Eerst afwaarderen en daarna hergebruiken

Nederland staat vol verlaten kantoorgebouwen. Hoog tijd om dat probleem aan te pakken. De Kamer praat er vandaag over.

Wie door Nederland rijdt, komt van Den Helder tot Maastricht en van Middelburg tot Enschede tientallen miljoenen vierkante meter aan uitgestorven kantoorgebouwen, verlaten bedrijventerreinen en verloederde winkelcentra tegen. Dat ziet er niet alleen lelijk uit, het kost ook een hoop geld.

Gemeenten leggen samen voor 3,2 miljard euro toe op onbruikbare grond. Eigenaren zien de waarde van hun vastgoed verdampen en veel bouwbedrijven gaan failliet.

Crisis en recessie spelen natuurlijk hun rol maar de oorzaken zijn structureel van aard. Vanaf 2040 gaat onze bevolking krimpen; nu al gebeurt dit in delen van Zeeland, Limburg en Groningen. De beroepsbevolking wordt kleiner, terwijl de organisatie van het werk verandert: moderne communicatietechnologie maakt het mogelijk om buiten kantoor(tijden) te werken. Deze veranderingen zorgen voor groeiende leegstand van bedrijfsgebouwen. Omdat internet behalve thuiswerken ook online shoppen stimuleert, kent winkelvastgoed eenzelfde lot.

Sinds de wederopbouw in de jaren vijftig heeft onze economie steeds geleund op nieuwbouw als aanjager van werkgelegenheid en binnenlandse bestedingen. Zolang de bevolking toenam en er behoefte was aan nieuw vastgoed, ging dit goed. Maar rond de eeuwwisseling keerde het tij en zakte de vraag in. Intussen ging iedereen op dezelfde voet verder.

Op het platteland probeerde men de stagnatie te keren met nieuwbouwprojecten en de aanleg van in frastructuur. Ondanks de dalende vastgoedbehoefte bleven gemeenten rekenen op inkomsten uit de verkoop van grond. En omdat projectontwikkelaars bouwden voor leegstand, bezitten eigenaren en beleggers nu bedrijfspanden met een sterk overschatte waarde. Zo veranderde het vanzelfsprekende groeimodel in een zeepbel.

Tijdelijke maatregelen als het verlagen van de bouw-btw en de overdrachtsbelasting hebben niet het gewenste effect gehad. Het is tijd voor een structurele aanpak, waarbij geen geld meer gaat naar uitzichtloze nieuwbouw, maar waarbij doelgericht hergebruik centraal staat.

Verlies nemen uit het verleden is dan een eerste vereiste. Om de vastgoedzeepbel langzaam te laten leeglopen, moeten eigenaren hun vastgoed afwaarderen. Taxateurs moeten jaarlijks de marktwaarde van vastgoed vaststellen en accountants moeten dit goed in de boeken zetten. Zo wordt een tweede leven door hergebruik beter betaalbaar.

Ten tweede moet voortaan de reële behoefte aan vastgoed vooropstaan. Simpelweg omdat de vraag naar vastgoed afhankelijk is van menselijke behoeftes en niet andersom. Het Rijk zou vastgoedplannen van gemeenten scherp moeten toetsen, zodat er een einde komt aan gemeenten die zich eerst planmatig rijk rekenen en elkaar vervolgens beconcurreren met spotgoedkope grond.

De derde voorwaarde is rekenen met de werkelijke waarde van vastgoed. De kantorenmarkt is pas weer gezond als tweedehands goedkoper is dan nieuw. Het dempen van perverse prikkels kan via een heffing op het bebouwen van natuurgrond of een statiegeldregeling voor nieuwbouw.

Dit moet hand in hand gaan met een stimuleringsregeling voor duurzame transformatie en anders sloop van oude gebouwencomplexen in krachtwijken en krimpgebieden. Tot slot moet de fiscale leegstandaftrek (het verrekenen van verlies uit leegstand met winst op andere locaties) worden beperkt tot twee jaar.

Zo voorkomen we nieuwe luchtkastelen en blazen we oude spookgebouwen nieuw leven in. Met als resultaat een mooi ingericht landschap en financieel gezond vastgoed.

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden