’Eerst nadenken’

Alexander Pechtold, gisteren in de Rode Hoed in Amsterdam. (FOTO MAARTEN HARTMAN)

Gisteren sprak Alexander Pechtold, politiek leider van D66, de jaarlijkse Abel Herzberglezing uit. Hieronder een verkorte weergave. „Nederland was altijd een driestromenland, maar lijkt op weg naar een tweedeling. Alleen al het vooruitzicht van een polariserend kabinet, leidde tot een breuklijn die uniek is in onze geschiedenis.”

We mogen Abel Herzberg eeuwig dankbaar zijn. Hij groeide op in een onredelijke, bij vlagen krankzinnige wereld. Maar zelf bleef hij altijd zijn hoofd gebruiken. Altijd maar nadenken. Over geweld, racisme en uitsluiting. Over wat de ander bezielt. Hij verstond de kunst om tot tien te tellen, of tot een veelvoud daarvan.

Daar wil ik graag een voorbeeld aan nemen. En ik kan het anderen ook aanraden. Het lijkt mij een houding waarmee in onze tijd veel te winnen valt.

En dan in combinatie met iets meer vertrouwen over en weer, want vertrouwen is het cement van onze samenleving. Als dat afbrokkelt, ontstaan gevaarlijke scheuren in het sociale bouwwerk. Hoe tekenend is het dat we een Sire-reclame nodig hebben om elkaar weer te begrijpen en te verdragen? ’Aardige mensen. Hoe gaan we er mee om?’

Minder wantrouwen dus. Dat klinkt misschien vreemd uit mijn mond. Het is mijn werk om de regering argwanend te volgen in alles wat zij doet of nalaat. Maar wat ik vooral wantrouw, is een beleid dat gebaseerd is op wantrouwen en op het aanwakkeren daarvan. En dat is waar we vandaag mee te maken hebben.

De polarisatie is ook helemaal terug. Nu is polarisatie als zodanig het probleem niet. De spelregels van onze democratie sluiten die het niet uit. Wie met de helft plus één wil regeren, mag zijn gang gaan. En al is het moeilijk, zo’n regering kan een samenbindende functie vervullen. Ook het kabinet Den Uyl was het resultaat van polarisatie. Maar het was diezelfde Den Uyl die het primair als zijn taak zag om ’de boel bij elkaar te houden’. Ja, die uitdrukking is ouder dan sommigen vermoeden.

Als polarisatie gepaard gaat met stigmatisering en uitsluiting, met verruwing en vergroving – alles onder het mom van de vrijheid van meningsuiting – dan wordt het een heel ander verhaal. Dan splijt de samenleving.

Waar anderen kiezen voor polariseren, zou ik liever het tussengebied verkennen. Ik zeg niet dat ’de waarheid’ in het midden ligt. Ik zeg wel dat we moeten proberen om die van alle kanten te bekijken. Maar hoe gemakkelijk is het om verschanste posities te verlaten? Om een conflict vanuit het perspectief van je opponent te bezien?

De praktijk laat zien dat dat nog niet zo gemakkelijk is. En dat het moed vergt. Twee vragen staan wat mij betreft centraal. Wat hebben we te verliezen bij polarisatie en stigmatisering? Wat hebber we te winnen bij toenadering, begrip en tolerantie?

Het is inspirerend om te zien hoe men dat elders aanpakt.

De burgemeester van Londen, Ken Livingstone, was altijd zo trots op zijn stad. Hier leeft iedereen ’zij aan zij en in harmonie met elkaar’, had hij eens uitgeroepen. De aanslagen op de Londense metro van 7 juli 2005 maakten een einde aan de idylle. Wat had de burgemeester toen nog te zeggen?

Hij veroordeelde de aanslag. Dat sprak voor zich. Hij sprak ook over de ongelijkheden in de wereld, over de rol van het Westen in de jaren ’80 en over de voedingsbodem van het Islamitisch terrorisme. Dat leverde hem kritische reacties op. Ook in Nederland. ’Een kruiperig mea culpa,’ noemde Nausicaa Marbe het een jaar geleden vanaf deze plek.

Misschien waren sommige uitlatingen van de burgemeester ook niet zo gelukkig. Gelukkig was wel dat hij zijn vertrouwen uitsprak in de stad en zijn inwoners. En dat hij een polariserend debat wist te vermijden. Als het doel van de terroristen was om bevolkingsgroepen uit elkaar te drijven, dan hebben ze dat doel gemist.

En kennelijk heeft Londen iets wat in ons land is zoekgeraakt. „Hier in Londen”,zei Livingstone vijf jaar na dato, „hebben de mensen geaccepteerd dat diversiteit de kern is van wat Londen tot zo’n succesvolle stad heeft gemaakt. We verwachten niet van mensen dat ze hun levenswijze veranderen. De belangrijkste waarde is: leven en laten leven.”

Staat die uitdrukking nog in de Hollandse Van Dale? Staat er als typering ’archaïsch taalgebruik’ bij?

Wat Livingstone deed in Londen, doet Bloomberg in New York. Bloomberg beschouwt migranten als oplossing en niet als probleem. Om te voorkomen dat die oplossing omslaat in een probleem, gaat hij vrijdags naar de moskee, zaterdags naar de synagoge en op zondag naar de kerk.

Op 3 augustus ging de monumentencommissie van NY akkoord met de sloop van een aantal oude panden. Daarmee kwam ruimte vrij voor de bouw van een islamitisch centrum in Manhattan. Dezelfde buurt waar ook een joods gemeenschapscentrum gevestigd is, dat nog nooit door iemand synagoge is genoemd. Diezelfde dag hield Bloomberg een toespraak waarvan ik het niet erg zou hebben gevonden als die in Nederland live zou zijn uitgezonden.

Hij ging terug naar die zwarte dag in september 2001. Hij herinnerde eraan dat duizenden vrijwilligers die dag duizenden mensenlevens hebben gered. Meer dan 400 vrijwilligers zouden het zelf niet overleven. „Terwijl zij de brandende gebouwen binnenstormden”, zo zei Bloomberg, „stelde geen van hen de vraag ’In welke god gelooft u?’.” Bloombergs conclusie: „Wij eren hun levens door de constitutionele rechten te verdedigen en de vrijheid die de terroristen aanvielen”.

Was er niets aan te merken op zijn verhaal? Toch wel, één passage is een beetje pijnlijk. Daarin memoreert hij dat New York is geworteld in Dutch tolerance. Ja, New York was ooit Nieuw Amsterdam en onze hoofdstad heeft de reputatie een vrijhaven te zijn waar de tolerantie is ingebakken. De tolerante sfeer in die stad strekte zich echter niet uit tot het hele land. En dat is een nuance die veel buitenlandse bezoekers ontging. Waardoor de mythe van de ’Hollandse tolerantie’ over de wereld kon uitzwermen.

Met de deelname van een Hollander aan een protestmanifestatie tegen de bouw van het islamitisch centrum zal dat misverstand nog niet uit de wereld geholpen zijn. Maar de volgende keer zal Bloomberg een gelijksoortige passage zeker uit zijn toespraak schrappen.

Tot september van dit jaar had de jaarlijkse manifestatie in New York het karakter van een herdenkingsplechtigheid. Vanwaar dan nu opeens die politieke ophef en verdeeldheid? Negen jaar na dato!

Die moet gezocht worden in het veranderende politieke klimaat in de VS en het activisme van extreem-rechtse en nationalistische groeperingen. Zij hebben Ground Zero ontdekt als platform voor radicale propaganda en xenofobie.

Wat Bloomberg is voor New York, wil Barack Obama zijn voor Amerika en de rest van de wereld. Misschien moet ik wel zeggen: had willen zijn. Hij ligt in eigen land zwaar onder vuur. Heeft hij zich vertild?

Misschien wel. Het lijkt haast een wetmatigheid. De machtigste man ter wereld loopt vroeg of laat tegen de grenzen van zijn macht op.

Het bijzondere van Obama is dat hij zich volledig bewust lijkt te zijn van dat risico, maar toch – zonder hoogmoed aan de dag te leggen – grote hoogtes opzoekt. Ambitie heeft hij wel, maar arrogant is hij niet. Die twee begrippen worden wel eens door elkaar gehaald, maar zijn precies tegenovergesteld. Arrogantie is het gevoel dat je alles kunt maken en je weinig van anderen hoeft aan te trekken. Ambitie is het besef dat je alles op alles moet zetten om je doelen te bereiken en dat je daarom anderen nodig hebt.

Het is met die ambitie dat Obama zaken oppakt. Zo deed hij in Caïro een handreiking aan de moslimwereld, met een pleidooi om wantrouwen en meningsverschillen te overwinnen. En waar zijn voorganger het geschil tussen Israël en de Palestijnen liet voortsudderen, probeert hij het overleg los te wrikken.

In hoeverre hij zijn missie kan voltooien,is nog maar de vraag. Het optimisme van de begindagen is geweken. De aanhoudende economische recessie wordt hem zwaar aangerekend. Intussen draait de anti-Obamacampagne op volle toeren.

Die is niet gericht op het beleid van Obama, maar op de persoon Obama. Reist hij naar het buitenland, dan maakt hij duidelijk dat hij zich niet verbonden voelt met zijn eigen land. Loopt hij niet over de met olie besmeurde stranden bij Louisiana, dan geeft hij te kennen dat de olieramp hem niets kan schelen. Gaat hij naar Martha’s Vineyard op vakantie, dan laat hij zien dat hij liever onder de rijken vertoeft dan onder de armen.

Ik zou niet weten hoe je dat conservatief nationalistische allegaartje zou moeten typeren. Haat en angst, dat is wat hen bindt. Boze blanken, homohaters, anti-abortus activisten. Allemaal gaven ze gehoor aan de oproep om op 11 september in New York te demonstreren. Waar kan politieke verruwing en vergroving toe leiden? Waar ligt de grens tussen kritiek en karaktermoord?

Nog even een tussenstop in Brazilië. Luiz Inácio Lula da Silva, bijnaam Lula,is sinds 2003 president van dat land, dat van oudsher gekenmerkt wordt door diepe kloven. Tussen rijk en arm, tussen grootgrondbezitters en landarbeiders en tussen militairen en burgers.

Die tegenstellingen bestaan nog steeds. Maar Lula heeft het land wel verenigd rond een gematigde, sociaal democratische politiek. De armen gaan er spontaan de straat voor op, terwijl de generaals in de kazerne blijven.

Decennialang was de blik van de regering naar binnen gericht, maar Lula omarmt de globalisering. Intussen wordt Brazilië volwassen en ontvluchten steeds meer mensen de armoede. Nog een veelzeggend detail: Lula heeft zelf zijn lagere school niet afgemaakt, maar heeft wel veertien nieuwe universiteiten gesticht. Natuurlijk weet ik niet hoe het avontuur afloopt, maar Lula heeft intussen wel laten zien wat de kunst van het compromis vermag.

Heeft ons land ook inspirerende verhalen?

Natuurlijk zijn er dingen die we goed kunnen. Een voorbeeld is de Dutch approach in Afghanistan. Die is wereldwijd geprezen. Onze soldaten traden de bevolking soms zelfs blootshoofds tegemoet. Om te praten en om thee te drinken. Ja, thee drinken!

In alle ernst. Vertrouwen wekken, dat was hun specialisme. Helaas, de toenmalige coalitiepartners in Den Haag waren in dat opzicht zelf minder begenadigd. De confidence building-missie in Afghanistan kon geen passend vervolg krijgen wegens gebrek aan vertrouwen in politiek Den Haag. Wat een bittere ironie!

In ons land voltrokken zich de afgelopen jaren tegenstrijdige processen op het gebied van integratie, dan wel segregatie. Het valt helaas lang niet iedereen op, maar steeds meer allochtonen werken hard aan hun plaats in de samenleving. De tweede generatie nieuwkomers doet het aanzienlijk beter dan de eerste. De deelname aan het hoger onderwijs stijgt spectaculair. Er ontstaat een allochtone middenklasse, die lid wordt van clubs en organisaties, de Nederlandse media volgt en even hoge opkomstcijfers laat zien bij verkiezingen. En die zich zelfs aansluit bij partijen die aan de wieg van het homohuwelijk en euthanasie hebben gestaan. Het heeft even geduurd, maar nu gebeurde het vanzelf! Het klinkt nu haast als vloeken in de kerk, maar de integratie verliep in veel opzichten succesvol!

Tegelijkertijd veranderde de gezindheid tegenover alles wat niet-Nederlands was. ’Multicultureel’ werd in sommige kringen een woord dat nog alleen op honende toon werd uitgesproken.

Nederlandse scholieren blijken lang niet zo tolerant als internationale leeftijdgenoten. Migrantenkinderen hebben minder recht op onderwijs dan zijzelf, vinden ze. Onderzoeker Ralf Maslovski verbindt daar deze conclusie aan ’Het publieke debat is veranderd en die ontwikkeling heeft de uitwerking op jongeren kennelijk niet gemist’.

Ook niet op allochtone jongeren. Uit cijfers blijkt dat hun geloof in de eigen toekomst afneemt, terwijl hun opleidingsniveau juist stijgt!

Die veranderende gezindheid werd manifest op 9 juni. Wat ook voor mij een ontnuchterende ervaring was.

Nederland was altijd een driestromenland, maar lijkt op weg naar een tweedeling. Alleen al het vooruitzicht van een polariserend kabinet, leidde tot een breuklijn die uniek is in onze geschiedenis.

Het ging en gaat niet louter om de vraag: ben je voor of tegen polarisatie? Het gaat er ook om: kun je regeren met een partij, die een loopje neemt met de rechtstaat, die van stigmatiseren zijn handelsmerk heeft gemaakt en zich bij voorkeur bedient van kwetsend taakgebruik?

Hoe valt de omslag in ons klimaat te begrijpen? Van welke problemen en obstakels zullen we ons rekenschap moeten geven?

Ik noem er een paar.

De industriële samenleving en de klassieke verzorgingsstaat zijn op hun retour. De kenniseconomie in wording biedt nieuwe kansen en zekerheden, maar die liggen niet voor iedereen binnen handbereik. En daar komt nu een economische crisis bovenop. In zulke omstandigheden wordt ook in ons land de hang naar nostalgie sterker. En loont het om krachtige taal uit te slaan richting allochtonen en immigranten.

Het vermolmde karakter van onze democratie maakt het er niet gemakkelijker op. We hebben een ’minimalistische democratie’. Elke vier jaar mag worden gestemd en dat vindt men wel genoeg. Maar politieke partijen kunnen hun kiezers daardoor niet binden. Het resultaat: chronische electorale instabiliteit. En toch blijft de politiek maar aanhikken tegen meer vormen van directe democratie.

De kracht van de zuilenmaatschappij lag in de pacificatie. De elites spraken met elkaar en deden zaken. We leken daarom tolerant, maar mensen uit die verschillende groepen zaten veilig in hun eigen zuil, die gingen niet met elkaar om. Hoezo tolerant en verdraagzaam?

En dan nu opeens samenleven met honderd andere nationaliteiten. In een tijd waarin de wereld zeer dynamisch is, maar allesbehalve overzichtelijk. Dat is een beproeving voor wie dat nog niet gewend is of niet de kans ziet om zich daarin staande te houden.

Ik zei al, we hebben analyse en inlevingsvermogen nodig. Daarmee zullen we ook die inmiddels magische anderhalf miljoen Nederlandse kiezers begrijpen én bereiken die sinds 9 juni zo duidelijk op de kaart staan. Want laten we ons realiseren: wie dagelijks in de Rotterdamse Koopgoot de hoofddoekjes ziet, denkt niet in de eerste plaats aan de grondrechten, aan de vrijheid van godsdienst.

Als gematigden die een brug willen slaan, moeten we op twee fronten strijd leveren. Met de rechtse en xenofobe ’Hollanders’, maar evengoed met fanatieke moslims. Waarbij we ons ervan bewust moeten zijn dat zij elkaar steeds de bal toespelen, over onze hoofden heen.

Voor mij als geboren Nederlander is het al niet eenvoudig om op twee fronten actief te zijn. Maar hoe vergaat het de gematigde moslims onder ons? Preciezer gezegd: al die individuen met een moslimachtergrond? Zij zitten nog veel meer in de knel. Elke keer dat een moslim haat predikt – of hij dat nu doet vanuit een moskee in Teheran of Slotervaart of vanuit de grotten bij Tora Bora – wordt er argwanend in hun richting gekeken.

Het moslimfanatisme heeft zijn eigen mensen in een hoekje gedrukt, zegt de schrijfster Nazmiye Oral. Al zegt ze elke dag dat ze niet in Allah gelooft, ze wordt toch steevast als moslima bejegend met waarschijnlijk dubieuze bedoelingen.

We zijn in wezen allemaal slachtoffer, zegt ze. ’Ze – (de extremisten) – hebben gewonnen omdat hun manier van denken de boventoon voert. Denken dat is gestoeld op haat, op onbegrip, op verdeeldheid. En op angst. Het is het denken dat geboren is uit een gevoel van achtergesteld zijn. En overheersing door een groep die ze als vijandig ervaren’.

Een rake beschrijving, maar ik maak er een kanttekening bij. ’Ze’ hebben natuurlijk nog niet gewonnen. Dat hebben ze pas als wij ons hoofd buigen. Ze hebben al wel laten zien wat we te verliezen dan wel te winnen hebben. Het is een duur woord, maar het is onze vrijheid die hier op het spel staat.

De onvrede groeit, over de globalisering en politici die daar geen antwoord op lijken te hebben. Het is helaas een beproefde methode. Om de achterban weer in het gareel te krijgen, richten leiders – ter maskering van de eigen onmacht – de aandacht op de zogenaamde ’vreemde elementen’ in hun land. Het idee om een klopjacht op zigeuners te organiseren is dan één van de eerste dingen die opkomt. Ze worden als groep, dus zonder onderscheid des persoons, Frankrijk uitgezet.

Het rommelt in Italië en Hongarije en in Duitsland springen de lichten op oranje. Zou dat nou echt komen omdat de problemen met immigratie, overlast en criminaliteit groter zijn geworden? Of zijn die nu alleen maar beter verkoopbaar?

De westerse wereld staat op een tweesprong. Kiezen voor polarisatie of voor inlevingsvermogen?

Mijn uitgangspunt is dat normaal samenleven met al diegenen die ’anders’ zijn de enig begaanbare weg is. Dat alleen zeggen, overtuigt niet meer. De opdracht is met een alternatief te komen dat verder gaat dan morele verontwaardiging. Daarin geef ik Bas Heijne gelijk in zijn analyse onlangs in de NRC. Een alternatief, dat mensen het geloof teruggeeft dat hun ongenoegen wordt gehoord.

De Nederlandse geschiedenis is niet rijk aan charismatische leiders. Dat is niet erg. De oude Drees was goed in zijn tijd. De vraag is nu: wat voor leiders hebben we vandaag nodig? Gaat onze minister-president met Bloomberg nog eens naar het islamitisch wijkcentrum in New York? Of samen met Sarah Palin op jacht in Alaska?

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden