Review

Eerste tv, eerste Chinees, eerste auto

Noem je roman ’Een kleine wereld’, geef hem als ondertitel ’terug naar het dorp van mijn ouders’ en zet op de achterflap dat het over een jeugd op het Drentse platteland in de jaren vijftig gaat, en je loopt grote kans dat je boek bij voorbaat wordt weggezet als Nederlandse oubolligheid in het kwadraat. Gezever over vroeger, toen het leven hard maar overzichtelijk was.

Misschien is dat de reden dat Marga Kools roman tot nu toe weinig tot geen aandacht in de pers kreeg. Ten onrechte, want ze schrijft wél erg goed, al kan ze thematisch inderdaad niet veel kanten uit en valt ze in dat opzicht terug op wat anderen al eerder hebben geschreven (denk bijvoorbeeld aan Esther Gerritsens ’Normale Dagen’). Maar wat haar boek zo goed maakt is dat de tekst zo’n prachtig afgewogen, rond geheel is.

Een archeologe keert terug naar haar geboortedorp omdat haar bejaarde vader plotseling in het ziekenhuis is opgenomen. De grens tussen gevoelig en sentimenteel proza is dun, in zulke situaties, maar Marga Kool slaagt er pagina na pagina in om net aan de goede kant van de lijn te blijven. Dat is te danken aan haar gevoel voor humor en haar relativeringsvermogen.

Als vader in het ziekenhuis verzucht dat de mensen tegenwoordig te oud worden, dat ze zo oud worden dat ze uit hun huis weg moeten om in een verpleeg- of bejaardentehuis te sterven, stemt zijn dochter niet in met zijn klaagzang, maar stelt er een andere gedachte tegenover: vroeger werden de mensen net zo goed oud, maar ze gingen niet weg. ,,Of liever gezegd: de kinderen gingen niet weg.’’

Mooi is ook de passage waarin de vrouw zich herinnert dat haar opa zijn geliefde hond begroef. Dit is bij uitstek een scène die sentimenteel had kunnen worden, ware het niet dat Kool er op precies het juiste moment humor aan toe heeft gevoegd.

Opa heeft zijn eigen koninklijke onderscheiding aan de halsband van de hond vastgemaakt, omdat hij meent dat zijn hond dat verdient voor zijn moed en trouw. Aan het graf zegt hij tegen zijn kleindochter dat ze dat beter aan niemand kan vertellen. ,,Pas als de koningin er heel erg naar komt zoeken, dan mag je vertellen waar hij is, beloofd?’’ Het kleine meisje knikt ernstig.

Jaren later, als archeologe, wekt ze met dit verhaal grote hilariteit onder haar studenten: ,,Ik acht het niet onmogelijk dat over enkele duizenden jaren een of andere archeoloog tot de conclusie komt dat in deze streek de huisdieren koninklijke onderscheidingen meekregen in hun graf.’’

Nostalgie is troef in de roman: herinneringen aan de eerste auto’s en televisies in het overwegend arme dorp, het eerste Chinese restaurant, de traditionele voorjaarsschoonmaak en het eeuwige gebruik van de achterdeur in plaats van de voordeur.

Inderdaad een kleine wereld, uiterst voorspelbaar ook, maar prachtig in woorden gevat.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden