Valentijn is vaak het enige levende wezen waar ze tegen praat. Maar die treft ze een paar maanden voor Rio aan met een 'geknakt nekje', zoals ze het zelf omschrijft.


In mei vraag ik haar, op bezoek in Narbonne, of ze gelukkig is. Van Rouwendaal kijkt naar het gigantische bord met eten voor zich. De hoeveelheden die ze naar binnen moet lepelen om haar reserves aan te vullen zijn soms niet leuk meer. We zitten in een van de restaurantjes langs de rivier de Aude. De enige plek in de stad waar het een beetje gezellig is - in de zomer dan.


Haar blik verandert. Van stoer, met alle verhalen over haar kwelgeest langs de badrand, naar serieus. "Soms besef ik dat ik hier helemaal alleen zit", zegt ze. "En dat ik alleen maar zwem, eet en slaap. Dan denk ik: wat ben ik aan het doen? Er is zoveel meer dan dit."


Ze behandelt haar gevoelsleven als haar trainingen. Storende gedachten schakelt ze uit. Aan gepieker heeft ze niets. Dat ze haar ouders mist, probeert ze te vergeten.


Ze blijft trouw aan haar beul. Ook als haar schouders gaan ontsteken door de ontelbare rotaties door het water. Na de Europese titel in het open water in 2014, en daarna de zilveren plak op de WK in 2015 in het zwembad op de 400 meter en op de 10 kilometer, breekt haar lichaam.


In november vorig jaar beginnen de problemen. Van Rouwendaal voelt steken in haar armen, ook 's nachts. In haar schouders, onderarmen, overal eigenlijk. Is het spierpijn? Een blessure? Een ontsteking? Ze heeft geen idee. Onderscheid tussen verschillende pijnen kent ze niet meer.


Voor het eerst klaagt ze. Ze vraagt trainer Lucas wat er aan de hand is. Dat dit nou ook niet de bedoeling kan zijn. Hij luistert, eindelijk. Ze mag gas terugnemen. Met hulp van de fysiotherapeut van de Nederlandse ploeg, Patrick Martens, lost de zwemster het probleem in haar ontstoken schouders op. Ze moet hem elke week een lijstje sturen met pijnscores en krijgt oefeningen voor haar schouders. Een paar maanden voor Rio schrijft ze eindelijk weer 'nulletjes' wat betreft de pijn.

Dubbele missie

Haar missie om zowel in het open water als in het zwembad olympisch eremetaal te halen, mislukt in Rio. Voor de 400 vrij mist ze nog snelheid. Van Rouwendaal 'schaamt zich dood' met wat ze laat zien.


Voor de 800 vrij trekt ze zich terug, zodat ze al haar energie voor de 10 kilometer open water, de week erna, kan gebruiken.


Bijna twee uur lang beukt ze door de golven van de Copacabana, in het water dat zo smerig zou zijn dat zwemmers van tevoren antibiotica hebben genomen om er niet ziek van te worden. Twintig meter voor de finish denkt Van Rouwendaal ineens aan al die jaren zonder familie of vrienden, alleen in die krappe studio in Narbonne. Er komt een oerkracht vrij in haar benen, een laatste restje energie voor een extra krachtige beenslag.


"Ik ga niet drie jaar hard trainen en dan niet als eerste aantikken", zegt de zwemster na haar overwinning. "Met twintig meter te gaan dacht ik: die is gewoon van mij."


Ze ramt door, zoals ze drie jaar in het zwembad in Narbonne door de pijn heen beukte. Na de finish valt ze huilend in de armen van haar zus, die ze zo weinig zag. Haar ouders krijgt ze aan de telefoon, ze kunnen amper wat uitbrengen.


Met de afdruk van haar zwembril nog op de ogen staat ze op het podium met haar gouden plak, snikkend. Coach Lucas loopt tevreden rond - voor zover dat bij de stoïcijnse trainer is waar te nemen. Toen de zwemster uit het water klom, had hij één boodschap: "Zie je nou wel. Het is het allemaal waard geweest. Of niet dan?"

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden