Eer Piet Keizer en leef voortaan zijn wet na

Toen ik hoorde dat Piet Keizer was overleden, wist ik onmiddellijk wie ik moest bellen: Matty Verkamman. Het was nog vroeg, zaterdagmorgen, maar enkele uren later hadden we zijn necrologie al voor de site. Hij had alles nog in zijn hoofd zitten, zei Matty.


Maandag besloeg het verhaal een pagina in de krant, met een karakteristieke zwart-witfoto. Matty vertelde erin dat hij met Keizer op de perstribune had gezeten, en dat hij daar honderd keer meer van het voetbal had opgestoken dan van welke voetbaltrainer ook.


De Volkskrant had zo'n verhaal van oud-sportjournalist Bart Jungmann. Hij bereidde ons er in zijn openingsalinea al op voor dat we 'de wereld van oude jongensboeken als Kees de Jongen' zouden betreden. Good old Guus van Holland schreef een pagina vol in de NRC. Hij had ooit met Cruijff en Keizer en hun vrouwen in de lounge van een hotel gezeten, zoals dat toen nog kon.


Het was precies goed, leek me: persoonlijk getinte in memoriams van mannen die erbij waren geweest - de bekende beelden op tv. Maar Voetbal International-hoofdredacteur Christiaan Ruesink had zich over de 'geringe aandacht' verbaasd, twitterde hij. Zijn blad ruimde deze week 67 pagina's voor Keizer in.


Dat leek me toch wat erg veel - voor een man die mooi kon voetballen, die erbij was aan de wieg van wat ons voetbal is geworden, maar ergens in het tweede gelid, ook daar wat achteraf; een man die zich na zijn carrière goeddeels verscholen hield, een man van wie we nooit iets coherents zouden horen of zien over hoe het voetbal volgens hem gespeeld moest worden.


In 'Studio Voetbal' ging het zondag eerst als eerbetoon en later indirect over Keizer. Co Adriaanse betrok bondscoach Danny Blind in een vreemd semantisch steekspel over buitenspelers, of ze zullen verdwijnen of niet. Keizer was er niet meer. Hij hoefde niet te zien dat Adriaanse in zijn opstelling van Oranje de rechtsbenige middenvelder Davy Klaassen op de plaats had gezet, linksvoor, waar hij vroeger liep.


Laat ze maar kletsen, heeft Piet Keizer een leven lang gedacht. Hij kon er niet bij dat er gedichten over hem werden gemaakt. Hij deed iets wat hij goed kon en leuk vond, meer niet.


"Helden zijn mensen die zijn opgestaan uit de dood, die bloed hebben zien vloeien", zei Keizer tegen Guus van Holland. "Sportmensen zijn geen helden, dat zijn gewoon mensen die een kunstje beter uitvoeren dan een ander."


Judoka Henk Grol zei, toen hem in katzwijm werd gevraagd hoeveel hij zich ervoor had moeten getroosten: "Ik heb niet in de mijnen hoeven te werken, hoor."


Sven Kramer zei deze week in 'De wereld draait door' dat hij vooral altijd maar doorgaat en alles opzijzet om te winnen, omdat hij schaatsen zo leuk vindt.


De 4-0 nederlaag bij Paris Saint-Germain luidde dinsdag misschien het einde van het tijdperk van Barcelona en Lionel Messi in. Het zij zo. Hij heeft met plezier voor ons gepingeld en gescoord, vooral natuurlijk omdat hij het zo razend goed kan.


Er is weinig oor voor, zeker in deze hysterische tijden, maar sporters zijn geen helden, ze zijn niet bijzonder. Ja, ze trainen hard, maar hoe zwaar de trainingen ook, ze doen het in iets wat ze kunnen en leuk vinden. Ja, ze moeten mentaal sterk zijn. Maar ook dat maakt je nog geen held, al helemaal niet als je je hardt in iets wat je kunt en leuk vindt.


Ik heb Piet Keizer niet gekend, maar ik denk dat we hem in de sportjournalistiek niet beter kunnen eren dan door zijn wet voortaan na te leven - de wet van Piet Keizer, over helden en sporters.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden