Eerst de daad, dan het denken

Het Cobra Museum voor moderne kunst in Amstelveen

Op weg naar een gehorig filmzaaltje op de bovenverdieping van het Cobra Museum in Amstelveen, vindt de bezoeker van de Karel Appel-tentoonstelling een van de opmerkelijkste schilderijen die de in 2006 gestorven schilder heeft gemaakt. Het twee bij twee meter grote doek laat een wild geschilderd portret zien met op de plaats van de mond een rechthoekig gat, een gapende opening. Het werk is geen reactie op de met een scherp mes doorkliefde werken van Lucio Fontana, maar heeft een nog intrigerendere betekenis.

Voor een beter begrip moet de bezoeker eerst het filmzaaltje binnenlopen. Daar is doorlopend de beroemde film van Jan Vrijman ’De werkelijkheid van Karel Appel’ te zien. Bij het zien van de film, die in 1961 tot stand kwam, begrijp je meteen ook de titel. Appel heeft die met zijn bekende hanepoten op het doek gesmeten: ’door een DAAD aan het daglicht getreden om zijn schoonheid te tonen’. De filmer verschanste zich destijds met zijn camera achter het schilderij om via het gat toch opnamen te kunnen maken. Via de camera kijk je de schilder letterlijk op de vingers en direct in de ogen.

Het bijzondere werk is een van de tientallen schilderijen omvattende terugblik op het oeuvre van Appel. Het Cobra Museum beschouwt deze tentoonstelling als het eerste grote overzicht na zijn dood in 2006, maar dat lijkt meer dan het is. De retrospectieve, die is samengesteld door gastconservator Jn Hein Sassen, blijft beperkt tot de jaren 1958-1962. Het DAAD-schilderij dateert uit 1961 toen Vrijman zijn film opnam. In die periode bereikte Appel, die in 1921 in Amsterdam was geboren, het hoogtepunt van zijn ontwikkeling als expressionistisch schilder. In 1957 had hij zijn eerste reis naar Amerika gemaakt waar hij contact had met abstract-expressionisten als Sam Francis, Jackson Pollock en Willem de Kooning.

Appel had toen al afscheid genomen van de Cobra-beweging, die toch altijd door Jorn in Kopenhagen en Constant in Amsterdam was gedragen. Appel zei er van dat hij niet langer dan drie jaar (van 1948 tot circa 1951-52) met Cobra bezig was, zodat zijn Amerikaanse avontuur daar niet de afsluiting van kan zijn geweest.

Wat Appel wel met Cobra gemeen bleef houden, was zijn spontane houding ten aanzien van de materie verf. Hij schilderde onbekommerd, niet door theoretische bespiegelingen geremd; eerder op de tast dan rationeel. De verf vloog hem letterlijk om de oren. Deze actionpainting was ook in Amerika bekend, denk aan de drip paintings van Jackson Pollock en de woeste gebaren waarmee De Kooning zijn vrouwen gelijk verslindende monsters uitbeeldde. Vrijman, gefascineerd door Appels werkwijze, deed er terecht goed aan door zich met de camera achter het schilderij te verschansen om de maker in actie vast te leggen.

Het werk dat Appel naar aanleiding van zijn verblijf in Amerika maakte, kenmerkt zich door gedrevenheid, gekoppeld aan overmatige nervositeit. Appel ontmoette in New York niet alleen collega-schilders, maar raakte er ook bevriend met zwarte jazzmusici. In de film van Vrijman klinkt door Appel zelf geproduceerde muziek op hetzelfde ritme van jazzreuzen als Dizzy Gillespie en Miles Davis.

De Amerika-reis geeft al aan waar Appels wortels liggen. Dat was niet in Afrika of het Verre Oosten, de bestemming voor collega-Cobra-schilders als Corneille, Rooskens en Henning-Pedersen, maar in de ’Nieuwe Wereld’, waaraan niet alleen Dvorak zijn beroemdste symfonie opdroeg.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden