Eerst aan de slag, dan zoeken naar een baan

Via het WorkFirst reïntegratietraject kunnen bijstandsklanten verplicht aan het schoffelen worden gezet. Dat leidde eerder tot een rechtszaak, maar kan ook het begin zijn van een carrière.

Stilzitten, daar houdt Stefano Jozefzoon (25) niet van. De opleiding vmbo-elektrotechniek verliet hij dan ook vroegtijdig, want dagelijks geconcentreerd in de schoolbanken doorbrengen was niets voor hem. „Mijn handen moeten wapperen”, zegt hij. Toch schopte hij het tot assistent-voorman bij een van de werktrajecten die reïntegratiebureau Kompaan uit Almere zijn klanten biedt. Hij stuurt daar de mensen aan die met hulp van Kompaan hun intrede proberen te doen op de arbeidsmarkt, en duikt zelfs geregeld met zijn baas het papierwerk van de organisatie in. Zonder het WorkFirst-werktraject dat hij ooit bij datzelfde reïntegratiebureau volgde, was hij nooit zover gekomen.

Bijna negentig procent van de Nederlandse gemeentes gebruikt de WorkFirst-aanpak (zie kader) om mensen vanuit de bijstand weer aan het werk te krijgen. „In mijn geval nam de sociale dienst contact met mij op”, begint Stefano zijn verhaal. „De twee maanden nadat ik school de rug had toegekeerd was het ’lang leve de lol’. Ik hing wat rond met vrienden en genoot van het niets doen. Maar ik wist natuurlijk dat ik uiteindelijk weer aan het werk moest. Dus heb ik me maar gewoon overgegeven aan het hele proces.”

De sociale dienst stuurde Stefano door naar Kompaan, dat hem direct aan het werk zette als orderpikker bij een technisch bedrijf. „Een succesverhaal binnen het reïntegratiekantoor”, herinnert Kompaan-teamleider Marcel ten Kortenaar zich. Na een korte proefperiode in het magazijn kon Stefano namelijk direct op reguliere basis beginnen. Dat is niet vanzelfsprekend bij reïntegratietrajecten. Want maar 37 procent van de mensen die binnenkomen bij een WorkFirst-traject stroomt door naar een reguliere baan, blijkt uit een rapport van Divosa, de club van gemeentelijke managers die onderzoek deed naar WorkFirst.

„Ons doel is natuurlijk om mensen zo snel mogelijk naar een werkplek te begeleiden”, legt Ten Kortenaar uit. „Maar in de praktijk volgen de mensen eerst een werktraject bij de eigen werkprojecten van Kompaan. Daarbij krijgen zij extra ondersteuning van een werkleider.” Sommigen van zijn cliënten hebben geld-, drugs- of psychische problemen die eerst opgelost moeten worden en waardoor ze niet in een normale werksituatie kunnen functioneren. Een consulent van het reïntegratiebureau helpt ze daarbij. Voor die groepen worden werkplekken gecreëerd, ook wel gesimuleerde werkplekken genoemd. „Daar werken ze met behoud van de uitkering. Want ons idee is dat je ondanks je eventuele problemen, wel iets voor je geld moet doen.”

Drie jaar duurde het succesverhaal van Stefano. Daarna hield hij het niet langer uit in het magazijn. Hij nam vakantie op en keerde nooit meer terug naar zijn werkgever. „Ik wilde niet meer met een karretje door het magazijn sjokken om onderdelen te verzamelen. Ik wilde een nieuwe uitdaging, maar binnen het bedrijf kwam ik niet vooruit. In ieder geval niet snel genoeg,” verklaart hij zijn plotselinge vertrek.

Het is geen op zichzelf staand geval. Al in 2006 wees een onderzoek van Divosa op het risico van ’draaideurklanten’. WorkFirst kan mensen stimuleren om in „onzekere en laagbetaalde banen” te gaan werken. Na een paar jaar stoppen ze daarmee, belanden ze weer in de bijstand en uiteindelijk weer bij het reïntegratiebureau, aldus het rapport. Elf procent van de WorkFirsters valt onder die noemer. Zo ook Stefano: na een paar maanden thuis zat hij opnieuw voor een gesprek aan tafel bij Kompaan.

Al de dag erna stond hij met schoffel en al in de Almerese plantsoenen. „Volgens het WorkFirst principe hebben wij hem direct aan het werk gezet”, legt Ten Kortenaar uit. Dat daarbij geen aansluiting met zijn achtergrond was, maakt niet uit. Maatwerk kan pas gegeven worden als de problemen van de klant duidelijk zijn. In eerste instantie moet de werkzoekende in een oriëntatietraject bewijzen betrouwbaar te zijn. Dat hij op tijd kan komen, zich aan afspraken kan houden, kortom, dat hij aan de eisen van een baas kan voldoen. „Bij ons is er dan de keuze tussen schoffelen in de groenvoorziening of vuil prikken.” Neemt een werkzoekende het werk niet aan dan wordt hij gekort op zijn uitkering. Het werk weigeren is daardoor praktisch onmogelijk.

Moeite had Stefano daar niet mee. Schoffelen was geen droombaan, maar hij zag het als een mogelijkheid om verder te komen. „Ik wist dat het van korte duur zou zijn. Ik moest daar moest laten zien wat ik in huis had. Zo kon mijn werkgever zien dat ik wel degelijk gegroeid was tijdens mijn baan in het magazijn. Kortom, dat ik gedisciplineerd genoeg was voor vast werk.” Daarbij speelden ook praktische zaken een rol: hij was het thuiszitten zat, en had schulden opgebouwd. Het was dus tijd dat de handen uit de mouwen gingen.

De schoffelcarrière van Stefano duurde anderhalve maand. Toen zag zijn voorman dat er meer in zat. Hij werd bijrijder op een wagen die illegaal gedumpt vuil ophaalt. En kreeg na korte tijd zelf de sleutel van de Ford Transit in handen. Een fijn idee, vertelt hij terwijl hij zijn rug recht. „Als ik de regie in handen heb, weet ik tenminste dat het werk goed gebeurt.”

Zijn laatste promotie sleepte hij na eigen initiatief in de wacht. „Ik zag dat mijn voorman bij Kompaan omkwam in het werk –vragende collega’s en stapels papieren– en zag dat hij het bijna niet trok. Ik besloot zo brutaal te zijn om te vragen of ik hem niet kon bijstaan in zijn functie.”

Hij kreeg de baan waar hij om vroeg en belandde in een totaal andere wereld: de wereld van ’achter het IJzeren Gordijn’, zoals hij het grappend noemt –de wereld van kantoren en mannen in pak. Die wereld betekende ook het verplicht volgen van opleidingen. Maar deze keer kon hij de concentratie die hem op de middelbare school ontbrak, wel opbrengen. „De verantwoordelijkheid is voor mij een sterke motivatie.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden