Eerste hulp bij herrie met de buren

Goede raad bij burenoverlast: ga praten. Maar als dat niet helpt? In Amsterdam bundelen de betrokken partijen hun krachten. 'Samen druk uitoefenen helpt.'

Het was half acht 's avonds, ze was net bezig de kinderen in bed te krijgen, toen er werd aangebeld. Twee mensen stonden onderaan de trap. Of ze mochten binnenkomen voor een gesprekje. Want de benedenbuurman had geklaagd over burenoverlast.

Jolanda woont op één hoog op een doodgewone Amsterdamse etagewoning, en dat het daar gehorig is, wist ze wel. De buurman had haar er wel eens over aangesproken, in het voorbijgaan, voor de voordeur. "Maar ja, ik heb gewoon kinderen. Die rennen wel eens door het huis, ja, of ze hebben vriendjes over de vloer. Niks extreems."

Toch had de buurman er last van, en die terloopse gesprekjes hielpen niet genoeg, vond hij. Daarom had hij Beterburen ingeschakeld, een organisatie die vrijwilligers inzet om te bemiddelen bij burenruzies in Amsterdam. Het waren twee van zulke buurtbemiddelaars die die avond bij Jolanda aanbelden.

Achteraf is Jolanda blij met de actie van haar buurman. "We hebben in een buurthuis met elkaar gesproken, met de twee bemiddelaars erbij. Dat heeft voor wederzijds begrip gezorgd. Ik let er nu beter op - dat m'n kinderen bijvoorbeeld niet rennen op de trap." Had de buurman niet ingegrepen, dan waren de verhoudingen geleidelijk verslechterd, vermoedt ze. "Nu gaat het goed."

Het geval van Jolanda en buurman is er een als vele andere. 22 procent van alle Nederlanders ervaart soms overlast van omwonenden, blijkt uit cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek, en 5 procent heeft daar zelfs vaak last van. In de grote steden liggen die percentages op 28 (soms) en 9 (vaak).

Alleen al in Amsterdam krijgt de politie per jaar meer dan 13.000 meldingen van burenoverlast. Die gaan het vaakst over geluidsoverlast, maar ook klachten over stank of vuil in trappenhuizen of in tuinen komen veel voor. De politie gaat op bijna elke melding af; vaak wordt de zaak afgedaan met een waarschuwing, af en toe wordt er proces-verbaal opgemaakt. Veel meer kan de politie vaak niet doen.

Burenoverlast is niet per se een grotestadsprobleem, zegt directeur Bente Thé van Beterburen. Bureaus als het hare bestaan inmiddels in 170 gemeenten. "In het Gooi wordt waarschijnlijk vaker geklaagd over zoiets als bladblazers, in de stad gaan de klachten over iets anders. Hier wonen veel mensen vlakbij elkaar. Als je een houten vloer hebt, horen je benedenburen je al als je uit je bed springt. En als je niet weet wanneer je buurman nachtdienst heeft, kan dat al snel tot overlast leiden."

Maar niemand lijkt zich er goed raad mee te weten. "Burenoverlast wordt niet altijd serieus genomen", zegt Riet van Loon van het Landelijk Platform Woonoverlast. "De politie doet wel iets, woningcorporaties doen iets, sommige zorginstanties ook. Maar hun acties zijn vaak niet op elkaar afgestemd."

"Overlast is een onderschat fenomeen", zegt ook Radboud Engbersen van kenniscentrum Platform 31, die onderzoek deed naar overlastgevende huurders. "De aandacht ervoor neemt toe, maar het ontbreekt vaak aan scherpte in de aanpak ervan."

Hoe moet die aanpak er dan uitzien? Wie zich bij een woningcorporatie meldt met een klacht, krijgt bijna altijd eerst het advies: ga zelf eens met uw buren praten. Dat blijkt niet overbodig, weet Bente Thé van Beterburen, want die stap wordt vaak overgeslagen. "Veel mensen kennen hun buren slecht, ze weten vaak niet eens hoe ze heten", zegt ze. "Ze zien op tegen zo'n gesprek. Of ze hebben zich in hun hoofd gehaald: mijn buurman is knettergek, of aan de drank - soms alleen maar omdat ze hem een keer met een krat bier hebben zien lopen."

Praten helpt, heeft Beterburen ervaren, en daar kunnen buurtbemiddelaars bij helpen. Beterburen krijgt in Amsterdam ruim negenhonderd keer per jaar een verzoek om hulp. Steeds gaan er twee bemiddelaars op pad, eerst naar de klager en daarna, onaangekondigd, naar de buren over wie geklaagd is. Vervolgens gaan de buren met elkaar om de tafel, met de bemiddelaars erbij. Niet die bemiddelaars, maar de ruziënde buren zelf moeten in zo'n gesprek oplossingen aandragen.

"De kracht van onze aanpak zit in onze neutrale opstelling", zegt Thé. "Als iemand de politie op z'n buurman afstuurt, roept dat alleen maar ergernis op. Maar onze vrijwilligers zijn gewoon buurtbewoners, zonder belang bij de zaak."

Als iemand de boot afhoudt - "Laat de buren het zelf maar oplossen, ik heb nergens last van, en ik zit trouwens tv te kijken" - kunnen de bemiddelaars niets doen. "Ik heb ook wel eens bemiddeld bij een vrouw die last had van haar musicerende buurvrouw", vertelt bemiddelaar Daniël Ring. "Die bleek al veel gedaan te hebben om overlast te voorkomen, door haar studiootje te isoleren en op bepaalde tijden niet te musiceren. Maar de klaagster vond dat niet genoeg: die wilde pertinent geen muziek meer horen, nooit. Tja, dan houdt het op."

In twee derde van de gevallen waarmee Beterburen aan het werk gaat, loopt het wél goed af en is het conflict na de tussenkomst van de buurtbemiddelaars opgelost. "Ik heb twee buurvrouwen meegemaakt die nauwelijks met elkaar omgingen sinds een verbouwing bij een van hen, jaren geleden, overlast had veroorzaakt", vertelt Ring. "Ze groetten elkaar niet meer op straat, ze ergerden zich aan elk geluidje. Een van de twee wilde er niet eens over praten. Er is al te veel gebeurd, vond ze."

Maar mensen beseffen vaak ook: als we niets doen, wordt het waarschijnlijk alleen maar erger, vervolgt Ring. "Uiteindelijk wilden deze buren toch praten. Een paar weken na dat gesprek werd ik door een van hen gebeld; ze wilde vertellen hoe blij ze was dat het weer gezellig was tussen hen."

En als het niet lukt? Als praten niet helpt? Marleen heeft aan den lijve ervaren hoe hoog de overlast dan kan oplopen. "Mijn bovenbuurman had hele andere bedtijden dan wij", zegt ze. "Wij wisten altijd precies wanneer hij wakker was en thuis. Geklos op de trap, voetstappen op de houten vloer - dat was nog tot daaraan toe. Maar hij had ook bijna voortdurend de muziek aan. Hard."

Klagen bij de buurman zelf hielp niet, tussenkomst van de politie ook niet. "Dan zette hij de muziek even wat zachter. Maar de volgende dag was het weer als vanouds."

De wederzijdse ergernis liep zo ver op dat de bovenbuurman de muziek soms voluit zette en dan de deur uitging. "Uiteindelijk heeft mijn vriend een keer in het trappenhuis de elektriciteitsleiding naar boven doorgezaagd. Toen was het stil. Heerlijk." Nee, dat kwam de verhoudingen niet ten goede - ze kan er nu om grinniken. "We zijn verhuisd."

Nee, praten helpt niet altijd, erkent Corina Warmenhoven van woningcorporatie Stadgenoot (30.000 woningen in Amsterdam en Diemen). "En dan schieten wij te hulp." Stadgenoot heeft permanent 250 tot 300 overlastdossiers in behandeling. Die behandeling begint steeds met luisteren naar beide partijen. Vaak gaat de corporatie na of de politie iets weet over de betrokkenen. Elk van de zeven stadsdelen in Amsterdam heeft een meldpunt zorg en overlast, en daar kan Stadgenoot navragen of de huurder die overlast veroorzaakt misschien in behandeling is bij een zorgverlener.

Warmenhoven: "Overlast komt vaak voort uit iets anders: psychische problemen, drank of drugs, verstandelijke beperkingen. Dan helpt een gesprek inderdaad niet. We schakelen dan anderen in, de GGD bijvoorbeeld, en soms ook de politie."

Die samenwerking verloopt steeds beter. Vroeger kon het gebeuren dat Stadgenoot bezig was een ontruiming voor te bereiden, terwijl de betrokken huurder net aan een hulpverleningstraject begon. "Maar dat wisten we niet van elkaar." Vanwege het nieuwe beleid voor de ergste gevallen, de 'treiteraanpak' (zie kader), is de uitwisseling van gegevens nu beter geregeld. "We maken nu afspraken met hulpverleners, bijvoorbeeld dat we pas met ontruimen dreigen als de hulp na twee maanden nog niets heeft opgeleverd."

Maar dit zijn niet eens de lastigste gevallen, zegt Warmenhoven, want voor deze groep kan gedwongen behandeling soelaas bieden. Veel moeilijker om aan te pakken is de burenoverlast die veroorzaakt wordt door onaangepast gedrag. "Gewoon, van mensen met wie niets aan de hand is, die geestelijk gezond zijn, maar die vinden dat ze vrij zijn te leven zoals zij willen. En die vinden dat anderen niet moeten zeuren." Pesterijen zijn nog geniepiger, en moeilijk te bewijzen. De muziek hard zetten en dan weggaan - het komt Warmenhoven bekend voor, alleen was het in het geval dat zij kent geen muziek, maar een boormachine, "tot de buurman tot op de rand van de hysterie gebracht was". Stadgenoot kent de methoden wel: "Hard stampen op de vloer, nare briefjes in de brievenbus, viezigheid laten vallen in de tuin van de benedenburen, de hond laten poepen voor de voordeur."

De samenwerking rond de treiteraanpak gaat ook voor zulke overlast vruchten afwerpen, hoopt Warmenhoven. "Samen druk uitoefenen helpt. Een gezamenlijke brief met de politie maakt toch meer indruk dan een brief van een corporatie alleen."

Treiteren wordt aangepakt
Een vader legt een verklaring af bij de politie over een voorval waarbij geschoten wordt. Dat komt hem te staan op treiterijen en pesterijen door jongens uit de buurt. Vier jaar gaat dat door, de man doet vele malen aangifte, maar de politie kan niets bewijzen. Uiteindelijk zwicht de man. Hij verhuist.

De Amsterdamse burgemeester Eberhard van der Laan was woedend toen hem dit voorval ter ore kwam. Hij besloot tot nieuw beleid, de zogeheten treiteraanpak. Daarin werken alle instanties samen die ook met 'gewone' burenoverlast te maken hebben. Treitersituaties moeten binnen drie maanden opgelost zijn, is het voornemen. "En als er íemand is die moet verhuizen, dan is het de dader en niet het slachtoffer", belooft Van der Laan.

Stap één in die nieuwe aanpak is dat slachtoffers eenvoudig melding kunnen doen van getreiter. Dat kan bij de politie, bij woningcorporaties en bij de meldpunten zorg en overlast die elk stadsdeel heeft. De betrokken instanties gaan gegevens uitwisselen. Zo wordt ook sneller duidelijk wat er precies aan de hand is - stap twee van de nieuwe aanpak. Elk stadsdeel krijgt een 'regisseur' die de signalen duidt en bepaalt hoe er het best opgetreden kan worden.

Voor de tien ergste gevallen wordt een stedelijk anti-treiterteam opgezet. Het uiterste middel dat dit team gaat inzetten, is gedwongen verhuizing van de treiteraar. Zo nodig wordt die ondergebracht in wooncontainers of caravans, met maatschappelijke opvang en toezicht van de politie.

Het stedelijke team heeft inmiddels een eerste gezin op de korrel. Dat zorgt voor geluidsoverlast, intimideert zijn buren, houdt zijn huis niet schoon en tapt illegaal gas en elektriciteit af. Een zoon heeft al eens vastgezeten, andere gezinsleden zijn tegen taakstraffen aangelopen. Een hele stoet instanties - jeugdzorg, bureau leerplicht, de wijkagent enzovoorts - heeft zich met hen beziggehouden.

De betrokken partijen vormen nu één front, onder regie van de gemeente. Twee kinderen zijn uit huis geplaatst, twee kleinkinderen op een geheim adres ondergebracht. Uitkeringen van twee gezinsleden zijn gestopt. Onderzocht wordt nog of het huis van de vader ontruimd kan worden.

Ingrijpen voor de zaak escaleert
In Engeland gebeurt het al. Daar gelden wetten die het mogelijk maken om mensen die overlast veroorzaken voor hun buren op ge- en verboden op maat op te leggen. Soms gaan die nogal ver: niet zingen onder de douche, niet luidruchtig de liefde bedrijven.

Zoiets kan in Nederland ook, zegt Michel Vols van het Centrum voor Openbare Orde en veiligheid van de Rijksuniversiteit Groningen. En daar zijn niet eens nieuwe wetten voor nodig. In het Burgerlijk Wetboek én in de meeste huurcontracten is vastgelegd dat huurders zich als 'goed huurder' moeten gedragen. "Als huurders dat niet doen, kunnen corporaties naar de rechter stappen. Die kan huurders verplichtingen opleggen die de overlast verminderen. Gedwongen afkicken, de hond wegdoen, bepaald bezoek niet meer ontvangen - een verbod op luidruchtige seks gaat volgens mij over de schreef."

Deze aanpak ondervangt een probleem waar veel corporaties tegenaan lopen: zij hebben te weinig instrumenten om overlast te bestrijden. Ze kunnen gesprekken voeren met overlastgevers, en als dat niets oplevert, rest hen niets meer dan het uiterste middel, hen het huis uit zetten. Daartussenin zit bijna niets meer. Michel Vols: "Door eerder naar de rechter te stappen en verplichtingen op maat te vragen, kan je ingrijpen vóórdat de zaak escaleert."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden