Eerlijk pensioenstelsel kost 100 miljard

Politiek lijkt af te willen van de doorsneepremie die jongeren benadeelt

Aan mooie vergezichten geen gebrek in de Nederlandse pensioenwereld. Gisteren mocht het pensioenfonds PFZW (Pensioenfonds Zorg en Welzijn) zijn visie op de toekomst geven. Jammer toch van die grauwe betonnen muur die telkens opduikt voor de weidse landschappen. Die muur, dat is de doorsneepremie, een groot struikelblok op weg naar een nieuw, toekomstbestendig pensioenstelsel.

De doorsneepremie regelt de solidariteit tussen jong en oud. Iedereen stort hetzelfde percentage van zijn loon in de gezamenlijke pensioenpot. Een groot deel van dat geld gaat naar de ouderen waardoor jongeren nauwelijks pensioen opbouwen. Dat zet de solidariteit tussen generaties onder druk. Daarom moeten we af van de doorsneepremie, zeiden partijen als De Nederlandsche Bank (DNB), toezichthouder AFM, denktank Netspar en de Sociaal-Economische Raad (Ser) afgelopen maanden. PFZW ziet wel een toekomst voor de doorsneepremie. Het pensioenfonds onderscheidt drie modellen. Bij een daarvan blijft de doorsneepremie gewoon bestaan. Bij de andere twee modellen gaat het stelsel wel flink op de schop. "Een voorkeur voor een model hebben we nog niet", zegt PFZW-bestuurder Florent Vlak.

Aan de plannen voor een grondige verbouwing die de afgelopen maanden zijn gepresenteerd, kleeft een flink nadeel. Eentje van 100 miljard euro; de kosten voor het afschaffen van de doorsneepremie. Stel dat pensioenfondsen vandaag op een andere manier premie zouden gaan heffen, dan zitten de 40- tot 50-jarigen met een pensioengat van, juist, 100 miljard euro. De generatie die tussen 1960 en 1970 is geboren, heeft altijd premie betaald, maar nauwelijks pensioen opgebouwd. Juist op het moment dat zij zouden gaan 'profiteren' van hun leeftijd, wordt het stelsel omgegooid.

Toch lijkt het ervan te komen. Staatssecretaris Jetta Klijnsma wilde zich woensdag in een debat met de Tweede Kamer nog niet uitlaten over welke kant het opgaat met het nieuwe stelsel, maar de adviezen van DNB en Ser leunen fors richting afschaffen van de doorsneepremie.

De vraag is: wie betaalt de rekening? De 'pechgeneratie' van veertigers, alle pensioendeelnemers of alle Nederlanders inclusief de toekomstige generatie? Pensioenfondsen kunnen de premies verhogen en uitkeringen verlagen om de gevolgen voor de 'pechgeneratie' zoveel mogelijk te compenseren. In dat geval betaalt elke deelnemer aan een pensioenfonds mee. De overheid kan bijspringen met subsidies voor pensioenfondsen of getroffen deelnemers. De lasten verschuiven dan naar alle belastingbetalers. Ook kan de overheid de AOW-uitkering voor de benadeelde groep verhogen. Dan stijgt de overheidsschuld met 100 miljard euro, iets waar ook toekomstige generaties last van hebben.

100 miljard euro lijkt een onoverkomelijke horde. Toch is het vaker vertoond: midden jaren negentig toen de Vut werd afgeschaft. Volgens het CPB kwam de rekening ook toen uit op ongeveer 100 miljard.

Vlak van PFZW lijkt ook te neigen naar de afschaffing van de doorsneepremie. Drie maanden geleden zei PFZW-voorzitter Peter Borgdorff al dat de doorsneepremie niet langer houdbaar is.

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden