Opinie

Eerbetoon met stekels aan Limburgse ’Pottekeuning’

’Petrus Regout’ van Erik-Ward Geerlings door Het Vervolg o.r.v. Hans Trentelman t/m 30-6 (di/zat) op locatie in oude Sphinxfabriek te Maastricht; 043-3503050 of www.hetvervolg.nl

P. Regout & Co staat onder op mijn boerenbont-ontbijtbordjes. Je kunt zien welke het vaakst zijn afgewassen. Daar zijn de merkjes vervaagd. De grondlegger van de aardewerk- en kristalindustrie in Maastricht was er woedend over geweest. Net als over de noot waarmee zijn bedrijf, de Sphinx, in de encyclopedie wordt neergezet: ’berucht om de slechte arbeidsomstandigheden.’

Petrus Regout (1801-1878) was een perfectionist. Hij wilde de kwaliteit van het Wedgwood-aardewerk op zijn minst evenaren. Borden met ’pukkelkes’ gooide hij zonder pardon voor de ogen van zijn onthutste arbeiders kapot. Dat heel wat van die loonslaven doodziek werden door de snikhete ovens zag hij niet. Wel nodigde hij alle (2000!) arbeiders uit op een jubileumfeestje thuis op een van zijn imposante landhuizen.

Vilein legt schrijver Erik-Ward Geerlings hem de woorden in de mond: ,,Ik droeg de liefde uit. In elk stuk aardewerk.” Dat tekent Regout als een baas met hart voor de zaak, maar dan wel wat betreft het product en het persoonlijke aanzien. Tegen zijn vrouw zou hij nooit zeggen ’Ik hou van jou’, maar hij verlangde wel dat ze hem snel een volgende zoon zou baren.

Het Vervolg, dat zelf sinds acht jaar huist in een bordenfabriek op het voormalige Sphinxterrein, was het aan zijn eer verplicht nog eens aandacht aan die voorgeschiedenis te schenken en in het bijzonder aan de centrale figuur daarin, de ’Pottekeuning’. Geerlings laat het stuk spelen in diens stervensuur.

Een sterfbed is een uitgekiend moment om de balans op te maken. Geerlings confronteert Regout met een alleswetende nar, die hem aan de hand van verschillende scènes uit zijn leven toont, dat zijn geheugen nogal eens hapert als het om de minder aangename kanten van zijn succes gaat.

Verwijt zijn vrouw hem: ’Nooit is het voldoende. Half Maastricht hebt u verspijkerd, een kwart eet uit uw hand’, zegt hij laconiek: ’De andere drie kwarten niet.’ ’Petrus Regout’ is, met andere woorden, een eerbetoon met stekels. Aan een grenzenloos ambitieuze Maastrichtenaar, de eerste grootindustrieel van ons land.

Geerlings heeft het stuk geschreven in een zelfverzonnen archaïsche kunsttaal, die mooi de vormelijkheid van de gegoede burgerij zet tegenover de rauwe directheid van het volk.

Hans Trentelman heeft het geheel wonderschoon geënsceneerd in de immense hal van een oude Sphinx-fabriek die, heel toepasselijk, op punt van slopen staat. Vanuit de verte zweven danseressen als serafijnen de handeling binnen en blaast een stemmig sextet desgewenst de fanfare.

Te midden van dat al staat de Regout van Hans van Leipsig wat verdwaasd zijn eigen streken aan te zien, nogal eendimensionaal want zonder de allure van een echte patroon. Sterk is Mieneke Bakker als de trouwe echtgenote, die kritische kanttekeningen niet schuwt. Een vertolking – zonder stemverheffing, maar inwendig kokend – die een scherpzinnig lijntje trekt van het nu naar de verhoudingen toen. En daarmee ’Petrus Regout’ op het bedoelde plan trekt.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden