Eeuwenoude industrie draagt Italiaans herstel

ROME - De voorspelling dat alleen hi-techbedrijfstakken nog toekomst hebben, terwijl de minder technologisch voortgeschreden branches zouden verdwijnen uit Europa, is in Italië in elk geval gelogenstraft. Het economische herstel in Italië wordt aangevoerd door bedrijfstakken die eeuwenoude produkten maken, zoals kleding. De Italiaanse industrie, die slecht vertegenwoordigd is in de hi-techsectoren en extreem weinig investeert in onderzoek en ontwikkeling, scoort desalniettemin uitstekend, door bestaande bedrijfstakken te perfectioneren.

GERBERT VAN LOENEN

“Tien jaar geleden brak er grote paniek uit, want we zouden te weinig hoogtechnologische produkten maken”, zegt Federico Galdi van de Italiaanse ondernemersorganisatie Confindustria. “Maar Italië blijkt goed in de innovatie van bestaande produkten.” 's Werelds vijfde economische macht heeft niet geïnnoveerd door oude bedrijfstakken af te laten sterven en nieuwe te ontwikkelen, maar door bestaande produkten als kleding en voedsel te verbeteren. “We produceren nu in volume gemeten evenveel, maar met een veel hogere toegevoegde waarde dan tien jaar geleden”, zegt Galdi. Dezelfde produkten maken, maar dan beter, mooier, toonaangevender, en tegen een hogere prijs: dat is de wijze geweest waarop de Italiaanse industrie heeft geïnnoveerd in de afgelopen tien jaar.

Italië blijkt in staat tot iets wat ook de Japanse industrie goed kan: bestaande produkten en produktieprocessen verbeteren. Niet steeds iets totaal nieuws uitvinden, maar voortborduren op het bestaande en dat verbeteren is de Italiaanse en Japanse methode van innovatie.

Cd-spelers

In andere landen is er meer naar gestreefd nieuwe produkten te lanceren: cd-spelers uit Nederland, nieuwe telecomdiensten uit de VS of TGV-treinen uit Frankrijk. Deze omschakeling op nieuwe produkten vergt grote investeringen in onderzoek en ontwikkeling. Veel toekomstprognoses over nationale economieën neigen er daarom naar veel waarde te hechten aan de uitgaven voor onderzoek en ontwikkeling (O & O) en de aanwezigheid in veelbelovende sectoren. Op beide punten scoort Italië slecht. De uitgaven aan O & O bijvoorbeeld bedragen ongeveer de helft van het niveau in landen als Frankrijk en Duitsland, en blijven zelfs achter bij die van het weinig innovatieve Nederland.

Toch weet de Italiaanse industrie in hoog tempo nieuwe markten te vinden. Inmiddels wordt het economische herstel in Italië volledig gedragen door exportgerichte sectoren als de textielindustrie, die in de eerste twee maanden van dit jaar liefst 23 procent meer uitvoerde dan een jaar daarvoor.

De Italiaanse export haalt het land uit de recessie. In het eerste kwartaal van dit jaar groeide de Italiaanse uitvoer met 17 procent, zo blijkt uit de laatste 'conjunctuurflash' van Confindustria. Daarbij scoort Italië, anders dan Nederland, vooral goed met de export naar buiten de Europese Unie. Bijna de gehele groei van het overschot op de Italiaanse handelsbalans is te danken aan de toegenomen handel met landen buiten de Europese Unie. Twee derde van het overschot op de handelsbalans, dat in totaal in het eerste kwartaal van dit jaar omgerekend 7,3 miljard gulden bedroeg, is te danken aan de handel met niet-EU-landen. Het zijn de Italianen die in de explosief groeiende vraag naar mode in China voorzien; de Italiaanse uitvoer naar dat land groeit duizelingwekkend, zegt Galdi.

Goedkoper

Het exportgeleide economische herstel van Italië is gedeeltelijk te danken aan de devaluaties die volgden op het vertrek van de Italiaanse lire uit het Europese stelsel van vaste wisselkoersen (EMS). De Italiaanse munt daalde sindsdien met 24 procent tegenover de gulden, waardoor de Italiaanse produkten stukken goedkoper werden.

In het verleden werd dat voordeel snel weer verspeeld, doordat de devaluatie leidde tot extra inflatie. Voor Italianen zijn immers de importartikelen door de waardedaling van de lire opeens veel duurder geworden, waardoor in het verleden devaluatie steevast leidde tot een spiraal van hogere prijzen, hogere lonen, hogere prijzen enzovoorts.

Dit maal echter ging de devaluatie gepaard met de afschaffing van de automatische prijscompensatie, in twee stappen in 1992 en 1993, waardoor de extra inflatie niet meer vanzelf leidde tot extra loonsverhogingen. Gevolg was koopkrachtverlies voor de meeste Italianen, maar daardoor is het wel mogelijk geweest de inflatie terug te dringen tot beneden de vier procent, ondanks de devaluatie. “Die combinatie van devaluatie en geen inflatie heeft een nieuw economisch wonder mogelijk gemaakt”, zegt Galdi van Confindustria.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden