Eerst het kabinet- Verhagen vormen, dan naar de kiezer

CDA-aanvoerder Jan Peter Balkenende veroverde bij de Kamerverkiezingen van 2006, die hij inging als kandidaat-premier, ruim twee miljoen voorkeurstemmen. De nummer twee van de lijst, Maxime Verhagen, haalde iets minder dan 80.000 voorkeurstemmen. Balkenende beschaamde de verwachtingen van zijn kiezers niet, vooral niet die van zijn jonge aanhangers die op de verkiezingsavond ’four more years’ scandeerden; hij werd opnieuw premier. Dat geldt niet alleen voor de verwachtingen van de CDA-stemmers, maar voor die van alle Nederlanders, met wie hij door zijn aantreden een contract sloot. Kan Balkenende nu, mocht hij eind oktober tot een hoge Europese functie worden geroepen, de sleutel van het Torentje eenvoudigweg aan Maxime Verhagen overdragen?

Verscheidene staatsrechtsgeleerden en politieke rotten hebben mij de afgelopen dagen verzekerd dat er meer nodig is dan dat, maar dat er in het staatsrecht geen geschreven of ongeschreven regel is die dwingt tot nieuwe verkiezingen, zoals ik vorige week schreef. Wel is het zo dat bij een vertrek van Balkenende, als premier en formateur van de ploeg, het kabinet ophoudt te bestaan. Als Balkenende zijn ontslag indient, kunnen de andere ministers niet anders dan hun portefeuilles aan het staatshoofd ter beschikking stellen, haar aldus de ruimte gevend voor de vorming van een nieuw kabinet. Als de coalitiepartijen hun samenwerking willen voortzetten en Verhagen als premier accepteren, kan zo’n nieuwe formatie betrekkelijk kort duren.

Misschien is het verstandig eerst nog een informateur aan te stellen die onderzoekt of aan deze twee voorwaarden is voldaan. Je weet immers maar nooit wat voor dynamiek er op gang komt, indien de belangrijkste steen uit het bouwwerk wordt weggetrokken. Coalities in Nederland rusten per definitie op een wankel evenwicht, wat heel gemakkelijk kan worden verstoord. Balkenende IV is op die regel geen uitzondering.

In dit geval zal van de coalitiepartners PvdA en ChristenUnie worden verlangd zich aan het personeelsbeleid van het CDA te committeren. Dat is nogal wat. Tony Blair had dát probleem niet toen hij in 2007 tussentijds het premierschap overdroeg aan Gordon Brown – in een tweepartijenstelsel gaat zoiets dus gemakkelijker dan bij ons. Daarbij moet er rekening worden gehouden met de onrustige en ruwe omgeving waarin de Nederlandse politiek zich de laatste jaren afspeelt.

De oppositie zal de lijn van de algemene beschouwingen doortrekken en de vertrekkende premier het verwijt van plichtsverzuim met nog meer kracht voor de voeten werpen. Dat zal hard aankomen, zeker als het wordt gevoegd bij het heersende beeld dat het zittende kabinet in deze ernstige crisistijd pas op de plaats maakt. Het aantredende kabinet-Verhagen zal dus sterk in zijn schoenen moeten staan, wil het de politieke storm doorstaan. In dat verband komt een suggestie van pas die oud-PvdAsenator Joop van den Berg, staatsrechtkenner bij uitstek, enige jaren terug deed bij zijn aantreden als hoogleraar in het parlementaire stelsel aan de universiteit van Maastricht.

Van den Berg opperde de formatie van een kabinet niet na verkiezingen ter hand te nemen, maar daaraan te laten voorafgaan. „De natie heeft er aanspraak op te weten wat zij van een nieuw opgetreden bestuur kan verwachten”, sprak hij de liberalen Van Hall en Donker Curtius na, die na de val van het kabinet-Thorbecke in 1853 een nieuw kabinet vormden en daarmee naar de kiezers gingen. Van den Berg had nog een voorbeeld dichter bij huis. In 1982 ging de christen-democraat Helmut Kohl, ofschoon niet nodig, welbewust de confrontatie met de kiezers aan, nadat hij het kabinet van de socialist Helmut Schmidt in de Bondsdag ten val had gebracht en met de liberalen een nieuw kabinet had gevormd.

Zowel Van Hall en Donker als Kohl zochten de kiezers met succes op, waardoor zij zich van een sterk mandaat verzekerden om te regeren. Nu er zoveel twijfel is over de slagvaardigheid en cohesie van de zittende coalitie, zou zij het vertrek van Balkenende kunnen aangrijpen om met hernieuwd elan en met een nieuw gezicht haar positie te verstevigen. Verhagen zou in dat geval ook een ruimer persoonlijk kiezersmandaat kunnen verwerven dan waarover hij nu beschikt. Het is dan wel nodig dat zijn kabinet een program presenteert dat over de hoofdlijnen van het beleid duidelijkheid verschaft.

Voor deze ongewone figuur pleit nog meer dat de omstandigheden sedert het aantreden van Balkenende IV drastisch zijn gewijzigd. Het kabinet treft nu maatregelen, zoals de verhoging van de AOW-leeftijd naar 67 jaar, waarover het niet vooraf de kiezers heeft geraadpleegd. Daar zal het gezien de bezuinigingsopgave niet bij blijven, zodat een sterkere politieke basis ook daarom gewenst is. In het begin van de jaren dertig legde onder vergelijkbare economische omstandigheden het kabinet-Ruys de Beerenbrouck voortijdig het hoofd in de schoot, om ruimte te maken voor een politiek breder en sterker kabinet onder leiding van Colijn.

Het is afgaande op de politieke verhoudingen niet aannemelijk dat de coalitie van CDA, PvdA en ChristenUnie zoiets aandurft. Toch zou zo’n onorthodoxe, maar niet volledig ongekende stap van politiek lef getuigen, en een frisse en democratische doorstart mogelijk maken. Deze oplossing zou tevens een krachtig antwoord zijn op de motie van wantrouwen van VVD, SP en PVV die, hoewel ruimschoots verworpen, het imago van het kabinet heeft aangetast.

Het staatsrecht mag geen beletsel zijn een leiderwisseling in het kabinet buiten de kiezers om door te voeren, er zijn wel sterke morele en politieke argumenten om een nieuw kabinet tot inzet van vervroegde verkiezingen te maken.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden