Eerst maar een hassebassie

(Trouw)

Olga Zuiderhoek en Kees Prins slaan zich er met Tante Leen en een snuf Jiskefet moedig doorheen: Krijg de bavianus, het is Kerstmis !*!*!

’Ik ben er niet”, zegt Olga Zuiderhoek. In een rolstoel heeft ze zich vlak tegen de achtermuur met de rug naar haar vierkoppige ad-hocpubliek gekeerd. Straks, in het theater is ze in het begin echt onzichtbaar, verborgen nog achter een deur. Nu moeten wij, nieuwsgierig bijeengepropt in een opening van een decorstuk uit een ander project, ons haar als afwezig voorstellen.

Er wordt gerepeteerd in ’De slapende hond’, een door verschillende theatermakers gefrequenteerd achterzaaltje in het pand van Jiskefet BV. Tussendoor komt Karim El Guennouni (toneelgroep De Varkensfabriek) met excuses binnen: hij heeft ergens een stukje script laten liggen. In het verleden zwaaide muziektheatergezelschap Orkater er de scepter.

Met medespeler Kees Prins gaat Zuiderhoek een doorloop doen van hun kerstvoorstelling ’Vrede op aard’ om de aanwezige technici een idee te geven van wat technische haken en ogen. In een, hier ook nog eens met allerhande spullen volgestouwde, repetitieruimte heb je je verbeelding toch een tikkeltje harder nodig dan normaal al in de theaterzaal. Misschien zijn repetities daarom haast spannender dan de eigenlijke voorstelling.

Verwarrender soms ook. „Is het al begonnen?” spot technicus Hans Bruijn, als de acteurs kibbelen over ene „Els”, „Ria”, „nee: Carla”, „nee: Ria” van de kleding in een andere productie. In ’Vrede op aard’ zelf wordt ook heel wat afgekibbeld, maar steeds zijn daar de songs van wijlen de Piaf van de Nieuwendijk, alias de nachtegaal van de Willemsstraat, alias Tante Leen – of van haar gabber Johnny Jordaan – die onmin tijdig bezweren in eensgezind gegalmd sentiment.

Zingen kunnen ze, de Chris en Agaath die Prins en Zuiderhoek met grote toewijding neerzetten. Ooit vormden die twee een volbloed Amsterdams zangduo, dat de zaaltjes plat kreeg met onvervalste smartlappen. Nu moeten ze het doen met de herinneringen en een Kerst met z’n twee. „Hoe lang sijn wij nou friende?” Agaaths „1952” komt er wat brommerig uit alsof ze het Chris kwalijk neemt, dat-ie dat niet precies meer weet.

Hun vertolkers hebben een band, die inmiddels ook al gauw zo’n kwarteeuw duurt. Beiden hebben bij Werkteater gespeeld en toen Kees Prins met Arjan Ederveen koud van de Academie voor Kleinkunst ’De Duo’s’ vormde, kwam Olga Zuiderhoek hem al regisseren. Dat werd een wederzijdse artistieke dienstverlening. Nu in ’Vrede op aard’ regisseren ze elkaar. Alhoewel.

Vorig jaar hebben ze de voorstelling, in bescheidener vorm en onder een andere titel, gedaan als onderdeel van een kerstproject in Het Paradijs, het zoldertheater van de Haagse Koninklijke Schouwburg. Initiatiefneemster actrice Guusje Eijbers voerde daar toen zo’n beetje de regie maar, zegt Zuiderhoek: „Wij weten zelf alles beter. Als Kees het ergens niet mee eens is, doen we het niet.”

In ’Vrede op aard’ zingt Agaath, als bij de vroegere optredens, de tweede stem. Zuiderhoek houdt haar alt laag en ingetogen, Prins laat een smakelijk Jordanees vibrato uit zijn keel schallen. „Als ik alleen zing, word je daar niet vrolijk van, maar samen gaat het prima”, meent Zuiderhoek: „Kees heeft een heel goede zangstem.” Zelf heeft deze daar een kanttekening bij: „Tante Leen zong veel droger, bij mij wordt het wel erg verjohnnyjordaanst.”

Hoe royaal de overbekende levensliederen ook klinken, ze zijn zeker niet als meezingers bedoeld. Dat hoor je aan de manier waarop dialogen en liedjes zijn vervlochten. Als producent Louis Helmer binnenkomt, heeft hij een pakket prentbriefkaarten bij zich, die in een oplage van veertigduizend in de gratis Boomerang-bakken worden verspreid. Op de voorkant een goudgalon staatsieportret van het zangduo in hun gloriejaren, op de achterkant in rood „Waarschuwing: géén familievoorstelling”.

De acteurs willen absoluut niet dat er door meegenomen kinderen met gegiechel, geklets of gejengel een andere dan door hen bedoelde sfeer ontstaat. „Daar leent de voorstelling zich niet toe.” Als uitvergrote kerstkaart is die een mengeling van vreugde en verdriet, van kiftende genegenheid en een dosis nostalgie, balancerend tussen toneel en werkelijkheid.

De liedjes zijn de originele versie met een doodenkele actualisering. In ’Kerstmis in Amsterdam’ is Vietnam vervangen door Uruzgan en klinkt uit „Kamp Holland” de bede „Vrede, vrede op aard”. In de door Prins geschreven dialogen slaan Agaath en Chris zich met een flinke snuf Jiskefet-humor moedig door de stilte heen. Chris heeft voor later op de avond nog een film op het programma: „Met so’n brilletje; sie je alles driemensiaal.”

Batterijen flessen worden aangedragen, maar ja, Agaath heeft ’suiker’. „Ik begin met een hassebassie”, lost Chris de boel loyaal op, „schenk ik die fan jou ook in, lijkt het of je meedoet”, en slaat in één moeite door beide glaasjes vlot achterover. Maar voor een serieuzere, stemmige deun als achtergrondmuziek is hij tierend benauwd: „Krijg de bavianus, het is Kerstmis, godverdomme!*!*!”

Zuiderhoek knoeit met een minigettoblaster voor het juiste muziekje op het juiste moment. Technicus Arthur van Straelen zal de cd’tjes met een passende timing kopiëren, opdat de muziek vanuit ’de techniek’ kan worden bediend. „De zenders zijn al geregeld”, roept hij opgeruimd (voor Olga onder de grijze pruik, bij Kees gecamoufleerd door een bril). Als het hele boeltje van het „alleen maar functionele” decor wordt opgepakt om naar het theater te verhuizen, raakt het Bellevue-busje aardig snel vol.

Agaath had het Chris nog zo gezegd: „Je leeft op te grote voet”, terwijl die zijn tv nota bene had verpatst om het te redden. Als dan op een almaar terugrollend kerstlopertje toch gul voor ontvallen bevriende collega’s wordt gedekt, is een alcoholloze Kerst inderdaad geen doen meer. „Doe mij ook maar een sloophamer” besluit Agaath. Een sloophamer?! Geen idee wat erin zou zitten, zegt Kees Prins. Een screwdriver in een cocktailbar inspireerde hem tot Chris’ genadeloze aanbod van „sloophamer, schroevendraaier, Siberische aap.”

Zelf heeft Chris met een fles wodka al een geestverruimende shot gehad: „Op die grappemaker fan daarbove.” Waarlijk, het wordt Kerstmis in Amsterdam.

Agaath (Olga Zuiderhoek) tegen Chris (Kees Prins): 'Doe mij ook maar een sloophamer'. ( FOTO IRIS RÿMER)
Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden