Eerst het bier dan de bezinning

Is carnaval een ordinair zuip- en hosfeest of heeft het diepere betekenissen? 'Het doet denken aan de droom van het Koninkrijk Gods in de liturgie.'

Zelf vier ik geen carnaval meer, maar in mijn jeugd heb ik het met overgave gedaan. Ik woonde in een Limburgs dorp, was lid van het kerkkoor. We liepen als groep mee in de carnavalsoptocht. Carnaval was een uitputtingsslag. Maar met een stevige uitsmijter op zijn tijd en wat koppen koffie konden we weer uren voort.

Natuurlijk wordt er veel bier gedronken, maar een vereiste is dat niet. Je kunt ook carnaval vieren zonder alcohol. Voor mij is belangrijk dat carnaval is ingebed in een gemeenschap. Het woord 'carnavallen' kenden we niet, ik associeer het met toeristen die vanuit andere delen van Nederland naar het zuiden reizen om carnaval te bekijken.

Toen ik ging studeren, groeide ik los van het dorp en daardoor ook van carnaval. Door mijn studie ontwikkelde ik bovendien een te antropologische blik. Ik werd meer een waarnemer dan een feestvierder. In een feest moet je je onderdompelen, meedeinen in een groter geheel, net als bij religieuze rituelen.

Ook in Den Bosch hebben we met de kinderen flink carnaval gevierd. Carnaval in Limburg en Brabant verschillen van elkaar. Limburg is op Duitsland georiënteerd. Net als daar heb je ook in Limburg praalwagens. Brabant is meer gericht op het zuiden. In Den Bosch is carnaval het feest van de omkering. De deftige bestuurdersstad verandert in een dorp, Oeteldonk. Oetel betekent kikker en een donk is een verhoogde plek in een drassig gebied. De mensen gaan gekleed in een blauwe boerenkiel. De kieldragers, de machtelozen, worden eventjes machtig. De burgemeester overhandigt de stadssleutels aan prins carnaval, en geeft daarmee zogenaamd het gezag uit handen. In werkelijkheid heeft hij het met carnaval waarschijnlijk drukker dan ooit.

Oeteldonk is een gezamenlijk kunstwerk, waaraan iedereen zijn bijdrage levert. Wij waren gewend aan het Limburgse carnaval en trokken daarom eerst ook in Den Bosch clownspakken aan, maar we vielen uit de toon tussen al die blauwe kielen.

Carnaval is de droom van een betere wereld, waarin er voor iedereen overvloed is en de bestaande machtsverhoudingen niet meer gelden. Het doet denken aan de droom van het Koninkrijk Gods in de liturgieviering. Alleen duurt carnaval maar drie dagen. Al in de Middeleeuwen had carnaval een ventielfunctie, het haalde de spanning er even af, zodat het leven de rest van het jaar weer draaglijk was. Carnaval was wijder verbreid dan nu. Er werden bijvoorbeeld carnavalsgedichten voorgedragen in de Haagse Ridderzaal, met een zeer kritische inhoud.

Carnaval is het feest van de eigenheid. In een Limburgs dorp verloopt dan alle communicatie in dialect. Verder is het een feest van saamhorigheid. Vroeger hadden kerkelijke feesten die functie, maar die zijn geseculariseerd en worden niet meer in de publieke ruimte gevierd. Daardoor is er behoefte aan andere saamhorigheidsfeesten, zoals Koningsdag en ook carnaval.

De oorspronkelijke achtergrond was kerkelijk. Carnaval was de voorbereiding op de vastenperiode, wat nu op de achtergrond is geraakt. In Den Bosch bestond het 'papencarnaval' van de kanunniken van de Sint Jans- kathedraal. Later nam de kerk afstand van carnaval vanwege de losbandigheid. In de negentiende eeuw was er een rooms-katholiek zedelijkheidsoffensief, ook gericht tegen carnaval. In Den Bosch ontstond toen een reactie van de hogere burgerij, die carnaval ging organiseren. Daaruit ontstond de 'Oeteldonkse club'. Vroeger hoefde je carnaval niet te organiseren, het ontstond vanzelf.

De kerk antwoordde met het 'veertig-uren-gebed', een soort gebedsestafette waarbij mensen in de dagen van carnaval om beurten baden voor de feestvierders. In de jaren zestig begon de ommekeer. Nu ontvangt de bisschop zelfs prins carnaval. Het is weer vrede tussen kerk en carnaval."

Peter Nissen is hoogleraar spiritualiteitsstudies aan de Radboud Universiteit Nijmegen en remonstrants predikant

Alja Tollefsen
Met carnaval moet je vanaf je geboorte opgroeien om ervan te kunnen genieten. Carnaval moet je ook met bekenden vieren. Daar zit hem de lol in, om mensen die je kent uit hun dak te zien gaan.

Ik ben katholiek opgegroeid, in Rotterdam. Er was daar wel iets van carnaval, maar dat mocht geen naam hebben en het speelde zich niet af in de openbare ruimte, maar bijvoorbeeld in een schoolgebouw. Onlangs reed ik richting Nijmegen en dan zie je die praalwagens en merk je dat het verschijnsel leeft. Zelf heb ik er niets mee.

In mijn studententijd zijn we één keer met een groepje naar Roermond geweest, met een jaargenoot die daar vandaan kwam. Het was carnaval, maar ik heb niet echt mee gefeest. Je moet er ook de natuur voor hebben, ik ben er misschien te bedeesd voor. Ik ben te gematigd om helemaal uit mijn dak te gaan. Die behoefte voel ik niet, als ik die wel had dan zou ik het zeker doen. Een echt negatieve kant aan carnaval vind ik de onmatige consumptie van alcohol. Dat keur ik beslist af. Mijn vriendin uit Roermond hoor ik overigens nooit meer over carnaval, misschien is het toch vooral een feest voor jeugdigen.

Mijn principiële probleem met carnaval is van een andere aard. Carnaval is de inleiding op de vastentijd. Ik vind vasten een heel positieve ervaring en begrijp niet goed waarom je een feest nodig hebt om daarvoor moed te verzamelen. Het lijkt op de non die het klooster ingaat en nog even voor het laatst een bonbon eet of een sigaret rookt, voordat de ellende begint. Wat is het een gemiste kans als je vasten zo negatief ervaart, wat is dat jammer.

Toen mijn man zwaar ziek was, schoot het vasten erbij in. Ik vond dat spijtig, het kerkelijke gebeuren ging toen aan me voorbij. Vasten zie ik als een trainingsperiode. Vergelijk het met trainen voor een marathon, dat is inspannend, maar niet vervelend. Door te vasten kun je je met wezenlijke vragen bezighouden zoals: waarom ben ik christen, waar sta ik?

Anglicanen nemen vasten erg serieus. Ze doen het allemaal op hun eigen manier. Iemand kan besluiten om in de vastenperiode geen alcohol te drinken of geen chocolade te eten en het uitgespaarde geld aan een goed doel te schenken. Maar je kunt ook extra vaak bij mensen op bezoek gaan die dat nodig hebben. Volgens de aartsbisschop van York bepaalt vasten voortdurend waar je mee bezig bent, ook bij dingen die je anders automatisch doet. Je beseft dan bijvoorbeeld dat je de kraan ook even kunt dichtdraaien als je aan het tandenpoetsen bent.

Het zijn vaak kleine dingen, maar waardevol. Carnaval wekt de indruk dat vasten een straf is. Ik ben het daar zeer mee oneens.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden