'EENMAAL GESLAGEN, NOOIT MEER BEWOGEN'

Amsterdam-The Movies; Utrecht-'t Hoogt; Leeuwarden-Filmhuis.

Mary Josseling is 'een vrouw waar het leven niet stilzwijgend aan is voorbijgegaan'. Met deze omschrijving probeert moeder haar 35-jarige zoon Charles van een huwelijk te weerhouden. Maar Charles is niet te vermurwen. Altijd heeft hij geluisterd naar de grillen van zijn moeder, deze keer zet hij zijn zin door. Hij haalt Mary in huis, ook al wordt zij verdacht van de moord op haar man, apotheker Josseling. Moeder verlaat het huis, dochter Gina kijkt gepijnigd toe en neef Jozef schrijft verder aan zijn roman. Zomaar een gezin in Amsterdam-Zuid, 1950.

Taal- en letterkunde houden hen bijeen. Ze spreken in geschreven zinnen. Bij wijze van spelletje verzinnen ze nieuwe achtervoegsels of laten elkaar romanpassages raden: Carry van Bruggen, Anna Blaman, Arthur van Schendel. Het huis is donker, volgestouwd met boeken en afgeschermd met zware gordijnen. De buitenwereld bestaat uit het gifgroene neonkruis dat aan de apotheek aan de overkant knippert. Juist de moeder, zo gehecht aan 'het pantser van onbeweeglijkheid waar wij in wonen', ziet zich gedwongen het huis te verlaten. Dat kan niet goed gaan.

Dat gaat het ook niet. Moeder keert terug en opent de strijd tegen de indringster. Mary Josseling is een merkwaardige vrouw, zonder eigenschappen en onbetamelijk dom bovendien. Haar passiviteit roept agressie op. Gina probeert haar nog te redden, maar de strijd is te ongelijk. Moeder rust pas als Mary is weggewerkt en Charles aan haar boezem is teruggekeerd. Zoveel wreedheid gaat zelfs Jozef, levend in fictie, te ver. Het leven dat hij voor zijn huisgenoten verzon, glijdt hem uit handen.

De film is gebaseerd op de roman 'La mèche' uit 1948, van de Belgische schrijfster Lucy Veldhuizen-Marchal. Ger Beukenkamp bewerkte die roman aanvankelijk tot toneelstuk, later tot filmscenario. Het is een verhaal dat geen enkele betekenis heeft buiten het verhaal zelf. Een film die volledig naar binnen is gericht en geen enkele verwijzing bevat naar een herkenbaar leven buiten de personages, vergt veel van de kijker. Zeker als het zich ook nog afspeelt in de clichékleuren van de jaren vijftig: grauw, lelijk, afwerend. En met een titel die een zwaarmoedige documentaire doet vermoeden.

Toch wil regisseur Gerrard Verhage ('Afzien', 'Ik ga naar Tahiti') vooral amuseren. Diepere bedoelingen zijn hem vreemd, hij praat over zijn film alsof 'leuk' het hoogste streven was. Dat de film dat soms is, dankt hij aan de vijf prachtige acteurs die de verknipte personages onder hun hoede hebben genomen. Ineke Veenhoven (valse moeder), Jack Wouterse (sullige Charles), Ariane Schluter (stoere Gina), Kathenka Woudenberg (trieste Mary) en Stefan de Walle (sluwe Jozef) vormen een fraai ensemble met literaire allure. Samen zijn zij een geloofwaardig groepje treurigheid, effectief gerelativeerd dankzij de droge humor. De art direction van Harry Ammerlaan en fotografie van Nils Post vullen elkaar goed aan en roepen het beeld op van de stilstaande wereld die we nu eenmaal graag met de jaren vijftig associëren.

De vraag blijft echter: waarom? Waarom al deze inspanning voor dit gegeven uit 1948 dat even bedompt is als onze associaties met dat jaar? Binnen de gekozen opzet is de uitvoering geslaagd, maar waarom toch gekozen voor deze opzet? Een mooie en verzorgde film, maar na afloop leeg en onbevredigend.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden