Eeuwig de nuchtere boerenzoon

Voordat hij naar de kunstacademie ging, had hij nooit een museum bezocht. Maar de Friese boerenzoon en internationaal succesvolle schilder Robert Zandvliet vindt dat niet bijzonder en juist een voordeel. ''Je kijkt scherper als je onbevangen bent en niet belast met informatie.''

Om de dag koopt Robert Zandvliet twintig eieren. Als hij heel veel schildert, slaat hij er ook wel eens zestig in. Van de eieren gebruikt hij alleen het eigeel: dat mengt hij met olie, waaraan hij vervolgens pigment en water toevoegt. Al op de Kunstacademie in Kampen begon hij zijn eigen verf op basis van eieren te maken. ,,Je hebt geen last van terpentinelucht en je kunt er laag over laag mee schilderen, terwijl het toch transparant blijft.''

Zandvliet is verliefd op verf. Dat spát niet alleen van zijn doeken af. Dat hóór je ook als hij praat over de ambachtelijke aspecten van het schilderen. In zijn atelier in een voormalig schoolgebouw in Rotterdam-Crooswijk liggen schilderijen-in-wording op de vloer. Nergens een schildersezel te bekennen. Meestal legt Zandvliet zijn doeken op de grond om te voorkomen dat de verf, die hij in heel dunne lagen opbrengt, gaat uitlopen. Acht jaar geleden verhuisde hij naar Rotterdam, `een prima stad voor kunstenaars`. ,,Amsterdam is me te druk, een beetje te veel gedoe ook daar. Dat leidt maar af van het schilderen.''

Het is hard gegaan met Robert Zandvliet (1970), die als zoon van een Friese veehouder opgroeide in Tjalleberd bij Heerenveen. ,,Dat moeten journalisten altijd vermelden'', grinnikt hij. Dat hij een boerenzoon is spreekt kennelijk tot de verbeelding, evenals het feit dat hij nog nooit een museum had bezocht voordat hij naar de kunstacademie ging. ,,Zo bijzonder is dat niet. Zeker de helft van de leerlingen van kunstacademies heeft van huis uit niets op het gebied van kunst meegekregen. Ik heb dat zelf als prettig ervaren, dat ik zonder al te veel achtergrond op de academie kwam. Je kijkt veel scherper als je nog onbevangen bent en niet belast met informatie.''

In de vijfde van de havo wist hij ineens dat hij naar de kunstacademie wilde, al had hij geen idee wat hij daar kon verwachten. Maar hij wilde iets met zijn handen doen. Om toegelaten te worden, moest hij een paar schetsen maken. En tekenen kon hij wel. Op de academie bezocht hij voor het eerst musea. Wat later kwam hij ook in Italië, waar hij gebiologeerd raakte door fresco`s. Na een jaar wist hij het zeker: schilderen wilde hij. Na Kampen kwam Zandvliet op voorspraak van zijn docenten, die in hem een talent zagen, op De Ateliers in Amsterdam terecht. Niet lang na deze tweejarige opleiding, Zandvliet was net 25, nodigde Rudi Fuchs hem uit voor een solo-tentoonstelling in het Stedelijk Museum in Amsterdam. De meeste kunstenaars zouden dat droomaanbod meteen hebben aangenomen, maar hij sloeg het af. ,,Dat is ook zo`n verhaal dat me altijd zal achtervolgen. Natuurlijk wilde ik graag in het Stedelijk exposeren, maar ik vond het te vroeg. Ik wilde me eerst verder ontwikkelen.'' Zes jaar later, in 2001 hingen zijn doeken alsnog bij Fuchs in het Stedelijk. Maar toen was hij er klaar voor en had hij zijn werk inmiddels mogen laten zien in galerieën in New York en Wenen.

Hij realiseert zich maar al te goed dat het zelden voorkomt dat een jonge kunstenaar meteen kan leven van zijn werk. ,,Ik heb één keer subsidie gehad, maar die heb ik niet eens kunnen opmaken, omdat ik toen al te veel verdiende. Ik heb geluk gehad dat ik de juiste mensen ben tegengekomen en goede docenten heb gehad. Maar het is me niet komen aanwaaien, ik heb er heel hard voor moeten werken. Ook belangrijk is dat je je nooit laat meeslepen door het succes, maar altijd hoge eisen aan jezelf blijft stellen.''

Kenners typeren het werk van Zandvliet als pure schilderkunst. Kenmerkend voor zijn schilderijen is dat ze vol beweging zijn en de kijker nooit onberoerd laten. Met vaak brede kwaststreken, soms van wel 25 cm, weet Zandvliet allerlei associaties op te roepen, met landschappen of snelwegen. Je ondergaat zijn schilderijen zonder precies te kunnen benoemen wat je ziet en ervaart, maar ze blijven je bij. Zandvliet schilderde aanvankelijk alledaagse objecten als een autoraampje, eierdoos of tennisbaan, maar dan sterk uitvergroot en met vette contouren aangezet. Daarna werden zijn schilderijen abstracter en kregen ze iets landschapachtigs. De scherpe lijnen van de horizon, neergezet in brede verfbanen, leidden vervolgens tot wat Zandvliet zijn snelwegserie noemt: bovenaanzichten van snelwegen die over en onder elkaar kruisen. Daar vloeiden langzaam toch weer landschappen uit, maar nu zonder horizon. Zijn schilderijen zien er altijd uit alsof de verf weloverwogen op het doek is gebracht, maar dat is schijn. Er gaat vaak veel geploeter aan vooraf, vertelt Zandvliet. ,,Je zou al die onderlagen eens moeten zien.'' Maar met zijn gezwoeg heeft de kijker niks te maken. Die moet ook niet lastiggevallen worden met informatie over zijn persoon, zoals zijn boerenafkomst, want dat belemmert het kijken maar. Zelfs Rudi Fuchs kon het in een gesprek met Zandvliet voor de VPRO-radio in 1996, niet laten het groen op één van zijn doeken als gras te interpreteren. ''Dat deed ik omdat ik daar zat met een bloedjonge schilder (25), de zoon van een Friese veeboer, die (dacht ik) natuurlijk ook eerst aan gras zou hebben gedacht.''

Zandvliet: ,,Mensen willen altijd maar interpreteren en denken een schilderij beter te kunnen doorgronden als ze alles weten van de schilder. Maar mijn persoon, mijn geploeter of twijfels zijn niet relevant. Het schilderij verandert er niet door. Al die extra informatie vervuilt je blik alleen maar. Daarom geef ik mijn schilderijen ook nooit een titel, omdat je er dan toch anders naar gaat kijken. Elke anekdote die ik erover vertel, doet afbreuk aan het werk. Mijn oud-docent Ben Akkerman zei eens dat hij wilde dat zijn schilderijen voorbijgangers even een hand toestaken, even een moment van aandacht kregen. Dat spreekt me aan. Mensen hoeven van mij niet onder woorden te kunnen brengen wat ze zien. Ik ben tevreden als een schilderij de kijker even optilt, even een moment van verlichting of inzicht biedt, net zoals een mooie film of muziek dat teweeg kan brengen.'' Zelf heeft hij dat heel sterk met het werk van Willem de Kooning. Ten onrechte zien sommigen overeenkomsten tussen zijn doeken en die van De Kooning. ,,Mijn werk kun je gemakkelijker lezen. Ook is er een groot verschil tussen zijn kwaststreek en die van mij. Die van hem is heel direct en heeft een bijna emotionele lading. Hij heeft van zijn twijfels zijn handelsmerk gemaakt. Dat probeer ik te voorkomen. Bij mij is de kwaststreek op zichzelf komen te staan.''

Een plaatje of foto gebruikt hij nooit als voorbeeld. En tijdens het schilderen moet hij ook niet te veel nadenken. ,.Als ik alleen maar schilder wat ik weet, wordt het nét te weinig.'' Maar natuurlijk is hij niet blanco en zitten er massa`s beelden in zijn hoofd. Daarvoor hoeft hij geen verre reizen te maken. ,,Reizen kun je ook in je hoofd. Iemand als Morandi heeft zijn hele leven in dezelfde stad gewoond en maakte toch fantastische schilderijen. Hoe zet je informatie om en transformeer je die, daar gaat het om.''Robert Zandvliet, `Beyond the Horizon`, schilderijen 1994-2005: t/m 8 januari in museum De Pont, Tilburg, www.depont.nl.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden