Review

Eenvoud biedt welkome sfeer

Bezoekers van het totaal vernieuwde en uitgebreide Museum Boijmans Van Beuningen in Rotterdam wacht bij de nieuwe entree een bijzondere ontvangst. Als ze de trappen naar het lage bordes oplopen kijken ze recht in de loop van een mitrailleur die staat opgesteld in de bak van een tot pick-up verbouwde Mercedes. De situatie is heel herkenbaar: van dit soort 'strijdwagens' maken rebellerende milities in bijvoorbeeld het Midden-Oosten en Afrika graag gebruik. Hier maakt de pick-up deel uit van een installatie die bedacht is door Atelier Van Lieshout, wiens werk door Boijmans van meet af aan werd verzameld.

De installatie vormt een pittige inbreuk op de toch zo vriendelijke entree van het museum dat, na de ingrijpende veranderingen van de afgelopen zeven jaar, een hartelijk welkom aan de stad wil bieden. De nieuwe entree ligt enigszins verscholen op de aloude binnenplaats van het museum, die ooit bedoeld was als parkeerruimte voor het personeel. Nu is de binnenplaats omgetoverd tot een openbaar stadsplein waar de burgerij vrijelijk gebruik van mag maken. De entreepartij en ook de zijde Mathenesserlaan zijn met veel glas omgeven: je kunt voortdurend vanaf de straat een blik op de geëxposeerde kunst werpen. Bovendien posteert het museum zich nu ook door middel van een ranke, smalle gevelwand op de Westersingel. Van daaruit onderhoudt het museum een levendige relatie met de Rotterdamse binnenstad: de nieuwe zalen van het museum liggen in de zichtas die vanuit de Nieuwe Binnenweg richting Mathenesserlaan loopt.

Blikvanger op deze kortste zijde van het museum is de herplaatste 'Sylvette' van Picasso, de markante meisjeskop die zowel en profil als en face is te zien. Ooit stond de betonnen sculptuur op een kilometer afstand, aan het begin van de Kruiskade tegenover het Centraal Station. Daar wist het jarenlang nauwelijks aandacht te trekken.

Picasso's Sylvette is niet het enige beeld waar je met een nieuwe blik naar kunt kijken. Boijmans riep door middel van de nieuwbouw op tot een nieuwe routing door de collectie. Die krijgt de kans om meer dan vroeger permanent te worden uitgestald. Architect Paul Robbrecht van het Gentse architectenbureau Robbrecht en Daem is erin geslaagd om de nieuwe opzet voor de routing (dat wil zeggen het wandeltracé door zowel de oud- als de nieuwbouw) op een behendige wijze op te nemen in de uitvoering van zijn opvattingen over de wijze hoe een museum uiteindelijk moet functioneren.

Het is zijn antwoord op een programma van eisen dat in zijn kern een aantal tegenstrijdige punten kende. Zo wilde museumdirecteur Chris Dercon (die binnenkort Rotterdam verruilt voor München, waar hij eveneens museumdirecteur wordt) een museum dat klaar is voor de eisen die de kunst in de 21ste eeuw stelt. Tegelijkertijd moest de nieuwbouw wél aansluiten bij de oudbouw, of daar op zijn minst aan 'gehecht' worden. Zoals het museumgebouw er tot voor kort uitzag, was dat een hybridisch samengesteld geheel dat nog teruggreep op de plannen van de Rotterdamse stadsarchitect A. van der Steur. Deze ontwierp aan het einde van de jaren twintig een gesloten, en dus in zichzelf gekeerd volume dat gemarkeerd wordt door een functieloze toren. Dit gebouw heeft tot aan de jaren zestig min of meer redelijk kunnen voldoen aan de wens een alsmaar uitdijende collectie (oude) kunst en toegepaste kunst onderdak te bieden.

Onder druk van het snel groeiende aantal wisselexposities kwam in 1972 een nieuwe vleugel gereed waaraan architect Bodon voor altijd zijn naam heeft verbonden. Bodons opvattingen stonden haaks op het introverte karakter zoals het gebouw dat van Van der Steur had gekregen. Nog weer later kreeg architect Hubert-Jan Henket gelegenheid om te excelleren in het zogeheten paviljoen Van Beuningen-De Vrieze dat onderdak bood aan de collectie pre-industrieel aardewerk. Henket wendde zich in zijn ontwerp totaal af van de bakstenen oudbouw en schiep een helder, open en rijk aan glas en staal voorzien onderkomen voor een specifiek onderdeel van de verzameling toegepaste kunst.

Het was Robbrechts taak om eenheid te scheppen in dit samenstelsel van eclectische ideeën. Robbrecht koos een verrassende weg: hij wendt zich af van het gesloten volume, maar trekt allerlei details die Van der Steur vanuit zijn traditionalistische optiek toepaste, in de gevelwand door. Om een wisselwerking tussen de stad en de kunstcollectie te bereiken, onderbreekt hij de betonnen straatwand met grote glaspartijen. Aan de straatzijde is nog een prachtig 'screen' van kathedraalglas opgehangen. Voor zover het traject in de benedenruimten langs de buitenwand loopt, zijn de bezoekers zich nauwelijks gewaar van het feit dat zij deel uitmaken van de blik die de voetgangers op straat naar binnen werpen.

De benedenzaal van wat wel altijd de Bodonvleugel zal heten, bevat een geheel nieuw digitaal depot dat met behulp van touch screen-techniek een sterk Amerikaans museaal accent heeft gekregen. Deels op de plek waar het tekeningenkabinet stond, wacht de bezoeker nu een presentatie van de allergrootste beelden die het museum in zijn collectie kon vinden: de befaamde (en hier en daar ook om-streden) corten stalen wand van Richard Serra, de uit meerdere delen bestaande installatie 'Grond' van Joseph Beuys, een nieuwe felrood geschilderde 'screen' van Daniel Buren. De ruimte daarboven is bedoeld voor het ruime aanbod aan wisseltentoonstellingen die Boijmans ook na deze opening onverkort wil handhaven.

Boven sluit de Bodonvleugel ook aan op de smalle strook nieuwbouw, waar behalve aan kantoorruimtes en ruimtes voor technische voorzieningen is gedacht aan uitstallingen voor de vaste collecties. Zo is hier een bijzonder mooi ontworpen zaal voor de verzameling van surrealistische schilderijen en objecten te zien (Dali, Delvaux, Magritte). De 'Surrealistenzaal' ontvangt zijn licht uit de zijramen (waar in de oudbouw sprake is van lichtkoven op het dak), wat voor een bijzondere, heel lucide sfeer zorgt. Zo is Robbrecht erin geslaagd om door middel van op het oog eenvoudige ingrepen de hoogtepunten in de verzameling van accenten te voorzien.

De bouwkosten van dit zeven jaar durende project bedragen in totaal 17,5 miljoen euro. Dat is een stevig bedrag, maar het zou te weinig zijn om er een geheel nieuw museum met internationale allure van te bouwen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden