Eerst basketballen, daarna Engels

interview | Directeur van 'beweeg-vmbo' is enthousiast over gunstig effect op concentratie van leerlingen

Het is het klassieke beeld van een ketende schoolklas: schreeuwende leerlingen die papierproppen door het klaslokaal gooien. Chaos alom. De nachtmerrie voor elk docent. Maar niet op het Stanislascollege in Rijswijk. Proppen gooien maakt daar vanaf september dit jaar onderdeel uit van een geïntegreerd lesprogramma waarmee één doel wordt nagestreefd: een betere leerprestatie.

Het 'beweeg-vmbo' is een primeur in Nederland, zegt schooldirecteur Fons van den Broek van het Stanislascollege. De school telt 400 leerlingen.

Helemaal nieuw is het niet, dat bewegend leren. In Amerika is het al jaren populair, zegt de locatiedirecteur. Ook Nederlandse wetenschappers bogen zich al over het onderwerp. Aan de Rijksuniversiteit Groningen, aan de VU in Amsterdam, op het Mulier Instituut - ze weten het allemaal al langer: leerlingen die meer bewegen op school presteren beter. Van den Broek: "Het verhoogt het concentratievermogen en het leervermogen."

En dus beginnen de eerstejaars vmbo'ers van het Stanislascollege dit jaar met bewegend leren.

Zo'n lesdag verloopt volgens een vast patroon. Van acht tot negen wordt er 'volop gesport', zegt Van den Broek. Fietsen, hardlopen, spinnen, zwemmen of gewichtheffen, noemt Van den Broek als sportactiviteiten.

Al dat sporten resulteert niet in oververmoeide leerlingen die hangen in de schoolbanken, benadrukt Van den Broek. "Er is zelfs een tweede voordeel: leerlingen wordt extra discipline bijgebracht en ze werken aan hun eigenwaarde."

Na het dagelijkse puf- en hijgwerk haasten de leerlingen zich de schoolbanken in. Geen tijd voor een frisse douche? Of op zijn minst even wassen?

"Liever niet. Want gelijk na het sporten is de concentratie het scherpst. De eerste drie uur erna leren leerlingen het best. Vooral bij rekenen en taal is de winst groot." Dan vervolgt de schooldirecteur iets genuanceerder: "Maar als de leerling echt heeft gezweet, ontkom je er niet aan, dan moeten ze natuurlijk eerst douchen."

Na het sporten volgen drie uren met reguliere lessen: rekenen, taal, techniek en andere vakken. Daarna is het tijd voor een 'bewegend halfuurtje'. Daar leren de leerlingen spelenderwijs. Want ouderwets stampen werkt niet, zegt Van den Broek. "Met hulpmiddelen wordt de leerstof verder ingesleten." Met hulpmiddelen bedoelt hij de evenwichtsbalk of een trampoline. Maar ook proppen gooien. Dit keer geen witte vellen waarop vieze woorden staan geschreven, maar A4'tjes waarop de Europese hoofdsteden staan. Of Engelse begrippen. De leerlingen gooien elkaar de proppen toe en openen ze om de beurt. Dan gooien ze de prop naar een medeleerling. "Het leren van steden of een taal gebeurt zo meer automatisch zonder erover na te denken."

De leerlingen waren 'heel enthousiast' over de experimenten met deze leermethode, zegt de directeur. Of de schoolinspectie er ook enthousiast over is, weet hij nog niet. "Dit jaar kregen we een voldoende. Ik hoop dat we in de toekomst een 'goed' of een 'excellent' scoren."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden