Opinie

Eerder te links dan te zwart

Het ziet ernaar uit dat Barack Obama de volgende president van de Verenigde Staten wordt, al zijn veel Nederlanders nog bang dat Amerikanen in de laatste drie dagen omdraaien als een blad aan de boom en hun steun geven aan de ’verkeerde’ kandidaat.

In gesprekken met Nederlanders hoor ik hen steeds over één factor die kan zorgen dat Amerikanen toch stemmen voor McCain: racisme.

Historicus Maarten van Rossem meent dat het Amerikaanse racisme de reden is dat McCain het zo lang heeft uitgehouden en niet geheel is verzwolgen door Obama. Een blanke democratische kandidaat zou het volgens deze redenering nóg beter hebben gedaan.

Het is waar dat ras en afkomst een belangrijke rol spelen in de Amerikaanse samenleving. Mijn vrouw was al enthousiast over zwarte blues en zwarte kerken voordat ze met mij naar Amerika emigreerde. Groot was de teleurstelling toen bleek dat etnische bevolkingsgroepen er nauwelijks mengen. Martin Luther King had gelijk toen hij zei dat de zondagmorgen het ’meest gesegregeerde uur van de week’ is.

Raciale scheidslijnen zijn prominent aanwezig in de VS. Er zijn nog altijd miljoenen Amerikanen die niet zullen stemmen voor een zwarte kandidaat. De situatie verbetert geleidelijk; toekomstige historici zullen,mocht Obama verliezen, waarschijnlijk zeggen dat zijn kandidatuur de weg bereidde voor de acceptatie van persons of color (zoals ze in Amerika worden aangeduid) voor de hoogste positie van het land.

De rol van ras en afkomst is de laatste jaren wel gecompliceerder geworden. Obama heeft de voor- en nadelen aan den lijve ondervonden. Aan de ene kant bleek hij meer aanvaardbaar te zijn omdat zijn vader is geboren in Kenia en hij dus niet afstamt van zwarte slaven. Dat zou hem –zelfs vandaag de dag– teveel bestempelen als ’exclusief’ zwarte kandidaat, zoals Jesse Jackson. In plaats daarvan is de kandidatuur van deze politieke Tiger Woods niet belast met het verleden.

Tegelijkertijd is het wel de naam Barack Hussein Obama en het feit dat hij in exotische plaatsen als Hawaï en Indonesië woonde, wat hem soms dwars zit. Daardoor vragen Amerikanen zich af hoe ‘Amerikaans’ hij is en of hij niet problematischer is dan een doorsnee ’African-American’: namelijk een moslim of een Arabier. Verontrustende vooroordelen, maar de vraag is of dit nadeel groter is dan het voordeel dat hij geen traditionele ‘African-American’ kandidaat is.

Zijn afkomst kan zowel negatieve als positieve effecten hebben in het stemhokje. Sommige mensen maken zich zorgen over een herhaling van het ‘Bradley-effect’. Daarmee doelen ze op het nipte verlies van de zwarte kandidaat Tom Bradley bij de verkiezingen voor gouverneur in Californië begin jaren tachtig, terwijl alle peilingen vooraf hadden gewezen op een overwinning. De theorie is dat Bradley onverwacht verloor omdat veel blanke stemmers in de peilingen niet racistisch wilden overkomen tegenover de enquêteurs, maar in het stemhokje toch tegen de zwarte kandidaat stemden.

Dit Bradley-effect is de laatste jaren minder zichtbaar geweest en lijkt zelfs te zijn vervangen door een tegengesteld effect: een deel van het blanke en vaak jonge electoraat wil juist graag laten zien dat ze vrij zijn van vooroordelen en steunen zwarte kandidaten als Obama in hun strijd tegen racisme. Dit effect is vooral zichtbaar in de door blanken gedomineerde staten van het middenwesten, maar minder in het zuiden, waar de raciale scheidslijnen nog sterk aanwezig zijn in de politiek. De huidskleur en achtergrond van Obama snijdt aan twee kanten, en hoeft niet de meest bepalende factor te zijn als Obama toch geen (klinkende) overwinning scoort.

Uiteindelijk is de grootste hindernis voor een overwinning van Obama niet zijn ras, maar zijn visie op de overheid. Wat het meest verbazingwekkende is van Obama’s kandidatuur is dat hij het zo ver heeft geschopt als het meest progressieve lid van de Senaat van de VS (volgens een overzicht uit 2007 van de National Journal). De omvangrijke overheid die Obama voor ogen heeft is sinds de jaren zestig niet populair onder Amerikaanse kiezers. Dat Obama ondanks deze standpunten toch zo ver is gekomen is te danken aan de manier waarop hij zich presenteert. Niet als ‘liberal’, maar als politicus die de partijen overstijgt. Een overzicht van zijn uitspraken tijdens zijn politieke carrière geeft een ander beeld. Ook tijdens de campagne vertelde Obama een McCain-aanhanger dat de overheid tot taak heeft ‘rijkdom te verspreiden’. Hoewel elke overheid aan herverdeling van inkomen doet, wordt herverdeling als doelstelling van binnenlands beleid nog steeds door de meerderheid van de Amerikanen verworpen.

Obama’s visie op de overheid is voor veel Amerikanen nog steeds een brug te ver. De kredietcrisis en de plotselinge verslechtering van de Amerikaanse economie hebben twijfels over een kleine overheid doen rijzen en zullen Obama waarschijnlijk aan een overwinning helpen. Maar Amerikanen zijn nog maar net begonnen met het herevalueren van hun standpunten.

Het is niet hun racisme, maar hun gehechtheid aan het principe van een kleine overheid waardoor McCain op 4 november toch nog een kleine kans heeft op de overwinning.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden