Eerst de lasso, dan de camera

Ze oogt prinsesselijk en frêle, met de oogopslag van een diva, het vlasblond haar welvend tot op de schouders. Maar wee je gebeente zodra ze je aanspreekt. Dan wijkt haar ogenschijnlijke broosheid als sneeuw voor de zon. Dan staat er een jonge, rap van de tongriem gesneden vrouw voor je die de touwtjes in handen heeft, en niet van plan is die te laten vieren. Hellen van Meene, fotografe.

Haar portretten van passanten over de wereld hebben allemaal een zekere bedeesdheid gemeen. Zelf is de fotografe het tegenovergestelde van bedeesdheid: ze is de doortastendheid ten voeten uit.

Dat komt dubbel en dwars te pas, want anders had zij nooit zo’n stoet aan vrijwillige modellen voor zich weten te winnen.

Van Meene plukt haar modellen letterlijk van straat. In de straten van Rusland, Baltische Staten, Japan, Amerika, Engeland, Nederland.

Het eerste moment van contact met de onbekende modellen is essentieel. Als die aarzelen, doorlopen of anderszins tegenstribbelen is het gedaan met haar fotoportret. Maar ook als de overrompelde modellen in spe schoorvoetend toestemmen, laat Van Meene haar lasso nog niet los. Dan is het zaak om als de wiedeweerga de juiste locatie te vinden. Haast is geboden om te voorkomen dat het straatmodel zich bedenkt.

Soms is de geschikte locatie even niet voorhanden. En soms weet de fotografe haar achtergrond al, maar moet ze haar model daar nog even naartoe zien te praten.

Ze erkent dat zij haar modellen overrompelt, ’en daardoor creëer je stilte’. ,,Ik denk twee keer zo snel als de geportretteerde. Ik moet een bepaald vacuüm scheppen, waardoor het voor hen te laat is om ’nee’ te kunnen zeggen. Ja, vaak zijn ze verbouwereerd, maar ach: ik ben een charmeur als ik m’n zin wil hebben. Ik doe hun jas goed, of juist uit, en dan zie je ze tot rust komen. Ik zorg ervoor dat het lijkt dat ik weet wat ik doe. En ik geef ze niet de ruimte om aan zichzelf te twijfelen.”

Vaker gebeurt juist het tegendeel en ziet de fotografe de aanvankelijke onzekerheid omslaan in trots. De geportretteerden worden opeens zelfverzekerd. Ze krijgen in de gaten wat de fotografe al gezien had: ik ben bijzonder. ,,’Wat ben ik eigenlijk mooi.’ Je ziet ze er plezier in krijgen dat ik ze er uit heb geplukt.”

In Riga fotografeerde Van Meene een meisje met gesloten ogen en haar vlecht als kroontje om het voorhoofd gedrapeerd. Hoe die compositie totstandkwam, of was het simpelweg een tegendraads meisje dat niet in de lens wilde kijken en wat met haar vlecht zat te klieren?

Heel simpel, en een typisch voorbeeld van strakke fotografenregie. Van Meene pakte de vlecht en maakte er ter plekke een kroontje van, en beval met een handgebaar (’de ogen stoorden’) het meisje de ogen te sluiten. ,,Ik voelde dat dat wel kon.”

Ze ziet haar personages veranderen zodra de lens in beeld komt. De Japanse schooljongen die met z’n riem van z’n schooltas opeens een stoere mansoldaat wordt, met naast hem een verlegen grinnikend meisje met kuiltjes in de wangen. Twee Japanse schoolkinderen, die opeens veranderen in een al jaren getrouwd echtpaar.

Volgens directeur Els Barents van Huis Marseille is verlangen de rode draad in het werk van Hellen van Meene. ,,Zij fotografeert de tiener die reikhalzend uitziet naar volwassenheid, de broze maar fiere eigenheid, en de gemankeerde schoonheid van een onvolwassene. Feilloos verbeeldt zij het ideaal dat zich zo onvolkomen verhoudt met de realiteit. Al was het maar het verlangen om te verlangen. Daarom reikt de blik van haar modellen tot ver in de toekomst. Ze zijn al diep verwikkeld in het deels gedroomde avontuur dat leven heet.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden