Eenpersoonsbed

Omdat ik op de Nacht van de Poëzie in Utrecht moest optreden had men een hotelkamer voor mij geboekt. Utrecht ligt weliswaar maar zo'n dertig werst van Amsterdam maar je wist nooit, misschien werd het gezellig en zou ik met pijn in het hart afscheid moeten nemen van de andere dichters, omdat ik naar huis moest, zoals in mijn jeugd beklagenswaardige jongetjes soms voortijdig door strenge moeders thuisgeroepen werden. Het hotel waar men mij had neergelegd heette Apollo Hotel, wat bij mij grootse allure deed veronderstellen. Het Apollo Hotel in Amsterdam bij mij om de hoek is sjiek, vastgoedmagnaat Endstra is er nog voor de deur neergeschoten, beslist geen plek om zomaar langs te lopen. Maar toen ik het Utrechtse Apollo betrad, herkende ik er direct het oude Hotel Smits in, van heel ander kaliber. In Hotel Smits had ik nog wel vergaderd, met de redactie van de Vestdijkkroniek, in een kale, illusieloze ruimte ten teken dat het de redactieleden niet om enige vorm van luxe of gunsten ging maar om de meester zelf. Een hotel dat Smits heet, verraadt direct waar het om gaat: een bed, een broodje misschien, maar veel meer ook niet. Noemt men zich Apollo dan komt er een ander verschiet: iets olympisch, met muzen, nectar en ambrozijn. Nu bleek bij binnenkomst in mijn kamer echter dat het een eenpersoonskamer was, wat je kon opmaken uit het eenpersoonsbed dat in een hoekje stond opgesteld. Ik dacht dat men tegenwoordig vrijgezellen en eenzame handelsreizigers toch ook maar in tweepersoonsbedden te rusten legde maar hier zag ik dan toch, in al zijn onthutsende eenzaamheid, weer het oude vrijgezellenlogies. Het was alsof het bed ongevraagd tegen mij zei: geen avontuurtjes, beste man, je komt hier om te slapen meer niet. Onmiddellijk doken er beelden in mij op van vroeger, van commensaals die een kamer bij een hospita huurden, kost en inwoning, geen damesbezoek, van grijze mannen die de hele dag werkten op nederige kantoren en nooit een vrouw aanspraken. Om mij het eenpersoonskarakter van de kamer in te peperen had men op de wand boven het bed een enorme vrouwenkop geschilderd van Botticelli-achtige allure die de tegenoverliggende muur leek te kussen, maar helpen deed dat niet, integendeel. Ik herinnerde mij ineens mijn laatste eenpersoonsbed, in een groezelig voormalig sovjethotel in Moskou, later omgebouwd tot toeristenhotel. In het midden, als een baar, stond daar een piepklein bed, van 60 cm bij 1.90, waar ik slechts door me aan de rand vast te klampen niet uitviel. Midden in de nacht was ik uit dat bed, dat in het verleden ongetwijfeld door talloze Doema-claqueurs was beslapen, gebeld door een vrouw die met omfloerste stem in gebroken Engels vroeg of ik misschien seks wilde, een massage. Nee, zei ik, maar ze mocht van mij wel een groter bed komen brengen. Waarna de verbinding verbroken werd. Aan dit alles moest ik denken toen ik tussen de lakens van mijn bed gleed, ten teken dat de gedachten niet ophouden als je in je eentje in een onverwacht smal bed terecht komt.

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden