Eens even flink doorpraten

(Trouw) Beeld ANP

Het geheim van Bibebs interviewkunst was van ongekende eenvoud: ze sprak lang met haar gast, bouwde een band op, schiep vertrouwdheid. En dan was er nog de erotiek: bij Bibeb legde je je ziel en zaligheid bloot.

De gast stond er zelf van te kijken: dat hij – of zij – bleef doorpraten. „Ik heb het gevoel dat ik moet aftreden na dit interview”, zei minister Vredeling, om vervolgens de vloer aan te vegen met zijn collega’s in de politiek.

Op de scholen voor journalistiek klinkt vandaag hoogstens nog de echo van Bibebs naam. In de pers praten interviewers en hoofdpersonen nog maar zelden eens even flink door.

Maar ooit werd voor ’Bibeb’ het weekblad Vrij Nederland uit de wikkel gescheurd. VN op woensdag betekende in de jaren zeventig een run op de kiosk. Minister Pronk was een ’corpspik’, zei Vredeling. Van der Stoel: die liep zijn ambtenaren achterna ’met z’n bekkie’. En over Navo-secretaris Luns: „Als ik die vent nog één keer voor m’n voeten krijg, schop ik ’m de goal in.”

Vredeling mocht na excuses aanblijven. En VN verkocht 26.000 exemplaren meer dan normaal.

Hoofdredacteur Joop van Tijn , met Rinus Ferdinandusse opvolger van Mathieu Smedts die Bibeb bij VN de vloer had gegeven, stak de quotes al ’s ochtends vroeg in bij de radio.

Haar gesprekken over politiek en bedrijfsleven scoorden in die tijd, maar lezen een jaar of dertig later toch minder spannend. In de Werdegang van oud-Trouw-hoofdredacteur en ARP-fractieleider Bruins Slot is het een pakkende oneliner: „Ik zat helemaal aan de kant van het establishment en dat klopte niet helemaal.” Dat klinkt decennia later een stuk minder spannend dan op het moment dat zijn krant zich inderdaad ontworstelde aan dat establishment.

In de biografie van kunstenaars geven Bibebs interviews een tijdsbeeld weer. Ze sprak ze ook echt allemaal: dichter Anton van Duinkerken („Ik neem liever psalmen in dan rattenkruit.”), Gerard Reve, Lucebert, Mies Bouhuys, Leo en Tineke Vroman, Kitty Courbois, Henny Vrienten. Zij bevolken een immense reeks van tenminste zeshonderd interviews die begin jaren vijftig begon en eind jaren negentig eindigde.

Ook buitenlandse politici (zoals de Israëlische minister van defensie Moshe Dayan) en kunstenaars (Marcello Mastroianni, Marc Chagall, Picasso) sprak ze – langer of korter. De buitenlanders ontmoette ze in Londen, Rome, Parijs, aan de Rivièra, en voerde ze soms eerder pratend op in hun decor dan op de snijtafel van het tweegesprek.

Veel van haar werk is gebundeld maar al lang uit de winkel, en nauwelijks nog te vinden in de bibliotheek. Is dat erg? Is dat niet het lot van iedere bloemlezing van interviews, gestolde minuten immers? Zie wat er met de pillen van haar opvolgers zoals Ischa Meijer gebeurt: doorgezapt in de kast of ongelezen in de ramsj.

Van Bibeb zelf weten we hoegenaamd niets. Wie kent de oorsprong van haar pseudoniem – een koosnaam uit haar jeugd, vermoedelijk? Ze was wel weer zo beroemd dat haar gasten zich graag over haar uitlieten, verbaasd over haar aardigheid, doortastendheid, of juist niet: premier Den Uyl weigerde een neerslag van het gesprek na haar ’penetratie’.

Bibeb kon zich aan haar gasten meten, tutoyeerde hen ook in het uitgeschreven gesprek, drukte haar vragen af met ’Ik’ ervoor. Haar tweestrijden duurden een avond, soms halve dagen achter elkaar. „Dertig uur!”, verzuchtte Maarten ’t Hart.

Terwijl ze (in een zeldzame uitlating over zichzelf) zegt niet teveel over zichzelf te willen vertellen, komen we via haar gasten wel het een en ander over haar werkwijze te weten.

Dat ze haar werk deed als een keurige dame. Met een blocnote op schoot, krabbelend in een eigen soort steno. Dan ging ze met haar gast naar de bioscoop of een restaurant, nog eens een avond, onderuit in een werkkamer of een tweede huisje, en met niet de eersten de besten soms een afzakkertje in haar eigen huis aan de Gevers Deijnootweg in Scheveningen, waar ze woonde met haar tweede man, George Lampe, die druk was met zijn eigen toko, als schilder, directeur van de Vrije Academie voor Beeldende Kunsten in Den Haag en kunstcriticus van VN; hij overleed in 1982.

Een enkeling was allergisch voor Bibebs aanpak. Cabaretière Jasperina de Jong, die zich in een interview openhartig begripvol had betoond over de promiscuïteit van haar man Eric Herfst, stak de draak met de journaliste in haar lied ’To be or not to Bibeb’: ’Wat een akelig idee/Ik krijg Bibeb op de thee’, gevolgd door een parodie op haar stijl.

Daarentegen waren er ook tv-narren die hunkerden naar een interview. Wim de Bie en Kees van Kooten: ’En met ons is er iets mis, dat had u in de gaten. Dus wij zullen deze week maar eens met Bibeb moeten praten.’

Allemaal staan ze te kijken van wat de geïnterviewden haar durven te vertellen. Vredeling met zijn eerlijke dronkemanspraat. Journalist Rinus Ferdinandusse, die zich nog eens laat bijschenken, na zijn bekentenis: „Ik ben een beetje dronken. Dat ben ik praktisch nooit.”

Drank valt op in Bibebs databank. Net als Indië, de voormalige kolonie Nederlands-Indië, Indonesië. Van schrijfster Beb Vuyk via burgemeester en oud-bestuursambtenaar Ivo Samkalden tot professor Wim Wertheim en schrijver en oud-kampgevangene Jeroen Brouwers: ze appelleren blijkbaar aan haar eigen verleden. Met haar eerste man, de journalist Walther Schaper van wie ze in de jaren vijftig zou scheiden, was ze in Indië beland en in de Tweede Wereldoorlog door de Japanse bezetter in een Jappenkamp opgesloten; na de bevrijding ging ze schrijven voor de Sumatra Post.

In haar eerste interviews, in het met Het Parool verbonden Haagsch Dagblad , gaat het begin jaren vijftig nog niet zo over het welbevinden van haar gasten. Gespreksgenoten memoreren wel van meet af aan haar chaotische, maar innemende werkwijze. Een bloemetje mee, uit eten, laat bellen, en haar onbetwiste aardigheid. Voor een lezer van nu doet het misschien gezocht aan, de erotische connotatie van impliciete beschrijvingen. Bibeb zocht de viriliteit ook wel op: Jan Wolkers, Jan Cremer, senator Brongersma die zich verslikte in jongensseks .

Maar liever nog zette ze met seksegenoten een boom op over liefde en erotiek. Aan dichteres Elly de Waard ontlokte ze een recensie van de orgasmen in de boeken van Emily Dickinson. Ze registreert de ’erotiserende jongensstem’ van actrice Kitty Courbois. Premier De Jong is een van de weinigen die zich niet laat vangen. Na de vraag ’Wat vindt u van de minirok?’, antwoordt hij: „Mevrouw, dat hangt er helemaal vanaf wie hem draagt.”

Bibeb trok – zelf buiten schot blijvend – de lezer het verhaal in met schijnbare details als ’een ruime, ordelijke keuken’, of iemands houding: ’voorovergebogen, beide handen graaiend in haar haar’ (‘tot nu toe bleef ze uiterst beweeglijk, nu gaat ze naast me zitten’), of ’verleidelijke honingblonde haren’ en een ’trui in de kleur groen van haar ogen’, iemands ’glinsterend blauwgroene, sterke blik’ (‘Zachte stem. Lange stilte.’). Het werkt(e), evenals al die handen die tenger zijn, slank en dooraderd, en niet zelden zenuwachtig.

Dan krabbelde ze dat op in haar blocnote, vertrouwde het toe aan de kopijvellen in haar typemachine en bracht het maandagochtend vroeg naar de Raamgracht in Amsterdam, hoofdkwartier van Vrij Nederland. De krant vloeide langzamerhand dicht, maar pagina drie lag nog maagdelijk te wachten op Bibebs scheppingslust.

Bibeb in 1985 in haar huis in Scheveningen. Deze week overleed ze op 95-jarige leeftijd. Veel van haar interviews werden gebundeld, zoals hieronder. (FOTO BERT NIENHUIS, ANP) Beeld ANP
Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden