Eeuwige strijd tussen moskee en kazerne

Premier Adnan Menderes beloofde Turkije, voor het eerst na Atatürk, meer vrijheden. Het leger achtte het secularisme in gevaar, en executeerde Menderes in 1961. Maar de ’moskee’ neemt revanche: de nieuwe ’first lady’ trekt mét hoofddoek in Atatürks paleis.

Erdal Balci

De lichten bleven dag en nacht aan in zijn cel. Zonder slaappillen kon hij onmogelijk in slaap vallen. Later hielpen deze pillen ook niet meer. Hij ging kapot. Toen de militairen hem op een nacht kwamen halen om hem over te brengen naar een andere cel, dacht hij dat ze hem naar de plaats van executie brachten. Op smekende toon zei hij: „Gaat het niet te snel, zonder mij een verhoor af te nemen?”

Ze vroegen hem of hij iemand wilde spreken. Hij wilde Etem zien, zijn eerste en enige vriend. Etem zat ook gevangen. Zoals in hun jonge jaren ging Adnan weer uithuilen op de schouder van Etem. Etem kon hem deze keer niet troosten. Er was geen redding meer. De coupplegers wilden bloed zien.

De druk van de processen was niet meer te verdragen. Hij deed een poging tot zelfmoord door pillen te slikken. Hij raakte in coma. Artsen slaagden er in om hem uit coma te halen. De rechter had inmiddels zijn vonnis uitgesproken: de doodstraf. In de ochtend van 17 september werd hij in een snelboot naar het eiland Imrali gebracht. Op Imrali werd hem gevraagd of hij nog een laatste wens had. Menderes wilde onder vier ogen met de imam praten. Dat werd hem geweigerd. In het bijzijn van anderen bad hij mee met de imam. Voordat hij naar de galg liep, zei hij: „Ik wens mijn land en volk het eeuwige geluk. Ik denk met liefde aan mijn vrouw en kinderen”. Een afstand van 150 meter moest hij met zijn beul naar de galg lopen. Hij draaide zich om en bracht nog een laatste zin uit: „Ik neem niemand iets kwalijk”. De eerste gekozen premier van Turkije, Adnan Menderes, werd even later opgehangen. Het was in het jaar 1961.

Schrijver Cetin Altan heeft de geschiedenis van Turkije ooit in een zin samengevat: „Het is een nooit eindigende strijd tussen de moskee en de kazerne”. Als we van de analyse van Altan uitgaan, heeft de kazerne in de jaren twintig van de vorige eeuw behoorlijk toegeslagen met Mustafa Kemal Atatürk. Hij heeft de bevrijdingsoorlog gewonnen, de republiek gesticht, het seculiere systeem ingevoerd en een sterk nationalistische staat opgericht die de Turkse nationaliteit verheerlijkt. Iedereen moest zich Turk noemen. En alles wat op islamisme leek werd hardhandig de kop ingedrukt.

Nog steeds van de zin van Altan uitgaande: de moskee heeft lang moeten wachten op revanche. Bij de eerste algemene verkiezingen in 1950 stemde de meerderheid van de kiezers op Adnan Menderes, die met zijn Democratische Partij meer vrijheid beloofde. Menderes werd elf jaar later opgehangen door de generaals, hoewel hij een imposant mausoleum voor Atatürk had laten bouwen om juist bij hen in de gunst te komen. Zelfs dat hielp niet. Het leger van Atatürk wilde geen enkel risico nemen. Het systeem van Atatürk mocht niet in gevaar komen.

De tweede grote opmars van de moskee vindt nu plaats, onder leiding van de huidige premier Tayyip Erdogan. Hij heeft de meerderheid in het parlement en zijn vriend en rechterhand Abdullah Gül wordt binnenkort president van Turkije. Gül gaat met zijn echtgenote, die een hoofddoek draagt, in het paleis van Atatürk wonen.

Laat de seculiere, militaristisch nationalistische elite de macht langzaam uit haar handen glippen of gaat ze, zoals ze in de afgelopen 86 jaar heeft gedaan, hard terugslaan? Hoe de strijd ook eindigt, de elite zal haar huid duur verkopen.

Senem Unal, studente aan de lerarenopleiding, organiseert de demonstratie ‘Red de Republiek’ die morgen plaatsvindt in Istanbul. „Ik verwacht minstens een half miljoen demonstranten”, zegt zij overtuigd. Ze is kwaad, maar niet verontrust. Ook niet nu na de premier en de parlementsvoorzitter ook de president een islamist wordt. Ze zegt, haar lange pony af en toe wegblazend: „Wij zullen niet toestaan dat die fundamentalisten ons land overnemen. Als het moet, ga ik ondergronds. Ik haat ze. Vooral hun vrouwen met die hoofddoeken. Ik weet zeker dat ik ga huilen wanneer ik de eerste beelden van Hayrunisa (echtgenote van de toekomstige president, red.) in het presidentiële paleis zie. Begrijp me niet verkeerd, ik ben een democraat. Maar wat mij betreft mag het leger nu ingrijpen”.

In een andere wijk heeft Meral Bereli haar dochter opgehaald van school. Deze twintiger is ook studente. Over een jaar mag ze zich voorlichtster noemen. Meral heeft ook geen hoofddoek op, maar heeft, in tegenstelling tot Senem, geen enkel probleem met Gül als president. „Het is goed dat de macht van de aanhangers van Atatürk minder wordt. Ik kan al die verheerlijking niet meer verdragen. Gisteren nog moest ik naar het feest op de school van mijn dochter. Die kinderen hebben een uur lang gedichten over Atatürk gelezen. Ze waren uitgeput. Wij moesten dat allemaal toehoren. En dat bijna elke maand. Onze kinderen krijgen hetzelfde onderwijs als in Noord-Korea. Ik vraag me af wanneer deze krankzinnige toestand ophoudt.”

De vader van Meral was een boer die jaren geleden naar Istanbul emigreerde, in een achterstandswijk woonde, langzaam opklom als handelaar, een beter huis betrok, zijn kinderen liet studeren en een vrouw heeft met een hoofddoek op. En de kinderen van deze gepensioneerde man hebben nu geen enkel probleem met de regerende AK-partij (voluit: Adalet ve Kalkinma Partisi, ofwel Gerechtigheids- en ontwikkelingspartij) en de presidentskandidaat die deze partij naar voren schuift.

Daarentegen is Senem dochter van een politieagent. Zelf gaat ze ook bij de overheid werken. Bijna haar hele familie bestaat uit mensen die carrière hebben gemaakt binnen de overheid.

Socioloog Naci Bostanci stelt dat de politieke islam haar eigen elite begint te vormen. Volgens hem voelt de elite van de republiek zich langzaam in het nauw gedreven. „De boeren van voorheen, het volk uit de kleine steden en uit de achterstandswijken nemen de macht over. Deze mensen willen meer welvaart en een betere toekomst voor hun kinderen. Ze willen niet langer onderworpen zijn aan de militaire en bureaucratische elite. Via handel lijken ze hun doel te verwezenlijken. De kleine bedrijven van deze mensen worden steeds groter. Ze drijven handel met de hele wereld. Ze hebben hun horizon verbreed. Ze willen een belangrijker rol spelen in het land. Ze komen hun plaats opeisen in het machtscentrum. Als je naar de seculiere demonstranten kijkt, zie je dat het mensen zijn die in het hart van de staat zitten. Ze voelen zich bedreigd door de komst van het volk.”

Veelzeggend is de achtergrond van Abdullah Gül die binnenkort president wordt. Hij is zoon van een kleine handelaar en komt uit het Centraal-Anatolische Kayseri, stad van handelaars. Adnan Menderes, de in 1961 opgehangen premier, had een soortgelijke achtergrond. Zal de AK-partij slagen waar Menderes faalde?

Mehmet Altan, econoom en schrijver, heeft er het volste vertrouwen in. Omdat, volgens hem, Turkije nu in het Europese Unie- proces zit en geen enkel machtscentrum in Turkije dit kan terugdraaien. Hij zegt: „Voor Atatürk betekende modernisering het nadoen van het westen. Turken kopieerden ná hem de Europeanen door dezelfde producten te consumeren. De laatste jaren echter zien we dat Turkije productiever wordt. Er is sprake van een industriële revolutie. De onbeduidende, arme bevolking van weleer verschijnt nu op het toneel. Turkije laat langzaam het totalitaire regime van Atatürk los. We groeien naar een echte democratie. De Turkse economie groeit als nooit tevoren. Het lijkt me onmogelijk dat de oude elite haar vertrouwde macht kan behouden. Twee groepen zijn nu handje aan het drukken, terwijl de winnaar bekend is.”

Bij de demonstratie ’Red de Republiek’ in Ankara van twee weken geleden, waar honderdduizenden in meeliepen, ageerden sprekers tegen het westerse imperialisme, de Europese Unie, de globalisering en de politieke islam. Een grote paradox op het eerste gezicht. Want was het niet Atatürk zelf die het vizier op het westen had gericht?

Senem, het meisje met de pony dat over een jaar voor de klas gaat staan en de demonstratie in Istanbul mede aan het organiseren is: „Atatürk heeft oorlog gevoerd tegen westerse imperialisten. We gaan in zijn voetsporen treden. De AK-partij is een marionet van het westen. Ze leren hun lesje wel. Het zal niet lang duren.” Wat zou ze voelen als de premier het lot deelt van Menderes? „Ik zou er geen traan om laten. Het is die Erdogan die het regime van Atatürk langzaam aan het kapotmaken is”, zegt Senem.

De dochter van Meral heeft haar broodje met jam naar binnengewerkt. Het is zonnig. Het kleine meisje mag van haar moeder buiten spelen. Voordat ze gaat, vraag ik of ze een gedichtje over Atatürk wil voordragen. Kleine moeite voor haar. Ze gaat rechtop staan met de handen keurig tegen de benen gedrukt, als een goed opgeleide soldaat bijna. Fier zegt ze het gedicht uit haar hoofd op. Haar moeder even later: „Ik stoor me zo aan dit soort onderwijs. Maar ik kan er niets over zeggen op school. Ik kan ook niet tegen mijn dochter zeggen dat ze het niet zo serieus moet nemen. Ik ben bang dat ze door de leraren slecht wordt behandeld. Het is wrang.”

Meral gaat op de AK-partij stemmen bij de volgende algemene verkiezingen. Net als de vorige keer. „Schrijf niet dat ik een moslimfanaat ben”, lacht ze.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden