Eeuwige stad, eeuwige barbaren

Rome, de Eeuwige Stad, kan wel tegen een schram. Groter was de schade niet na de invasie van het Feye-noordlegioen, in vergelijking met de strooptochten van de Gothen (410), Vandalen (455), opnieuw de Gothen (546), de Saracenen (846), de Noormannen (1084) en de plundering door het leger van Karel van Bourbon (1587). Rome is een eeuwig verwoeste stad, een eeuwig mikpunt.

Alleen stond bij die andere invasies de Fontana della Barcaccia nog niet op het Piazza di Spagna. De barokke fontein van het lekkende bootje, gebeeldhouwd door Pietro Bernini en diens beroemde zoon Gian Lorenzo en opgeleverd in 1627. De fontein was een zachtmoedig monument, uitgevoerd in travertijn, een monument dat herinnerde aan een overstroming van de Tiber. Het water ervoor wordt aangevoerd door een goeddeels ondergronds viaduct uit de Oudheid. De fontein had in 2014 juist een kostbare restauratie ondergaan.

Vorige zomer brachten we onze vakantie door in de Sabijnse heuvels even buiten Rome en bezochten de stad enige malen met de kinderen. Je moest je in dikke toeristenstromen voegen tussen het Campo de' Fiori, het Piazza Navona, het Pantheon en de straatjes tussen de Trevi Fontein en de Spaanse trappen bij het Piazza di Spagna. Aan dat laatste plein, vol ballonnen-, loten- en souvenirverkopers, kochten de kinderen in een gelateria een ijsje dat 8 euro bleek te kosten. Het was heet in de stad. Iets verderop lunchten we in de Via Margutta met Romeinse vrienden in de koelte van restaurant Babette aan een lange, witgedekte tafel.

Rome is op achteloze wijze oud, beschadigd en mooi, en in fragmenten schittert nog de ongekende verfijning en decadentie die de stad in cultuur en architectuur beleefde. De Capitolijnse musea een wonder, zelfs in hun achting voor de vijand: daar is de stervende Galliër te zien, een aangrijpend marmeren beeld van weliswaar Hellenistische oorsprong, maar toch eeuwenlang in gekoesterd Romeins bezit.

De Galliër die ik deze dagen zag 'sterven' was een zwaarlijvige kale Feyenoordhooligan die met bloedende hoofdwond op zijn buik op de kasseien lag, zijn handen met tiewraps op de rug gebonden. Een schram.

De Feyenoordaanhang, of wat daarvoor door moest gaan, had al wildplassend en flessenwerpend huisgehouden op het Campo de' Fiori, een van die elegante pleinen waar buitenlandse bezoekers graag op de terrassen eten, naar straatmuzikanten luisteren en zich laserpennen laten aansmeren. Je kon ze ook horen brullen in het park van Villa Borghese. En natuurlijk, zwart hoogtepunt, op dat Piazza di Spagna, op die trappen en in die fontein, waar vuurwerk ontplofte, en een groene rookbom.

De romantische Engelse dichter John Keats was in 1821 in een huis naast de Spaanse trappen gestorven, met het murmerende water van de fontein in zijn oren. Dat bracht hem tot de regel die zijn grafschrift zou worden: Here lies one whose name was writ in water.

Ik weet, het is maar een symbool, zo'n fontein. Rome leeft voort. Het travertijn wordt hersteld. En het was ook niet het echte Feyenoordlegioen. Maar wat pijn doet is de weerloosheid van het schone tegen de eeuwige barbarij.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden