Eer aan dementerenden

Een maandelijkse interviewreeks over bijzondere gedrevenheid in het werk. Vandaag Rose-Marie Dröes: van timmervrouw tot hoogleraar in de zorg voor mensen met dementie.

Wybo Algra

Professor Rose-Marie Dröes (54) staat net energiek en enigszins verhit haar handen te wassen, voor ze naar de kantine schiet voor een broodje. Ze was een picknicktafel in elkaar aan het sleutelen, legt ze uit, op het zonovergoten terras dat grenst aan haar werkkamer in de Amsterdamse Valeriuskliniek, onderdeel van de regionale instelling voor psychiatrie GGZinGeest. „Dat soort praktische dingen moet ik soms tussendoor doen. Vooral om even te ontkomen aan de e-mail.”

De loopbaan van Dröes is opmerkelijk. Aanvankelijk kwam ze na haar studie bewegingswetenschappen niet aan de bak bij de universiteit. Later ontwikkelde ze met veel volharding bewegingstherapieën voor mensen met dementie, terwijl niemand geloofde dat daar eer aan te behalen viel. Nu is ze hoogleraar.

Ze werkt hard, die 36 uur in haar contract zijn een lachertje. Ze is nu eenmaal een pietje precies. Diagonaal lezen – ze zou niet weten hoe dat moet. Doorgaans zet ze haar computer pas na middernacht uit. Dat lukt allemaal, zolang ze op haar conditie blijft letten en zorgt dat ze zeven uur per nacht slaapt.

Alleen die e-mail. „Vroeger stuurde je een brief en dan kreeg je drie weken later antwoord. Tegenwoordig blijf je mailen. Iedereen wil direct antwoord. Daar zullen we als samenleving echt een oplossing voor moeten vinden, want ik ben niet de enige die er last van heeft.”

Vandaar dus dat bankje, dat nu nog ruggelings op de tegels ligt. Afgaand op haar cv moet het goed komen. Dröes is universitair hoofddocent en sinds een jaar parttime hoogleraar psychosociale hulpverlening voor mensen met dementie bij het Amsterdamse VU Medisch Centrum (VUmc). Maar ze begon haar loopbaan met een eigen timmerbedrijf.

Droes: „Ik studeerde bewegingswetenschappen aan de VU. Iedereen uit mijn jaar ging aan het werk als psychomotorisch therapeut. Maar dat kun je net zo goed met een beroepsopleiding worden. Ik wilde de wetenschap in. Aan de universiteit zeiden ze dat ik daar geschikt voor was, iedereen was juichend. Alleen, toen het er op aan kwam, hadden ze geen plek voor me.”

Hoe ze zich voelde? Boos, voor de gek gehouden. Ze solliciteerde her en der, halfslachtig, voor ze als timmervrouw aan de slag ging. Tijdens haar studie had ze dat al gedaan, als bijverdienste. „Ik wist er weinig van, pakte er voor elke klus eerst een boek bij om te zien hoe het moest. Dan ging ik aan de slag. Ik heb er veel van geleerd. Met geld omgaan, plannen. Dat ik veel kon bereiken met een goede inzet en motivatie.”

Toen de universiteit later alsnog belde, twijfelde ze. „Het voelde alsof ik met hangende pootjes terugging. Maar ik zag mezelf niet tot mijn zestigste met zakken stuc naar driehoog sjouwen. En ik wilde graag verder met mensen met dementie, waar ik op was afgestudeerd.”

Bewegingswetenschappen en de zorg voor dementerenden: voor de hand liggend klinkt het niet, maar in de carrièrelijn van Dröes valt alles op zijn plek. „Eind jaren zeventig werd er nog heel weinig gedaan met ouderen met dementie. In het verpleeghuis waar ik stage liep, zaten ze de hele dag in hun stoel. Er was nauwelijks iets van dagbesteding. Ik zag hun apathie, hun angst, hun agressie, hun negatieve zelfbeeld, en ik vroeg me af of ik dat kon verbeteren via beweging – wat zo bleek te zijn. Met de juiste oefeningen kan je succes inbouwen. Dat werd mijn promotieonderzoek.”

Volgende stap: de toepassing van haar onderzoeksresultaten in de praktijk. Dat resulteerde in ontmoetingscentra voor thuiswonende mensen met dementie en hun verzorgers. Laagdrempelig, in de wijk, met bewegingsactiviteiten ingebed in een breder programma. Ook voor mantelzorgers. „Die moet je gewoon overeind houden. Voor hen zijn er in de ontmoetingscentra informatieve bijeenkomsten, gespreksgroepen en spreekuren.”

Tien jaar kostte het om de eerste tien ontmoetingscentra op te zetten. Nu zijn er zestig, verspreid over het land en nog 24 in oprichting. „Ik heb ze bedacht, ja.” Nadrukkelijk: „Het was echt een strijd. De eerste vijftien jaar ben ik weggelachen. Niemand dacht dat er eer aan dementerenden te behalen viel. Het was vechten tegen de bierkaai, vanuit het contact wat ik wél met deze mensen had. Ik geloofde in waar ik mee bezig was, maar ik werd nergens uitgenodigd, voelde me geïsoleerd in de wetenschappelijke wereld.

„Wat ook meespeelde, was mijn achtergrond als bewegingswetenschapper: ik was geen dokter of psycholoog. Ik was een vreemde eend in de bijt. Mijn redding was mijn ontmoeting met hoogleraar klinische psychiatrie Willem van Tilburg, midden jaren tachtig. Hij gaf me het gevoel dat mijn werk ertoe deed. Ik wist wat ik wilde, maar hij hielp me daarvoor de woorden te vinden.”

Gaandeweg keerde het tij. De afgelopen tien jaar vielen haar diverse prijzen ten deel. De bekroning was haar benoeming tot hoogleraar. „Een erkenning voor mijn vakgebied, dat nu wetenschappelijk op waarde wordt geschat. Wat meehielp is dat er veel meer wordt nagedacht over de maatschappelijke betekenis van onderzoek. Vroeger werd daar helemaal niet over gepraat.” En wat dat hoogleraar-zijn betreft: geen deftigdoenerij in een toga. Breed lachend: „Voorlopig ben ik nog gewoon mezelf.”

’Mezelf’ is de geheide klassevertegenwoordiger op het gymnasium, die niet bang is om de leiding te nemen. „Ik heb een soort rechtlijnigheid en rechtvaardigheid waardoor mensen mij wel wat toevertrouwen. Ik ben dertig jaar ouder dan sommige van de onderzoekers in mijn groep, al voel ik dat niet zo: ik sta meer tussen de mensen in dan erboven. Maar als het nodig is, vertel ik mensen wel precies hoe ze hun werk moeten doen. Ik neem geen genoegen met geklungel.”

’Mezelf’ is ook een vrouw die vroeger in de gymnastiekzaal het ultieme gevoel van vrijheid ervoer dat ze later probeerde over te brengen op mensen met dementie. „Die vrijheid ervaar ik nog steeds in wat ik nu doe. Ook al zit ik ingesponnen in een web van onderzoek, lezingen, cursussen en bestuurlijke overleggen, als hoogleraar heb ik toch het gevoel dat ik mijn eigen onderneminkje heb. Het is elke keer weer een genot als je een mooi onderzoek opzet en iemand zegt: ja, daar steek ik geld in.”

Ze omschrijft zichzelf als een praktisch mens, oplossingsgericht. Zo heeft ze voor haar loopbaan nooit een vooropgezet plan gehad. Ze begint, ziet wat ze tegenkomt, en reageert daarop. „Stap voor stap en zo ontstaat gaandeweg een paadje.”

Op die manier kwamen de ontmoetingscentra tot stand en verlegt ze als bewegingswetenschapper haar werkveld meer en meer naar informatie- en communicatietechnologie. „Omdat ik zag dat mensen in het beginstadium van dementie én hun familieleden vaak nog weinig hulp krijgen, maar wel veel vragen hebben”, verklaart ze. Zij raken de weg kwijt in alle zoeksystemen en adressenbestanden die er zijn. „Voor hen zijn we begonnen een informatiesysteem op te zetten waardoor ze via de computer veel gerichter antwoorden kunnen krijgen op hun vragen, en de juiste adressen voor hulp in de buurt. Daar hebben we de eerste, succesvolle pilot mee gedaan.”

Slimme technische oplossingen zijn volgens haar hard nodig om zorg te bieden aan de 500.000 Nederlanders die over dertig jaar kampen met dementie. In haar oratie schetste ze een toekomst waarin thuiswonende dementerenden via simpele aanraakschermen geheugensteuntjes krijgen of door een foto op het beeldscherm aan te raken het afgebeelde familielid bellen.

Op die ingeslagen weg gaat ze voort in het nieuwe Alzheimercentrum van het VUmc dat eind deze maand wordt geopend door koningin Beatrix, en waar Dröes een van de drijvende krachten achter het zorgonderzoek is. Is ze trots op wat ze heeft bereikt? „Dat gevoel ken ik helemaal niet. Ja, wel op dingen die ik met mijn handen maak, zoals destijds met mijn timmerbedrijfje. Maar verder niet. Er komt wel een zekere rust over me, nu ik er minder hard voor hoef te knokken. Mijn werk is niet voor niets geweest. Maar dat gevoel had ik toch al niet.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden