Eerlijk bakkie is geen zwart goud

Radboud Universiteit: Koffie met keurmerk levert arme boer nauwelijks extra welvaart op

Afrikaanse koffieboeren die in zee gaan met Fairtrade of Utz worden daar in eerste intantie beter van, maar op de lange termijn stijgt hun welvaart niet of nauwelijks meer dan van koffieboeren die niet voor een keurmerk produceren.

Dat blijkt uit onderzoek van het Centrum voor Internationale Ontwikkelingsvraagstukken van de Radboud Universiteit Nijmegen onder ruim 1750 boeren in Kenia, Oeganda en Ethiopië. Ontwikkelingsorganisatie Solidaridad gaf er opdracht toe.

Fairtrade richt zich vooral op armere koffieboeren in marginale landbouwgebieden. De organisatie geeft boeren een minimumprijs voor hun koffie. Dat geeft boeren de prikkel om hun koffiearsenaal uit te breiden, schrijven de onderzoekers. In eerste instantie levert meer koffie ze meer geld op, maar op de lange termijn maakt het ze juist kwetsbaarder dan boeren die ook investeren in andere gewassen of in vee. Gedurende de onderzoeksperiode, van 2008 tot 2013, is de koffieprijs op de wereldmarkt alleen maar gedaald.

Utz helpt vooral met kennisoverdracht aan boeren, waardoor die de opbrengst en kwaliteit van hun koffie kunnen verhogen. Ook dat brengt aanvankelijk voordeel, maar na verloop van tijd profiteren boeren zonder keurmerk net zo. Onderzoeker Paul Hoebink: "Die zien wat de buurman doet en volgen dat na."

Met een belangrijk doel van de keurmerkverleners - de onderhandelingspositie van de boeren verbeteren - wil het niet vlotten. Volgens het onderzoek gaat er niet meer dan 6 tot 8 procent van de prijs van een pak keurmerkkoffie naar de boeren. En dat is al jaren zo. Hoebink: "Die 6 tot 8 procent is een schatting, er is veel onduidelijk over de opbouw van de koffieprijs. Consumenten mogen best wat meer duidelijkheid eisen van Fairtrade en Utz. Een verhoging naar 9 tot 10 procent maakt voor de boeren al een heel verschil."

Bovendien doen beide keurmerken er goed aan de handen ineen te slaan in plaats van elkaar te beconcurreren, schrijven de onderzoekers. Ze vullen elkaar immers mooi aan: Fairtrade als initiator, die arme boeren op verafgelegen plekken aansluit op de wereldmarkt, gevolgd door Utz, dat boeren traint in landbouwtechnieken. "Het is dus niet zo dat keurmerken verlenen niet werkt, maar we zijn wel toe aan een volgende stap", zegt Hoebink. Wat boeren echt verder helpt, is als er banken of grote afnemers opstaan die oogsten voorfinancieren. Het duurt bijna een jaar voordat de koffiebloem een gedroogde bes is. Pas dan krijgen de boeren hun geld.

Directeur Peter d'Angremond van Max Havelaar, eigenaar van het Fairtradekeurmerk, ziet het als compliment dat niet alleen gecertificeerde boeren profiteren. "Fantastisch toch, dat we verder reiken." Dat fairtradeboeren zich te veel op koffie richten herkent hij niet zo. "We hebben criteria voor oogstrotatie, daar is aandacht voor." En dat het de boeren niet lukt een groter aandeel van de koffieprijs op te eisen? "Fairtrade betaalt, naast een minimumprijs, een premie aan coöperaties die ze investeren in scholen of zorg. Dat laat zich niet tellen als munten in de portemonnee van de boer, maar verhoogt wel zijn welvaart."

Lastig, denkt Utz-directeur Han de Groot, om de boer een groter aandeel te geven van de opbrengst van een pak koffie. "De koffieprijs wordt bepaald op de wereldmarkt, die is lastig te beïnvloeden." Vruchtbaarder is het om grote producenten als Douwe Egberts en Nestlé te bewegen een groter deel van hun koffie duurzaam in te kopen, vindt hij. "En dat zien we gebeuren."

'Waarom niet ook bananen of pompoenen?'
Kurugu Macharia werkt voor Solidaridad, opdrachtgever van het onderzoek naar koffiekeurmerken. Hij is directeur voor Oost- en Centraal-Afrika en werkt vanuit Nairobi, Kenia. "Natuurlijk heeft certificering de koffieboeren goeds gebracht. Hun coöperaties zijn nu op orde. Wie zijn er lid, wie zijn er overleden, wiens zoon of vrouw heeft de boerderij overgenomen, hoeveel bomen hebben we? Als je dat weet, kun je plannen. En verder plannen dan koffie alleen. Want er zijn gewassen die wel meer opbrengen of sneller groeien en dus eerder geld opleveren.

Waarom zou een coöperatie niet ook bananen aan de man brengen, of pompoenen? Voordeel van voedingsgewassen is bovendien dat de boeren er zelf van kunnen eten, zodat ze meer binnenkrijgen dan alleen maïs. En het houdt de jongeren binnenboord. Die zien koffie niet zo zitten, die willen snelle winst.

Als Solidaridad praten we met alle partijen: boeren, handelaren, branders en afnemers.

Het zou mooi zijn als jullie Ahold zou zeggen 'Wij nemen zoveel Keniase koffie af'. Dat helpt boeren aan leningen. Want geld voor voorfinanciering van oogsten of investeringen is altijd beschikbaar, als de financier zijn risico maar afgedekt weet."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden