Eenzaam en belaagd in een overvol stadion

De cameramannen en fotografen die morgen bij de 'risicowedstrijden' PSV-Ajax en Willem II-Feyenoord het voetbalveld op moeten weten nu al wat ze aantrekken. Ongeacht het weer wordt het een jas die je makkelijk kunt schoonmaken, met een dikke capuchon, als bescherming tegen ongewenste traktaties uit het publiek. Dat ze worden uitgemaakt voor kankerlijders of tyfustuig zijn ze inmiddels gewend. Maar bekogeld worden met zakjes urine, spuug, eieren, tomaten, suikerklontjes (schijnen heel pijnlijk te zijn) of vuurwerk, dat went niet. “Ik word er niet eens agressief van”, zegt een cameraman. “Het slaat bij mij naar binnen.”

Bovendien is er al veel verbeterd. Er zijn netten gespannen of afdakjes gekomen. Het meest blij zijn ze met de tankgracht in de Amsterdam Arena, waardoor er een brede scheiding is gekomen tussen het veld en het publiek. Hoe verder van de supporters, hoe beter, vinden de 'veldwerkers'. Op zijn zachtst uitgedrukt doen ze hun werk in de stadions niet graag. Fotograaf Klaas Jan van der Weij: “Je voelt die spanning altijd in je rug. Er zit een hoop agressie op die tribunes, vooral bij de grote clubs. Dat heeft niets met het voetballen te maken, het is sociale onmacht, onmondige mensen die zich ontladen in de stadions. En dan zitten wij het dichtstbij.”

Hij kreeg ooit een groot stuk gewapend beton naar zijn hoofd. De aanstekers, bevroren Marsen ('dat komt heel hard aan') en munten die hij sindsdien heeft 'ontvangen' vallen daarbij vergeleken nogal mee. Vuurwerk, daar schrikt hij nog wel van. “Een flinke strijker naast je is geen lolletje.”

Scheldpartijen zijn er altijd. Bij Feyenoord is het favoriete woord 'hoerenjong', zegt fotograaf Patrick Post. Meer in het algemeen zijn hij en zijn collega's in de ogen van de supporters 'kankerlijders' of 'klootzakken'. “Ik kijk liever niet om, zodra je oogcontact maakt is het mis. Een enkele keer werp ik wel eens een blik op de tribune. Daar staan ook kinderen, jochies van acht jaar. Die schelden het hardst.”

Zijn de cameramannen en fotografen vogelvrij? “Het is niet zozeer tegen ons gericht”, zegt Klaas Jan van der Weij lankmoedig. “Als je ziet wat grensrechters naar hun hoofd krijgen, of een speler van de tegenpartij die een bal moet ingooien...”

Het geweld tegen de media is de afgelopen jaren wél veel erger geworden, zegt Johan Derksen. Hij is adjunct-hoofdredacteur van Voetbal International. Scheld- en dreigbrieven komen er iedere dag, en niet weinig ook. Het is al vaker voorgekomen dat verslaggevers op hun privé-adres politiebewaking kregen. Vrije journalistiek is wat Voetbal International betreft niet meer mogelijk, zegt Derksen. Over de veldslag bij Beverwijk, waar onlangs een Ajax-supporter werd doodgeslagen, heeft VI uiterst summier bericht. “We nemen tegenwoordig het standpunt in: we schrijven over voetballen, niet over rellen. Ik denk dat dat niet zo'n journalistiek standpunt is. Maar het lijkt ons wel verstandig.”

Het geweld zit bij veel clubs, zowel bij de grote clubs als bij FC Twente, FC Groningen of NAC. Maar de meest stelselmatige bedreigingen komen van de Feyenoord-aanhang. Derksen: “De haat van Rotterdam naar Amsterdam is veel groter dan andersom. Ze vinden ons een Ajaxblad. Toen Ajax landskampioen werd, hebben we er zes pagina's aan gewijd. Toen Feyenoord de titel haalde waren dat er twaalf. Juist om het vooroordeel de wereld uit te krijgen. Eerlijk gezegd hopen wij dat de titel dit jaar naar PSV gaat, of naar Twente, of naar Feyenoord. Want als Ajax iets wint wordt het ons verweten.”

De Feyenoord-aanhang intimideert het meest, zeggen de journalisten. Ze zijn het best georganiseerd, weten de mensen thuis te vinden. De hooligans van de andere clubs zijn geen haar beter, maar hun terreur tegen de media beperkt zich meestal tot het stadion.

De schrijvende journalisten wanen zich het veiligst. Zaak is anoniem te blijven. Aan tv-programma's werken ze niet graag mee. Als ze je gezicht of naam eenmaal kennen kan het vervelend worden. Dat weten ze van de presentatoren van Studio Sport, of de tv-verslaggevers. Een enkele keer dringen supporters een perstribune binnen. Eric Hornstra van Trouw overkwam dat in Duitsland, bij een Europa Cup-wedstrijd. Hornstra: “Het was daar een puinhoop, er waren al veel gevechten vooraf geweest. Alles zat door elkaar. Een paar Feyenoord-aanhangers kwamen de perstribune op, wilden meelezen wat je opschreef.”

Matty Verkamman van Trouw werd na afloop van een wedstrijd buiten het Olympisch Stadion in Amsterdam opgewacht door een paar vandalen. Ze zagen hem voor een andere journalist aan, die niet lovend over hun club had geschreven. “Ze begonnen te duwen en te trekken. Toen riep er gelukkig één: 'Hij is het niet', en verdwenen ze.”

De sportjournalisten en fotografen gaan over het voetballen, niet over de rellen. Ze verslaan de wedstrijden, hebben contacten met de clubs, de spelers, de trainers. Liever niet met de supporters. Maar dat maakt heftige clubaanhangers niet uit. Ze zoeken de journalisten wel op. Matty Verkamman had de pech dat zijn vijfjarige zoontje een keer de telefoon opnam. “Die kreeg te horen dat zijn vader de komende zaterdag bij de voetbalwedstrijd een mes in zijn rug zou krijgen. Hij is een paar dagen overstuur geweest.” Een cameraman: “Feyenoord is mijn club, maar voor mijn werk kom ik er niet graag. Ik heb meegemaakt dat ze ons voor het stadion stonden op te wachten. Moest je zeggen of je voor Ajax of Feyenoord was. Heel intimiderend. Vroeger nam ik mijn kinderen wel eens mee, die vonden het enig. Nu is er geen haar meer op mijn hoofd die daaraan denkt.”

Verslaggever Ted van Leeuwen van Voetbal International waagde het een paar jaar geleden een artikel te schrijven over wat er mis was bij Feyenoord en met de toenmalige trainer Van Hanegem. Hij zou dat met de dood bekopen, beloofden de 'echte' Feyenoordfans. De hoofdredactie van Voetbal International achtte het verstandig Van Leeuwen een tijd niet naar wedstrijden van Feyenoord te sturen. Hij kreeg politiebewaking. Van Leeuwen vindt het eigenlijk raar dat de terreur ongehinderd door kan gaan. “De clubs doen er echt van alles aan, maar het is allang geen zaak van de clubs meer. De harde kernen van de clubs bestaan uit een paar honderd man. Die moeten toch aan te pakken zijn. De BVD was vroeger zo goed in het infiltreren van linkse clubs. Dat zouden ze wel eens in dit soort criminele organisaties kunnen gaan doen.”

In veel stadions staan camera's gericht op de tribune, is veel toezicht aanwezig. Toch vinden er verhoudingsgewijs weinig arrestaties plaats. Een verslaggever: “Het bewijs is moeilijk te leveren. Je kunt nooit precies zien wie het projectiel heeft gegooid. En denk maar niet dat ze zomaar iemand van de tribune halen. Dat is veel te gevaarlijk. Je hebt zo de hele meute tegen je.”

“De agressie is de afgelopen tijd absoluut niet erger geworden”, zegt tv-journalist Frits Barend. “De ervaring van Henk (van Dorp, red.) en mij is dat het altijd al zo erg is geweest. Sterker nog: het is het afgelopen half jaar wat rustiger. Het heeft zich kennelijk verplaatst naar de weilanden.” Barend, met zijn bekende tv-hoofd, wordt in en buiten de stadions verbaal en fysiek belaagd. “Ik ga gemiddeld twee keer in de week naar een wedstrijd. Negenennegentig keer gaat het goed, één keer gaat het mis. Die ene keer blijft je bij. Woensdag nog, bij Ajax. Ik moest door een groep supporters heen. Je krijgt schouderklopjes, mensen willen met je op de foto. Er stond er welgeteld één tusen die siste: 'Zo, ben jij er ook, negatieve klootzak. Nou, mijn avond is alweer vergald'. Het ergst vind ik dan die blik in de ogen.”

Van Dorp en hij hebben strategieën uitgedacht voor de risicowedstrijden. Drie uur van tevoren aanwezig zijn. Zo weinig mogelijk in aanraking komen met het publiek. Doof zijn: “Laatst bij een wedstrijd stonden drie keurige mensen van ongeveer zestig jaar een stukje verderop op de tribune. Ze waren het niet eens met een beslissing van de scheidsrechter. Begonnen ze te roepen: Kankerjood. Ik zeg tegen Henk: Ben ik nou de enige die dat hoort? Ja hoor, zegt Henk, jij bent de enige die dat hoort.”

Over de bedreigingen buiten de stadions, per post, telefoon of in het openbaar, wil Barend liever niet praten. “Ik kan ze weer op een idee brengen. Maar laten we zeggen: alles wat ze bij Voetbal International meemaken, hebben wij ook meegemaakt.” Vindt hij het niet raar dat het geweld als een natuurverschijnsel wordt beschouwd, dat niet kan worden gestopt? “Toen we er twintig hjaar geleden bij Vrij Nederland over schreven, kregen we te horen: stop eens met dat gezeur over die supporters. Ik herinner me een wedstrijd van Ajax met Menzo op het doel, waarbij de oerwoudgeluiden niet van de lucht waren en de bananen hem om de oren vlogen. Waar iedere minuut de volgende trein naar Auschwitz mocht vertrekken. Toen zeiden Van der Louw en de toenmalige burgemeester van Den Haag Havermans na afloop dat het zo'n prettige, rustige wedstrijd was geweest. Daar kan ik me nog kwaad over maken. Ik ben, geloof ik, wel rechtser geworden. Ik vind het wel goed als het harder wordt aangepakt. Ik ben vaak blij om een blauwe politiemacht te zien staan. Nou, dat kon ik me dertig jaar geleden niet voorstellen, hoor.”

Er zijn journalisten die de voetbalcriminelen uitdagen en die vormen op zichzelf weer een gevaar voor hun collega's. Johan Derksen van Voetbal International neemt het Panorama zeer kwalijk, dat dat blad onlangs een auto met Ajax-versieringen heeft neergezet om Feyenoord-aanhangers op te jutten. Dat soort uitlokking tergt de vandalen, die zich zullen zich wreken op de journalisten. De fotografen op hun beurt zijn allang blij dat het ANP weigert fotomateriaal af te staan aan de politie, die de persfoto's wil hebben als bewijsmateriaal tegen de voetbalcriminelen. Laat de politie zelf maar fotograferen en filmen, is hun opvatting. Die kunnen zich indekken tegen wraak van supporters. Weinig collega's hebben medelijden met Nieuwe Revu-verslaggever Paul van Gageldonk. Die infiltreerde in de harde Feyenoord-aanhang en heeft een boek over ze geschreven. Hij is inmiddels zo ernstig bedreigd door Ajax-hooligans dat hij vorige week heeft aangekondigd zich terug te trekken uit de sportjournalistiek. Hij kon het verwachten, is de collegiale opvatting.

Perswoordvoerder David Endt van Ajax kent de praktijk van zeer dichtbij. Hij heeft eens een PSV-supporter, die werd opgejaagd door F-siders en tegen een stoep ten val kwam, weten te redden. “Als ik er bij nagedacht had, had ik het waarschijnlijk niet gedaan. Ik ben over hem heen gaan staan. Ik had een Ajax-pak aan, dat scheelde misschien.”

Endt zat in de spelersbus van Ajax op het moment dat bij het Feyenoordstadion een ijzeren staaf door het raam naar binnen vloog, rakelings langs zijn oor. De staaf raakte zijn buurman. “Een verschrikkelijke ervaring. Even later zat ik in het stadion. Een paar rijen voor mij zaten een paar risicosupporters. Hoe die op de eretribune komen weet ik ook niet, maar goed. Die draaiden zich om, keken strak naar mij en riepen: 'Vuile pleurisjood, we vergassen je'. Het was heel stil om me heen. Ik leek wel melaats. Op zo'n moment denk ik: waar doe je dit eigenlijk voor? Dit is het toch niet waard?”

Bijna ieder slachtoffer van het stadiongeweld kent de eenzaamheid in een overvol stadion. Wie te grazen wordt genomen staat alleen. Frits Barend: “Absoluut. Ik heb wel meegemaakt dat we voor alles werden uitgescholden. En gaskamergeluiden natuurlijk. Niemand die er iets van zegt. Op een gegeven moment vroegen omstanders alleen of onze belagers alsjeblieft wilden gaan zitten, want ze konden de wedstrijd niet zien.”

Klaas Jan van der Weij: “Die keer dat ik aan de kant zat met een collega. Er kwam een man in onze buurt staan, ik ging ervan uit dat het een suppoost was, want publiek kan offcieel het veld niet op. Mijn collega zegt tegen me: 'Ik zou wel even een foto van de Feyenoordbank willen maken, het ziet er daar zo triest uit'. Komt die vent naar ons toe en zegt: 'Jullie maken helemaal geen foto's meer van Feyenoord'. Op zo'n moment kun je niks doen. Als je er een suppoost bij roept wordt er later wel met je afgerekend. Ik heb er achteraf wel wat van gezegd tegen de stadionbewaking, maar die handelden het af van: ja, dat kan nou eenmaal gebeuren. Misschien gebeurt er wat als er eentje gestrekt komt te liggen.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden