Eeuwfeest van de statistiek

Het Centraal Bureau voor de Statistiek viert vandaag zijn honderdste verjaardag. Gerard Visscher, werkzaam aan de afdeling parlementaire geschiedenis van de Universiteit Leiden, beschrijft de geschiedenis, de betekenis en de problemen van 's lands cijferleverancier.

Op 9 januari was het precies 100 jaar geleden dat het Centraal Bureau voor de Statistiek werd opgericht. De viering van het eeuwfeest werd uitgesteld tot een warmere dag: vandaag, een week nadat Anne-Marie Kuijlaars op een mooi en dik boek over de institutionele geschiedenis van het CBS promoveerde. Met dit proefschrift ('Het huis der getallen') gaf het CBS, dat de begeleiding en de kosten op zich nam, zichzelf een mooi verjaardagsgeschenk.

Het feest is echter wreed verstoord, doordat minister Jorritsma (Economische Zaken) ruim twee maanden geleden draconische bezuinigingen op het CBS aankondigde. Het kabinet wil de CBS-vestiging in Heerlen tot enkele honderden medewerkers terugbrengen. Een groot aantal Limburgse CBS-medewerkers hangt ontslag boven het hoofd. Honderden andere medewerkers worden van Heerlen naar de hoofdvestiging in Voorburg overgeplaatst.

De geschiedenis van een belangrijke rijksdienst levert haast onvermijdelijk een mooi verhaal op, waarmee bestaande beelden worden bevestigd of juist ontkracht. Het beeld dat in Nederland alles vijftig jaar later plaatsvindt dan in de buurlanden lijkt aardig te kloppen. In 1848 werd een bureautje op Binnenlandse Zaken ingesteld om statistisch materiaal te verzamelen, bijna vijftig jaar nadat Napoleon in Frankrijk een nationaal statistisch bureau oprichtte.

In 1878 hief de liberale minister Kappeyne van de Coppello, die bekend stond als de man van de onderwijsvernieuwing, zij het van zeer eenzijdig openbaar karakter, het bureautje echter weer op. Het belang van statistisch materiaal ter onderbouwing van het beleid zag de minister niet.

Tien jaar later kwam als eerste en enige socialist Domela Nieuwenhuis in de Kamer. Drie jaar achtereen drong hij bij de begrotingsbehandeling aan op de oprichting van een centraal statistisch bureau. In 1892 kwam er de Centrale Commissie voor de Statistiek (CCS), die als adviescollege een belangrijke rol zou gaan - en blijven - spelen. In 1899 richtte het kabinet Pierson - in de parlementaire geschiedenis bekend als het kabinet van de sociale rechtvaardigheid - bij Koninklijk Besluit het CBS op. De twee liberale ministers die de sociale kwestie nadrukkelijk op de politieke agenda zetten, Pierson en Goeman Borgesius, waren beiden overtuigd van het belang van het bureau. De tijd van de nachtwakersstaat was voorbij.

Het bureau viel formeel onder de verantwoordelijkheid van de minister van Binnenlandse Zaken maar functioneerde vanaf de oprichting zelfstandig en onafhankelijk, met een begeleidende rol voor de CCS. Bijna een eeuw voordat een en ander wettelijk zou worden vastgelegd - in de Wet op het CBS van 1996 - was in de praktijk al sprake van een zelfstandig bestuursorgaan met een reputatie van wetenschappelijkheid. Direct na zijn oprichting kreeg het nog kleine bureau al de organisatie van de tienjaarlijkse volkstelling op zijn bord. Op deze voor de burgers verplichte telling zouden nog zes volkstellingen volgen.

Naast het verzamelen van populatiegegevens ging het bureau data vastleggen ten aanzien van huisvesting, onderwijs - de befaamde onderwijsstatistieken -, werkgelegenheid, gezondheid en wat dies meer zij. In 1932 midden in de economische crisis 'verhuisde' het CBS van Binnenlandse Zaken naar Economische Zaken. Aandragen van statistisch materiaal om de crisis te bestrijden was een van de hoofdtaken van het bureau geworden.

In de veertig jaar na de oprichting was het bureau gigantisch gegroeid tot bijna 1000 medewerkers. Tijdens de Tweede Wereldoorlog bleef het CBS, als nagenoeg iedere andere dienst, zo normaal mogelijk zijn werk doen. Het was accommodatie met de bezetter, geen collaboratie. Na de oorlog kon er - waarschijnlijk terecht - op gewezen worden dat hier en daar gesaboteerd was met cijfers. Een bombardement op het hoofdgebouw in maart 1944 betekende dat het CBS na de oorlog letterlijk en figuurlijk weer opgebouwd moest worden.

Het bureau breidde het takenpakket steeds verder uit. Met behulp van steekproefonderzoek ging het CBS vanaf de jaren '50 op allerlei terrein een toenemend aantal sociaal-culturele statistieken opleveren. In 1971 betrok het bureau met circa 1500 werknemers de vestiging in Voorburg. Drie jaar later kwam er een tweede vestiging in Heerlen. In ruim tien jaar tijd verdubbelde het totale personeelsbestand tot een aantal van meer dan 3500 werknemers in 1982. Onder de kabinetten-Lubbers en -Kok volgde een geleidelijke inkrimping van het aantal medewerkers tot circa 2500. Bij de viering van het eeuwfeest is het CBS opnieuw een forse aderlating in het vooruitzicht gesteld.

Een eeuw na zijn oprichting is de betekenis van het CBS voor overheid en maatschappij nauwelijks te overschatten. Zonder het CBS zou Nederland er heel anders uitzien. Alle overheden - rijk, provincies en gemeenten - maken op allerlei beleidsterreinen gebruik van cijfermatig materiaal ter onderbouwing van hun beleid. Wie cijfers zegt, zegt CBS. In de winkel van de Nederlandse staat is de centralisatie zo ver doorgevoerd dat cijfers en CBS nagenoeg synoniemen zijn. En zonder cijfermatige onderbouwing is het in onze hoog ontwikkelde samenleving niet mogelijk verantwoord beleid te voeren.

Dat geldt voor het beleid ten aanzien van verkeer en vervoer, woningbouw, onderwijs, cultuur en sociale uitkeringen en tal van andere terreinen. Het CBS verzamelt van alles, van de nationale productie van tal van goederen tot het aantal pc's per huis, van het aantal vertrekken per woning tot het rook- of drinkgedrag van jongeren. Afgezien van de dataverzameling ten behoeve van de verschillende overheden vormt het CBS een vraagbaak voor de samenleving. Het bureau beantwoordt een paar honderd informatie-verzoeken per dag. Die verzoeken zijn afkomstig van media, van tal van wetenschappelijke onderzoekers uit binnen- en buitenland en van veel particuliere bedrijven, instellingen en individuele burgers.

Het CBS verzamelt en registreert de uiteenlopende cijfers langs verschillende wegen. Het krijgt databestanden het van de instanties die de gegevens vastleggen; gemeenten, provincies, arbeidsbureaus, onderwijsinstellingen, inspecties voor de volksgezondheid, etc. De betrokken instellingen zijn verplicht de gegevens op specifieke wijze aan het CBS aan te leveren.

Op bedrijven rust eveneens een plicht om de door het CBS gewenste gegevens aan te leveren. Daarbij gaat het om enquêtes waaraan jaarlijks grote aantallen bedrijven mee dienen te werken. Op particuliere burgers rust in het algemeen geen verplichting om aan CBS-onderzoek mee te werken. Een heel nadrukkelijke uitzondering gold voor de volkstellingen. Aan die tellingen moesten de burgers meewerken op straffe van een forse boete.

De laatste volkstelling annex woningtelling vond plaats in 1971. Ook al heeft ongeveer 98 procent van de bevolking aan de telling meegedaan, toch is het beeld ontstaan dat de telling mislukt is. Hier kwam het verzet tegen aantasting van de privacy bij. De echte mislukking was er in gelegen dat de meeste resultaten pas tien jaar na de telling verschenen. Van uitstel van de voor 1981 geplande volkstelling kwam afstel.

Het CBS legde zich al snel toe op het voor de burgers niet-verplichte steekproefonderzoek. Op allerlei terreinen houdt het CBS nu al vele jaren grootschalig permanent of periodiek onderzoek onder de Nederlandse burgers. Bij dat onderzoek heeft het bureau net als andere steekproefonderzoekers te kampen met het zogenaamde non-responsprobleem. Het CBS corrigeert zo goed en zo kwaad als mogelijk voor dit juist in Nederland extra sterk optredende probleem, waarvoor geen afdoende oplossingen zijn.

Het CBS beschikt wel over databestanden, waarin gegevens over zeer grote aantallen burgers zijn opgenomen. Die bestanden zijn afkomstig van arbeidsbureaus en uitkeringsinstanties. Aan de hand van het Sofi-nummer kan het bureau de data uit verschillende bestanden koppelen. Tot een jaar of vijftien geleden leek de samenleving benauwd voor aantasting van de privacy van individuele burgers. Van die benauwdheid is al jaren nauwelijks meer iets te merken. Daarbij lijkt in elk geval een belangrijke rol te spelen dat het CBS zelf nauwelijks gewantrouwd wordt door de burgers.

Met dit al lijkt het CBS aan de kwantitatieve behoefte aan cijfers ruimschoots te kunnen voldoen. Toch is dat niet het hele verhaal. Voortdurend hebben overheden of particulieren behoefte aan net weer iets andere cijfers, afgezet tegen net weer andere gegevens. De behoefte aan kwantitatieve gegevens is in onze maatschappij eigenlijk onuitputtelijk. Een instelling als het CBS kan het in feite nooit helemaal goed doen.

Daarbij kan ook niet ontkend worden dat er wel eens het een en ander mankeert aan de CBS-productie. Zo bleek het in de jaren '80 en '90 niet mogelijk om enigszins betrouwbaar aan te geven hoeveel burgers van een minimum-uitkering rond moesten komen respectievelijk hoeveel bejaarden onder de ziekenfondsgrens vielen. De aantallen schoolverlaters zonder diploma en het aantal functioneel analfabeten blijken het CBS voortdurend hoofdbrekens op te leveren. Zo kan nog wel een aantal andere lastige zaken voor het CBS genoemd worden, waaronder de non-responsproblematiek in het steekproefonderzoek.

Het probleem voor het CBS als geheel zit hem niet in de kwantiteit van de cijfers maar in de kwaliteit. De laatste jaren is duidelijk geworden dat niet op de juistheid van alle cijfers in CBS-publicaties staat gemaakt kan worden zoals tot circa 25 jaar geleden wel het geval was.

Met de kwaliteit van het cijfermateriaal is de wetenschappelijke reputatie van het CBS in het geding. Voor de samenleving is het van groot belang dat het CBS in de nieuwe eeuw het accent minder op de kwantiteit en nog meer op de kwaliteit van de geproduceerde cijfers legt. Liever veel minder cijfers die absoluut 'kloppen' dan begraven worden onder stapels publicaties met cijfers waarvan je te vaak het gevoel hebt dat ze de meest recente onderzoeksresultaten tegenspreken.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden