Eenzijdige blik op de Nederlandse cultuur

A fgelopen maandag gaf Thierry Baudet de H.J. Schoo-lezing. De lezing van Baudet, die onlangs promoveerde aan de universiteit Leiden, bij Paul Cliteur, is onderdeel van een conservatieve heropleving in Nederland. Hij maakt furore als denker die het niet schuwt tegen de pro-Europese elite in te gaan. Het is voor velen een verleidelijk scenario: tegen het vileine multiculturalisme en de EU-elite in durft Baudet kritiek te leveren op de ondermijning van de democratie door de Europese Unie. 'Eindelijk lucht in het debat' schreef een recensent over Baudets boek 'De aanval op de natiestaat'.

Ook ik heb sympathie voor kritiek op ondemocratische en economisch stringente aspecten van 'Europa'. Maar toch bekruipt mij een benauwdheid. Dezelfde benauwdheid voel ik bij politieke debatten over Europa: kritiek op Europa gaat vaak gepaard met conservatief nationalisme. EU-technocratie of nationalisme lijken soms wel de enige keuzes. Het is een armoedig en beperkt debat.

In zijn boek stelt Baudet dat alleen het 'multicultureel nationalisme' ons kan vrijwaren van intolerantie en anti-democratische tendensen. Nu bepleit Baudet geen intolerante vorm van nationalisme, maar toch, een nationalisme gebaseerd op een 'gedeeld besef van moraal, gedeelde gebruiken en gedeelde omgangsvormen'. Hier toont zich de invloed van de neo-conservatieve Leidse rechtenfaculteit (o.a. Cliteur, Andreas Kinneging en Afshin Ellian). Dit beroep op de nationale identiteit gaat gepaard met een ronduit selectieve visie op de Nederlandse geschiedenis, waarin belangrijke aspecten onder het tapijt worden geveegd. Laten we een voorbeeld nemen: religie.

In 2007 omschreef Cliteur Willem van Oranje als 'verlichtingsfundamentalist': iemand die vocht voor seculiere idealen en daarbij het leven liet. Zijn moordenaar, Balthasar Gerards, was 'de eerste zelfmoordterrorist op Europese bodem'. Gerards is voor Cliteur het schoolvoorbeeld van het gevaar van religie; omdat religieuzen het woord van God boven alles kunnen plaatsen, is religie een gevaar voor de staat. Hij vergeet daarbij dat Willem van Oranje en zijn adviseurs ook religieuze argumenten gebruikten.

Nu is het onderwerp de Europese Unie, en de auteur een promovendus van Cliteur. Maar de methode is dezelfde. Ook in Baudets beschrijving van de Nederlandse cultuur blijft een genuanceerde bespreking van religie achterwege. Religie wordt omschreven als een gevaar voor de natiestaat: "Bij situaties waarin niet-nationale loyaliteiten de overhand hebben, staat het individu voortdurend onder druk van tribale of religieuze gebruiken". Alle loyaliteiten moeten ondergeschikt zijn aan Baudets opvatting van de staat, anders heerst er chaos. Dat leert de Nederlandse geschiedenis, zo lijkt het.

Een gepolitiseerd debat over Nederlandse geschiedenis is prima. Maar geschiedenis is niet eenduidig conservatief en religie is niet alleen maar potentieel fundamentalisme. Ook conservatieve opvattingen over de Nederlandse staat kunnen fundamentalistisch zijn. De Acte van Verlatinghe, de Apologie van Willem van Oranje, of het Wilhelmus kunnen bijvoorbeeld gelezen worden als revolutionaire religieuze documenten die juist een kritische houding tegen de (totaal)staat mogelijk maakten.

Zolang kritiek op Europa gekoppeld wordt aan een eenduidige opvatting van de Nederlandse cultuur, vrees ik dat de Leidse politieke geschiedenis neerkomt op verering van een eenzijdig beeld van Nederland. En daar krijg ik het benauwd van.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden